vrijdag 9 september 2022

Gelukkige dag

Hanna Mobach, Bladversiering uit ‘Tao-zen, de weg van niet-dwang

Vanochtend vroeg, toen ik voor de open deur van het balkon op m'n bankje zat, hoorde ik daar nu eens niet het eeuwige ruisen van de snelwegen, maar het zachte, monotone geluid van regen – en al spoedig zat ik midden in de koele lucht en de geuren.
Twee uur later daalde de regen in constante stromen neer, als in een gordijn. Er was ook het geluid van werkzaamheden in de buurt, van uitgelaten honden en bovenburen. De gewijde stilte was voorbij...

Toen ik diezelfde avond, op de gaanderij aan de andere kant van het huis, naar het ondergaan van de zon zat te kijken, was de hemel zwanger van vliegtuigen... Sommigen kwamen laag over, met veel geraas. Hogerop zag ik er een paar, die zich als donkere schimmen tegen de heldere hemel aftekenden. En nog verder weg kon ik ze alleen nog aan hun condensstreep herkennen, of aan een verre flikkering in de stralen van de ondergaande zon.

Ik maakte een praatje met een buurvrouw die daar langskwam, en sprak er mijn verbazing over uit. Zij vertelde dat ze op school gezeten had in Zwanenburg – waar haar ouders een boerderij hadden – en dat daar de ramen van het klaslokaal altijd gesloten bleven, om zo nog enige ‘geluidsdichtheid’ te creëren.

En je vraagt je af: hoe is het in godsnaam mogelijk, dat we als mensheid de aarde zó verpest hebben... 
Het begint er natuurlijk al mee, dat we haar als soort overspoeld hebben, met die onstuitbare voortplantings- en zelfhandhavingsdrift van ons...

Toch is het moeilijk werkelijk te zien dat dat de naakte waarheid is, om dat helemaal tot je door te laten dringen – we zijn nu eenmaal onderdeel van dat hele systeem...
Daarvoor blijken we de blik van ‘buitenaardse wezens’ nodig te hebben: de ogen van de astronauten, die vanaf de maan een blik op de aarde konden slaan ... wat ze zagen was een nietige blauwe bol, die daar kwetsbaar hing, verloren in een oneindige ruimte...


Het waakzame oog van de aarde, gezien vanaf de maan [klik om te vergroten]

Wij probeerden ons in de zeventiger jaren, op ons bootje aan de voet van machtige grachtenpanden, zoveel mogelijk afzijdig te houden van die wereld, die naar de verdommenis leek te gaan. We leidden een rustig leven, met part-time banen, zonder auto. En niet te vergeten: we hadden geen kinderen, maar een zwarte poes – wel eentje die onze hele aandacht opeiste...
Was het allemaal toeval, een kwestie van persoonlijke factoren en familiegeschiedenis. Of werd het mede gevoed door een vleugje ‘Weltgeist’ die ons die keuzes liet maken? 
Midden in die periode – in de tijd van de oliecrisis – hoorden we van een boekje, waarvan alleen al de titel een magische uitwerking op ons had: Wie wenn wir ärmer würden oder Die Heimkehr des verlorenen Sohnes (Percha, 1974), geschreven door Luise Rinser. Alsof iemand verwoordde wat we al die tijd al vermoed hadden: dat onze welvaart maar een bubbel was, een schone schijn, een huis op zand gebouwd... Het kon allemaal zomaar voorbij zijn – een gedachte die ook gevoed werd door het nucleaire tijdperk waar we ons in bevonden.
Luise Rinser is het ook, die die fascinerende uitspraken aanhaalt van ruimtevaarders, die de aarde ver vanuit het heelal mochten ervaren. Zoals deze van Rusty Schweikart: “Ik verloor in de kosmische ruimte mijn identiteit als astronaut, ik werd één met alles, met het universum.”
Soms klonk er in die uitspraken een vleugje mystiek door, zoals deze van 
James Irvin“Op de maan voelde ik God als nooit tevoren. Er gebeurde daar iets met me, dat ik met alle mensen wil delen. Ik ging naar de maan als technicus en geestelijk onwetend, ik kwam terug als iemand die zich een broeder van alle mensen voelt.” Van Mike Collins is de uitspraak “Toen ik zo ver van de mensen op aarde verwijderd was als nooit te voren, stonden ze me meer na dan ooit.” Colins heeft het er ook over dat voor hem “het symboolgehalte van de vlucht evident was” – niet het technisch succes was indrukwekkend, maar “de transcendente ervaring van de eenheid van alle mensen ‘onder God’.”

