zondag 30 december 2018

Dat je die plek heiligt...

Lunch van de 'huiskamergroep' in de Landmarkt, 14 augustus j.l.

In zijn toespraak 'Een oude belofte', van 20 december 1992 in Huissen, stelt Maarten Houtman de vraag “of in dat bezige leven van ons, waarin zich al veel meer aandient dan je aankunt, voor jou plek gemaakt is voor dat andere, waarin het eigenlijk ingebed is, maar wat je zo vaak vergeet.”
En hij vervolgt dan:
Kunnen we dat zo diep beseffen, dat we kunnen zien
dat de oefeningen die we doen ons kunnen helpen
om dat diepe besef levend te houden,
midden tussen het staccato-ritme van je leven –
ook mensen met een uitkering zijn daaraan blootgesteld.

Daar is bijgekomen dat we ook nog blootgesteld worden
aan het staccato van het spirituele leven, new age,
al die therapieën – en er zullen er nog meer komen,
nóg meer verfijningen … en er is niemand in de hele wereld
die zich bezorgd maakt over jouw totaal.

Dus je moet die zorg zelf op je nemen, je moet beseffen:
dáár moet ik voor zorgen, en als het kan voor mijn naaste.
Mijn naaste die óók in de staccato-wereld voort moet,
ook al doet hij het niet van harte, maar hij moet voort –
en hij heeft behoefte aan een plek waar hij gewoon zijn mag,
waar van hem niets gevraagd wordt, dan: wees daar nu maar…

En misschien komt er een vraag in je op, of een vermoeden,
en dan heeft een ander daar een plek voor geschapen –
meestal is het een vrouw die dat doet.
Maar in diepere zin is het het vrouwelijke in onszelf,
óók in de man, waar aan geappelleerd wordt.
Dat je die plek heiligt – dat meen ik heel oprecht: heiligt,
dat je ziet dat dat nodiger is dan wat ook.
Want we leven dan wel in een samenleving
waar de basisbehoeften voor een groot deel vervuld zijn,
maar deze, vergeten plek, moeten we zelf beschermen.



Als shake muziek bij het verglijden van de tijd, het nummer Jaw, van het befaamde album Madar, van Jan Garbarek, Anouar Brahem en Shaukat Hussain, in een tabla-solo van de laatste.
Maar let vooral ook op de klaaglijke zang van de tempura, die het continuo van de uitgestrektheid vertolkt –terwijl de tabla onze oren vervult met de dansende beweging van het leven.
Heel spirituele muziek...


dinsdag 25 december 2018

Le Train BLEU - Rabih Abou-Khalil | met Kerstgedachte

Le Train Bleu, een Wijzen-uit-het-Oosters liedje van de Libanese oud speler en componist Rabih Abou-Khalil, in een filmpje met - uiteraard - veel woestijn én fraaie portretstudies van kamelen.
Speciaal voor deze Kerstnacht.



Maar daar hoort natuurlijk ook iets stichtelijks bij, zo van ‘Alle Menschen werden Brüder’ of het ‘fraternité’ van de Franse Republiek - waar Bas Heijne zo pas nog een beschouwing aan wijdde in de NRC.
Mijn keuze is, uit Meditaties van J.Krishnamurti, no. 47:
“Zodra je de basis hebt gelegd van deugdzaamheid, wat orde in relaties betekent, ontstaat die vorm van liefde en sterven die alle leven omvat. Dan wordt de geest buitengewoon stil; van nature stil en niet door onderdrukking, discipline en dwang. Het is een stilte die oneindig rijk is.
Elk woord, elke beschrijving is verder nutteloos. De geest vraagt niet langer naar het absolute; het heeft geen zin, want in die stilte is dat wat is. De totaliteit daarvan is de gelukzaligheid van meditatie.”
Als eigen bijdrage mijn variatie op de Ster van Bethlehem, gefotografeerd op mijn balkonnetje in de nacht van 22/23 december j.l.:

[klik om te vergroten]

Als toegift de trailer van Blue Maqams, met vier topmusici, waaronder natuurlijk Anouar Brahem, onze oud speler uit Tunesië - waarmee ECM Records en producer Manfred Eichner nog eens hun grote kunnen bewijzen (met prachtige scènes langs de Seine):

woensdag 19 december 2018

Prijs de nacht eer het dag is

Als het zingt vanbinnen
weet je dat alles goed is
dat er nog steeds een god is
die liefdevol over ons waakt
dat je geliefde in diepe slaap is.

Het is de stilte die rondzingt
met de stem van oneindigheid
het ruisen van de sterrenstelsels -
eerst is er het pure gewaarzijn
dan komt het waarnemen erbij.

Als de dag valt de verdoolde zielen
een schim die onder bij de lift staat
een man probeert met je te praten
jij die nog in bed ligt, weer buiten
een snuiter met rugzakje en phone.

De wereld lijkt zo intens verlaten
met kerstlichtjes rond de balkons
de boom in de hal met de kaarten -
de mijne heb ik er maar bij gestopt
als deelnemer tegen wil en dank.

[klik om te vergroten]



















Brandt Brauer Frick - Miami Theme, feat. Erika Janunger | sHAKE v/d week




zondag 16 december 2018

Πωγωνίσιο | Rare jongens, die Grieken

sHAKE v/d week, met dank aan Aloys:



Juli 1966 stapten Klaaske en ik met twee uitpuilende linnen rugzakken en een heleboel plastic tasjes op de trein naar Griekenland, voor een huwelijksreis van 1½ maand.
We hadden het plan onze klassieke opleiding daar te verzilveren, we konden toen nog niet bevroeden welk hachelijk avontuur ons te wachten zou staan...

Na achtenveertig uur in de trein, diagonaalsgewijs door Europa, kwamen we dan uiteindelijk in Αθήνα aan en zochten daar ons hotel op in hartje Centrum, vlak om de hoek van het Omonia Plein.
Het was 40° in de schaduw. Ik nam aan dat de temperatuur bij het land hoorde en niets belette mij direct de Akropolis op te stormen, die we vlak boven ons zagen liggen. Arme Klaaske kwam puffend en zwetend - hoewel, dat kón ze juist niet... - achter me aan...

Vijf dagen later waren we, op weg naar de Peloponnesos, via de haven van Piraeus op het eilandje Moni beland, 10 minuten varen van Aegina. Maar precies in die schijnbare comfort zone ontdekte ik dat ik m'n paspoort kwijt was ...
Crisis... Reconstruerend moest het op de bank in Athene zijn blijven liggen, waar we geld gewisseld hadden.
Ik ondernam noodgedwongen een solotrip naar Athene, terug naar de bank... En ja, bij eerste navraag snelde een bezorgde bankbediende me al tegemoet, mét m'n paspoort. Een loden last viel van me af...
Toen weer terug naar Klaaske, die alleen daar op dat eilandje was achtergebleven. Ook een avontuur op zich. Temeer daar ze daar min of meer belaagd werd door