Bij mijzelf riep alleen al het zien van de foto's die ze namen, vergelijkbare gevoelens op – zie Silence out loud.

Nu we het toch over de maan hebben...


Mijn nichtje Ayn appte me bovenstaande illustratie door van een evenement, dat morgenavond bij volle maan gepland is op de Mookerheide. En toen de organisator net langs ons oude familiehuis liep, stuurde hij haar er deze foto achteraan:

Mendozaweg 6 in Mook, 6 september 2022 20:35 [klik voor vergroting]

Het herinnert me er aan dat mijn vader, in de tijd dat hij daar woonde, donateur was van een stichting uit Boxtel, die een milieuvriendelijke leefwijze propageerde, ‘De kleine aarde’ geheten...
Ik zag dat ‘Andere tijden’ er een uitzending aan wijdde: ‘De kleine aarde: pioniers in duurzaamheid’. 

NB
Toen ik deze week bij Kwekkeboom afrekende voor twee koffie met croissant, werd mij ‘een  gelukkige dag’ toegewenst – wel wat anders dan het verplichte ‘nog een fijne dag’...
Mijn dag was gelijk goed.

Dus wie weet komt het allemaal nog goed, als er met de voor 2024 geplande NASA missie naar de maan, een astronaut meegaat wier ogen werkelijk opengaan...

maandag 22 augustus 2022

Verteller van het Verhaal

Hanna Mobach, Het oerlandschap, 1997[1]
Houtskool op papier, 21x16cm

“Ton Boon vroeg mij gister toen ik aankwam en toen hij matjes aan het neerleggen was, of ik een plannetje had voor zo’n vijfdaagse, wat ik zou willen aansnijden. En ik zei: ‘Nee, dat heb ik niet.’ Wat ik ga zeggen is voor mij een even groot avontuur als voor jullie. Ik was wel van plan – dat hebben jullie gisteravond gemerkt – om het meer in de richting van het oefenen te doen.”
Hoe kun je ontdekken, Eefde, Vijfdaagse december 1985, woensdag.

Maarten Houtman had ‘de gave van het woord’, zoals dat in het gereformeerde milieu waarin ik opgroeide heette. Door omstandigheden kwamen bij ons thuis regelmatig dominee's over vloer – wier kwaliteiten breed werden uitgemeten, al of niet in hun aanwezigheid.
Het werd me duidelijk dat ze allen hun preek goed voorbereidden, de meeste maakten aantekeningen, een enkeling leerde hem uit z'n hoofd – ‘die heeft een geheugen als een ijzeren pot,’ zeiden mijn ouders dan.

Ook leerlingen van Maarten met een eigen groep, probeerden soms hun inleidende praatje voor de vuist weg te houden, net als hij. Dat vond hij niet zo verstandig, zei hij een keer: ‘Dat kun je niet zomaar, het is beter om je voor te bereiden.’ 


Bij zijn eigen toespraken voelde dat heel anders. Aan de ene kant was er de verbazing dat hij al die diepgaande toespraken ‘uit zijn mouw schudde’, zoals dat heet. Anderzijds vond je het vanzelfsprekend zoals hij het deed – diep vanbinnen wist je gewoon: hij is een groot verteller, hij laat zijn verhalen uit de stilte ontstaan – dezelfde stilte en leegte die de hele schepping voortbracht. En hij gaf ons daarmee de inspiratie die leegte en stilte in onszelf terug te vinden.

Die vanzelfsprekendheid – het woord zegt het al – zien we ook bij de oude vertelster Imah. Zij vertelde hem als kind aan zijn bedje vier jaar lang uit het grote heldenepos van de Mahabharata – die ze helemaal uit het hoofd kende. Zoals dit verhaal over de schepping:

“Vóór de grote Verteller aan het Verhaal begon, was er een nacht die maar niet eindigde en waarin niets gebeurde. Toen was iemand, al wist niemand wie dat was en wanneer het gebeurde, een lied gaan zingen, waarin alles dat er nu is werd opgeroepen om tevoorschijn te komen en zich niet meer in de nacht te verbergen.” (De breuk,Werelden 1 – Karti’)

Toen Maarten van de plantage vertrok, zocht hij Imah op in haar kleine huisje, waar hij nog nooit geweest was, om afscheid van te nemen – ze voelde hem al van verre aankomen. En toen gaf ze hem dit advies mee:

“Luister goed. Alle verhalen bestaan zolang je ze vertelt. Als je klaar bent zijn ze er niet meer, behalve in het hart van degene die ze echt gehoord heeft en die ze ook weer vertelt. Je moet zó leren luisteren dat je de verhalen weet vóór een ander ze vertelt, want ze zijn er altijd en ze willen altijd weer verteld worden. Ze gaan uit je weg als je ophoudt te luisteren, maar ze blijven op je wachten. Als je niet naar binnen kunt luisteren is er alleen maar wat je om je heen ziet, zoals het is bij je geleerde moeder. Maar voor jou, die al zoveel verhalen van mij gehoord hebt, is het anders. Daarom moet je zorgen dat alle verhalen in je blijven leven, wat er ook gebeurt. Anders raak je klem en dan heb je verdriet. Zoals je weet hebben de meeste mensen verdriet. Dat komt daardoor. En nu moet je terug naar huis, want anders vraag je me iets dat vanzelf bij je komt wanneer je een verteller bent geworden.” (De breuk, De twee manieren’)


En dat is hij ook geworden ... een Verteller, staande in een lange traditie. 


Bijna alle toespraken die in www.maartenhoutman.nl opgenomen zijn, heb ik life meegemaakt. Het zullen er wel honderd zijn. Klaaske en ik hadden ons voorgenomen alle lange sessies te volgen – daar kwamen voor mij dan nog de weekenden bij, toen ik het opnemen van het geluid van Ton Boon had overgenomen.

En elk van die keren overkwam het me weer, dat er tegen het einde van een toespraak een unheimisch gevoel bij me bovenkwam, van ... heb ik het gezegde wel begrepen, er zijn nog zoveel vragen...
Precies aan dat gevoel appelleerde Maarten, als hij zei: “... je zult het nog heel vaak moeten horen...”

Toch zei hij ook vaak tegen het einde van zijn toespraak, in allerlei varianten: “Dan heb je niemand meer nodig, je hebt ook mij niet niet meer nodig, dan ga je je eigen weg...”
Terwijl het mij overkwam dat ik dacht: laat dit alsjeblieft doorgaan, vertel verder, Maarten ... straks sta ik er alleen voor...

De oude vertelster Imah vond voor Maarten altijd een verhaal dat bij zijn stemming paste, bij de zorgen van de dag. Dat is ook precies zoals hij het óns vertelde, een verhaal waarvan je dacht: hoe verzint hij het ... dat is precies waar ik mee zit ... hij heeft het tegen mij!

En natuurlijk wilde je liefst weten hoe het verder zou gaan, hoe het verhaal af zou lopen. Maar dan zei hij: ... dat weet je niet, dat is nog in het verhaal verborgen...
En ja, daar had ik telkens grote moeite mee, ik wilde zo graag weten...
Maar, zoals de oude vertelster tegen Maarten zei, dan begeef je je op dwaalwegen van de demonen...

Ik denk dat Maarten dat bedoelde, toen hij die keer tegen ons zei dat we het grote Verhaal zelf moesten vertellen en de regie over ons leven moesten nemen – dat we ons leven moesten toevoegen aan het grote Verhaal van de mensheid, “dat Verhaal dat door ieder die het vertelt, vergroot en vernieuwd wordt, omdat je je eigen verhaal aan dat hele grote Verhaal toevoegt.”

In die toespraak:Zoals jij het verteld gaat het de eeuwigheid in’, zei Maarten tegen de aanwezigen:

“Ik heb ook deze sessie van velen van jullie een verhaal gehoord. En dat is in de veertig jaren dat ik nu bezig ben natuurlijk altijd zo geweest. Soms komt de vraag in me op wat het signaal is dat uit al die verhalen opklinkt. Variaties zijn er net zoveel als er mensen zijn die verhalen vertellen. En je bént natuurlijk zelf ook een verhaal. Ik geloof dat het typisch menselijke er niet in ligt dat je het verhaal vertelt, maar dat je je bewust bent dát je het verhaal vertelt, dat je je bewust bent dat je een verhaal bént. De meeste mensen vertellen alleen maar een verhaal, en laten het dan aan mij over om te beseffen wat dat verhaal betekent. En misschien is die tussenfase nodig, dat je alleen maar een verhaal vertelt en je niet bewust bent dát je een verhaal vertelt, en nog minder dat het er eigenlijk om gaat hoe je dat verhaal vertelt. Want in dat ‘hoe’ zit het signaal.”




[1] Illustratie uit: Maarten Houtman: ‘De kom van herinnering en andere verhalen’ - zie www.maartenhoutman.nl/etalage

donderdag 11 augustus 2022

Dromen van een andere wereld #1


Vannacht op mijn meditatiebankje, zat ik
zure appels van mijn gedachten te plukken,
dat onze wereld wel ten onder zou gaan,
met ‘oorlogen en geruchten van oorlogen’,
zoals de goddelijke Openbaringen zeggen –
toen ik buiten plots een luide knal hoorde.[1]

Ik stond op en trok mijn pantoffels aan,
ging het balkon op en keek om me heen,
maar ik zag nergens verzengende vuren –
tot ik boven, vlakbij de rand van de flat
de maan daar als een vuurbal zag staan...

Zal de maan van deze planeet eraan gaan,
was de angstige gedachte die bovenkwam 
de profetie zegt: ‘de maan werd als bloed’ –
in termen van ons platvloerse denken:
gaan wij nu met z'n allen naar de maan...

En vroeg me af: is onze wereld inmiddels
zó'n onvolmaakt maaksel, dat de mensheid 
de ballen niet meer in de lucht kan houden
en ons hele aardse huis op instorten staat –
zelfs ‘rekenkracht’ schiet tekort als panacee.

Toen ik tenslotte weer op m'n bankje zat,
kwam dat bijbelse adagium in me boven:
‘Stof zijt gij, en tot stof zult ge terugkeren’ –
maar eigenlijk dacht ik meer in Zen-termen:

“Zoals de maan niet beïnvloed wordt
door de wolken die er voorlangs gaan ...
zo wordt de stilte en de leegte niet aangetast
door alle dwaasheid die we uithalen.

En ook als deze planeet misschien,
omdat we onwijs zijn, beschadigd wordt –
daarmee beschadigen we onszelf evenzeer –
is daar de leegte, waarin het ontstaan is,
en waarin het weer terug zal keren.”[2]


-------------
[1] Het Parool van woensdag 10 augustus is mijn getuige: "Explosief ontploft voor deur van The Harbour Club in Oost. De explosie gebeurde rond 02.45 uur."
[2] Maarten Houtman, ‘Ons kosmisch erfdeel’, Sterrelaan 24 juni '89. Toespraak voor augustus 2022

maandag 8 augustus 2022

De lange tocht naar het binnenste van Hein #1

To dissolve the past is the far away beginning of meditation.
If you begin to dissolve the past there is no ending to the past.
The fire that burns away the past, the structure of time, is the act of seeing.
Seeing is complete attention.

Delhi January 27th, 1962
Uit: Krisnamurti’s notebook, 2003


Samen met Aloys en Klaaske, heb ik een paar maanden gewerkt aan een (online-)heruitgave van de autobiografische roman van Maarten Houtman, eerder verschenen onder de naam 'De andere oever' – nu 'De breuk' geheten. Al lezend word je daar een magische wereld binnengetrokken, in een tijd dat 'spiritualiteit' haast nog een natuurgegeven was.

Net toen we ermee klaar waren, kwam ik een sessie-toespraak van Maarten tegen, waarin hij, tegen de achtergrond van dat vooroorlogse Nederlands-Indië, een kortsluiting maakt met onze wereld van nu, die mij de schellen van de ogen deed vallen ... in wat voor een ongelofelijk geprefabriceerde, bedachte, onnatuurlijke wereld wij hier leven...
Maarten beschrijft heel raak hoe kinderen opgroeien in de Amsterdamse Molenwijk, waar hij woonde:
“De wereld waarin een baby nu opgroeit – ik denk aan de kinderen die bij mij in het flatcomplex aan de rand van Amsterdam opgroeien – wat zien zij om zich heen? Ten eerste worden ze geboren in een kamer, en dat blijft de hele tijd een kamer. En als ze opgroeien, zien ze om zich heen dat bijna alles beheersbaar is, dat het in de fabriek gemaakt is of in de werkplaats, dat je het kopen kunt.”
En dan gaat hij verder:
“Ik probeer jullie duidelijk te maken dat dat een wezenlijk verschil is, of je dáár opgroeit, of ergens opgegroeid bent waar alles er gewoon ís, je mag ervan nemen. Dat geeft een heel ander gevoel. Het maakt de stap naar iets wat onzichtbaar is, maar wat alles eigenlijk laat voortkomen, héél klein, dat kost je geen moeite.
Voor ons is dat een enorme afstand. Eigenlijk moeten we dan – door de opvoeding die we gehad hebben en de maatschappij en het tijdsgewricht waarin we leven – een enorme stap maken, van alles wat normaal voor ons is, naar iets wat eigenlijk niet bestáát…
We moeten ons dus helemaal terugtrekken achter gesloten oogleden, weg van die hele gedeelde, verdeelde, fragmentarische wereld waarin we leven, waarin elk onderdeel gemaakt is. Daarin is de natuur eigenlijk een vreemd verschijnsel…”
Het tijdloos beginsel Zevendaagse juli 1994, woensdagmorgen

Maarten vond zelf die liefde voor de natuur hier terug bij Krishnamurti, die het met zijn ‘go and make friends with the trees’ en zijn lofzang op de Hollandse luchten, enigszins vertaalde naar onze wereld. Ik kon, vanachter het raam van onze woonboot, urenlang kijken naar het spel van het licht op het water.
Maar de vraag blijft: is dat genoeg om te ‘ontsnappen’...

Dat ‘terugtrekken achter gesloten oogleden’ sprak me wel aan, dat is wat ik eigenlijk al jaren probeer met mijn ‘meditatie’: weg van die opdringerige, alomtegenwoordige, je geheel in beslag nemende ‘realiteit’ – die je inmiddels zelf geworden bent. En terug naar je lichaam.

Het riep bij mij de vraag op, of ik al eerder in mijn leven pogingen had gedaan om me een beetje los te weken van die maakbare wereld – waar je met handen en voeten aan vastzit, en al helemaal met je denken en voelen.
En toen kreeg ik prompt een droom over mijn verhaal met muziek...

In mijn ouderlijk huis in Nijmegen had ik, hangend over de radio-met-platenspeler. genoten van de symfonieën van Beethoven – waar ik helemaal in op kon gaan, me door kon laten meevoeren...
Dat kreeg een vervolg toen ik me op de middelbare school opgaf voor het schoolkoor, waar ik met m'n elf jaar de jongenssopraan vertolkte. We studeerden daar, onder leiding van de dirigent van het Gelders Orkest, aan het 'Ave Maria' van Mozart. Ik zong daar vol overgave...

Toen ik dat verlangen in perspectief probeerde te plaatsen, kwam de term ‘das ozeanische Gefühl’ bij me boven – waarover ik in het online magazine Das Orchester het volgende tegenkwam:

“We komen in muziek een dimensie tegen die onze gehechtheid aan de realiteit van tijd en ruimte overstijgt en die emotioneel wordt ervaren als een oneindige uitgestrektheid, als een oceanisch gevoel. Sigmund Freud onderkende dit gevoel, zoals we weten uit een briefwisseling met Romain Rolland (NB Frans Nobelprijswinnaar en Beethoven-biograaf), maar begreep het als een regressie naar een vroege ontwikkelingsfase, waarin zelf en omgeving nog niet gescheiden zijn. Rolland daarentegen beschouwde het als een fundamenteel religieus gevoel, als een mystieke ervaring van universele eenheid.”

Intussen ging daar op het gymnasium de ontwikkeling van het gewei van het intellect gewoon door...
Ik probeerde me er op allerlei manieren tussenuit te wringen en bleef verschillende malen zitten – maar daardoor ontstond er juist een tomeloze ambitie in de randgebieden: ik werd voorzitter van de oratorische vereniging, hoofdredacteur van de schoolkrant, ik wist niet van ophouden...
Maar mijn weerstand tegen de intellectuele indoctrinatie, die hersenspoeling met wekelijks drie uur Grieks en drie uur Latijn, bleef groot...

En weer gaf ik me toen over aan het dionysische – het ‘duistere’, mythische, orgastische... Ik dacht dat te vinden in de ‘parallelwereld’ van de muziek. Ik kreeg een dringende behoefte een muziekinstrument te gaan bespelen: de klarinet. Niet in het minst omdat dat instrument een opening bood naar de wereld van de jazz, waar ik evenzeer van genoot – zoals van Sidney Bechet, die mijn hart stal met 'Petite fleur' en 'Summertime'. Maar onbewust speelde misschien ook de lichamelijkheid van het instrument een rol, het voortdurende spel met de adem – je was daarin adem. En dat verbond je terug met je lichaam en bood zo enigszins tegenspel aan het allesoverheersende intellect.

Toen ik les nam, kwam ik terecht op de Nijmeegse muziekschool, waar ik bij Hans Kropp terecht kwam, eerste klarinettist van het Gelders Orkest. Maar ik ontdekte al gauw dat ik al die lesboeken met loopjes en arabesken, überhaupt dat hele oefenen, eigenlijk maar niks vond... Ik wilde vrij zijn in mijn spel. Ik sloot me thuis op in de kelder, waar ik uren improviseerde...

Toch had ik ook het verlangen ooit het beroemde Klarinetconcert van Mozart te kunnen spelen, waar ik wég van was, vooral van het Adagio – notabene dezelfde Mozart bij het zingen van wiens Ave Maria in het schoolkoor, ik de baard in m'n keel gekregen had. Daar was ik woedend over geweest...
Zou dat Klarinetconcert voor mij een soort herkansing zijn geweest, met de stem van mijn klarinet, in plaats van mijn jongenssopraan...

Helaas bleek mijn muziekleraar niet de inspiratiebron te zijn waarnaar ik zocht, hij was me veel te gewoontjes, een echte beroeps – niet de ‘poort naar een andere wereld’ waar ik naar zocht.

Toen ik daarna in Amsterdam ging studeren, nam ik weer les. Deze keer trof ik een leraar waar ik wél voeling mee had, hij heette ... Jan de Pijper. Ook hij participeerde in de traditionele muziekwereld en was klarinettist in het Orkest van het Oosten (maar woonde op de Zaanse Schans).
Bij Jan speelde ik zelfs in een kwartet – een samenspel waarin menselijke relaties in een net iets ander daglicht komen te staan: je was met elkaar onderweg, had plezier en er kwam iets moois uit, hoe aarzelend het soms ook ging. Terwijl het in het gewone leven, op school en op de universiteit, allemaal draaide om wie de beste was. En het was nog oersaai ook...

Na enige tijd drong het tot me door dat Jan de Pijper astmatisch was ... heel bijzonder dat hij in zijn spel zich daaruit leek te kunnen bevrijden. Hij speelde prachtig...
Hem was geen lang leven beschoren, hoorde ik later – hij was nog zo jong, zo begaafd...

Als ik er nu op terugkijk, waren die beide gidsen in de ‘alternatieve wereld’ van de muziek, twee uitersten geweest. Was de één een echte overlever, die daardoor de opening naar de innerlijke dimensie miste. De ander leek in zijn kwetsbaarheid die opening wel te hebben, maar overleefde het niet...
Daarmee bleef voor mij, bij mijn verkenning van muziek als opening naar een leven buiten de verstikkende orde van de normaliteit, de fundamentele vraag onbeantwoord: hoe kun je overleven, zonder jezelf te verraden – hoe kun je de wereld op je nemen, zonder er aan ten gronde te gaan...

PS In Das Narrenschiff heb ik beschreven hoe het met mijn klarinet afgelopen is.
Aan de kwaliteit van het onderwijs dat ik kreeg, kan het niet gelegen hebben...

En dan hier weer de shake v/d week...


zondag 17 juli 2022

Cosmic Cliffs, Glittering Landscape of Star Birth & Gaia Energy Trance

In dat kleine leventje van je gebeurt soms iets – je krijgt een signaal, je hebt een ontmoeting of ontvangt een tijding – dat van de andere kant van de kosmos lijkt te komen. Heden en verleden schuiven in elkaar. Je leven daartussen een zandkorreltje, temidden van gasvormige holten en opkomende stellaire kraamkamers. Je tijd van leven een flinterdun streepje op een schaal van miljarden lichtjaren. Je geboorte één enkele ster, temidden van die miljarden andere aan het firmament...
Toch voel je dat op zo'n moment het universum heel even in jou samenkomt en bevestigt dat je leeft, dat je niet alleen leeft.
“Een golvend, doorschijnend stervormingsgebied in de Carina-nevel wordt getoond in deze Webb-afbeelding, getint in amber en blauw; voorgrondsterren met diffractiepieken zijn te zien, evenals een spikkeltje lichtpuntjes op de achtergrond door de bewolkte nevel.” [klik voor vergroting]

Armin van Buuren: Gaia Energy Trance June 2022



Het beeld Cosmic Cliffs, Glittering Landscape of Star Birth + begeleidende tekst zijn ontleent aan: https://www.nasa.gov/webbfirstimages


“NASA's James Webb Space Telescope onthult opkomende stellaire kraamkamers en individuele sterren in de Carina-nevel die voorheen verduisterd waren.
Afbeeldingen van "Cosmic Cliffs" tonen de mogelijkheden van Webb's camera's om door kosmisch stof te turen en werpen nieuw licht op hoe sterren ontstaan. Objecten in de vroegste, snelle fasen van stervorming zijn moeilijk vast te leggen, maar de extreme gevoeligheid, ruimtelijke resolutie en beeldvormingscapaciteit van Webb kunnen deze ongrijpbare gebeurtenissen beschrijven

Dit landschap van "bergen" en "dalen", bezaaid met glinsterende sterren, is eigenlijk de rand van een nabijgelegen, jong, stervormingsgebied genaamd NGC 3324 in de Carina-nevel. Deze afbeelding, vastgelegd in infrarood licht door NASA's nieuwe James Webb Space Telescope, onthult voor het eerst voorheen onzichtbare gebieden van stergeboorte.

Het schijnbaar driedimensionale beeld van Webb, dat de Cosmic Cliffs wordt genoemd, ziet eruit als steile bergen op een maanverlichte avond. In werkelijkheid is het de rand van de gigantische, gasvormige holte binnen NGC 3324, en de hoogste "pieken" in deze afbeelding zijn ongeveer 7 lichtjaar hoog. Het spelonkachtige gebied is uit de nevel gesneden door de intense ultraviolette straling en sterwinden van extreem massieve, hete, jonge sterren die zich in het midden van de bel, boven het gebied dat in deze afbeelding wordt getoond, bevinden.

De zinderende, ultraviolette straling van de jonge sterren beeldhouwt de wand van de nevel door deze langzaam weg te eroderen. Dramatische pilaren torenen uit boven de gloeiende muur van gas en weerstaan ​​deze straling. De "stoom" die uit de hemelse "bergen" lijkt op te stijgen, is in feite heet, geïoniseerd gas en heet stof dat door de meedogenloze straling van de nevel wegstroomt.”

vrijdag 1 juli 2022

Arbor alter ego

Mijn vriend de boom en ik

Gisteren stond ik weer in omarming met mijn boom, je weet wel, die tegenover de Broekhuijsen-Leewis Schooltuin aan het van Heekpad staat, om de hoek van de Jisperveldstraat (zie paarse markering op het kaartje beneden).
We zeiden tegen elkaar: “Zullen we samen de wereld redden...”
Dat was natuurlijk een vreemde uitspraak, je zult zeggen: dan heb je het wel hoog in je kruin, wat een verbeelding...
Maar laat ik nu vandaag in kop in de krant lezen: Bomen vormen de laatste strohalm in de klimaatcrisis. Dus aan mijn gekroonde vriend zal het niet liggen. Nu ik nog... – hoewel ik me gesteund weet door zijn onomstotelijke stam, die kaarsrecht in de grond steekt, en met zijn wortels de aarde in een stevige greep houdt...
En ik vraag me af: wat is míjn greep op de wereld eigenlijk... Ben ík geworteld, sta ík voor wie ik ben?
Toch is ‘stoerheid’ niet de essentie, het zijn eerder haar longen die het doen (‘bomen zijn de long van onze wereld’, las ik). Uitwisseling, doorlaatbaarheid, dat is waar het om gaat.
Toen ik tegen de avond nog even bij haar langs ging, zaten er een aantal jongetjes op de bank die aan haar voet staat. Ik dacht: laat ik me niet generen en leunde met mijn hand tegen haar stam: ‘Wat een grote boom, hè,’ verklaarde ik, ‘wij hebben vriendschap gesloten. Want bomen moeten de wereld redden, onze lucht schoonmaken.’
Nou, dat begrepen ze onmiddellijk, een half woord was genoeg, ze kregen het over ‘longen’ en ‘ademen’...

‘How to befriend a tree’

Toen drong ook tot me door in wat voor isolement ik leef, dat ik een vreemdeling op aarde ben. En wat een afstand er is tot de mensen om me heen... 
Praten over wat jou en iedereen aangaat, over de alledaagse wereld die je met iedereen deelt... – en dan niet over het weer of de politiek of zo iets lulligs. Wanneer doe je dat nou...
Toch merk ik daar op de Jisp dat mensen me aardig vinden en me groeten, dat ik een factor in hun wereld ben. Maar welke? Geen idee. ‘Buurtgenoten’... Is dat alles? Moeten we het daar de tijd die ons rest mee doen? 






 

zaterdag 4 juni 2022

Vanaf Le Perron tussen de rails...

Bakkerij Le Perron aan de Termini in Amsterdam-Noord – métro à deux pas

Begin deze week maakte ik hardhandig kennis met de infrastructuur van de met Hemelvaart geopende bakkerij/coffeeshop ‘Le Perron’, om de hoek van deelraad en metrostation Amsterdam-Noord, een heerlijke plek om 's ochtends je krantje te lezen.
Als was het om de naam eer aan te doen, is de benedenverdieping daar ongelijkvloers gemaakt, met een soort plateau in het midden – waar je zomaar pardoes af kunt donderen, als je even niet oplet.
Dat was ook precies wat mij overkwam, toen ik daar de trap afkwam van het toilet boven – en zó druk bezig was met de vraag of er beneden dan geen invalidentoilet zou zijn, dat ik het bewuste afstapje vanaf le perron miste en zelf bijna invalide werd... Ik zweefde even in een luchtledig, kwakte toen met m'n hoofd tegen een lager staand tafeltje en viel languit tegen de grond. Het glazen peper- en zoutstelletje klapte tegen het raam en spatte vervolgens op de grond uit elkaar.
Ik lag daar wat onwezenlijk uitgestrekt, maar was goed terecht gekomen en had verder niets gebroken. Toen de gérant me overeind hielp, leek ik onbeschadigd te zijn, ‘niks aan de hand.’ Maar m'n slaap deed wel pijn...
Omdat ik van het strijdtoneel van Homerus' Ilyas heb geleerd dat een klap tegen de slaap fataal kan zijn, zat ik 's middags bij de dokter om me te laten controleren. Net een week daarvoor had ze nog mijn bloeddruk gemeten – die veel te hoog was, maar na een weekje thuismeting normaal bleek te zijn  en had ze geconstateerd ‘dat ze me maar weinig zag’. Dus dat was een verrassing. 
‘Nou, tot de volgende keer maar weer,’ zei ze toen ik wegging. ‘Liever niet,’ dacht ik onaardig...
Toch had ze me goed geholpen, het leek erop dat ik met de schrik vrijgekomen was. Ik kreeg wel advies me 's nachts een paar keer door Klaaske wakker te laten maken.  

Klaaske bij Roezemoes, onze stamkroeg aan het Buikslotermeerplein


Een andere geliefde pleisterplaats is Patisserie Kwekkeboom, daar niet ver vandaan


Ik werd met pleinvrees bevangen op het Buikslotermeerplein,

de zogenaamde vertrouwde wereld leek me zo onverschillig –

de koude wind die er in de maand mei nog van de daken viel,

de corona crisis in de horeca ingewisseld voor echte oorlog.


Ja, op dat Buikslotermeerplein had je ooit een fraaie fontein,
totdat wat kunstmijdende Noorderlingen het nodig vonden
om elke dag opnieuw het watertje met zeepsop op te leuken
en de gemeente er toen zat van had en alles af liet breken...

Wij trekken daar dagelijks onze baantjes naar Albert Heyn
en biowinkel Michel Does, als de portemonnee het toestaat,
met in de zon lonkende terrasjes, waar we dan op stranden,
met meeuwen die de zee verraden, ver weg en toch dichtbij.  


'
Vandaag ben ik bij mijn vriend de boom te rade gegaan,
die me aanraadde stevig met m'n voeten op de grond te gaan staan,
‘net als ik,’ zei hij, terwijl hij dromend uitkeek over het schooltuinen complex.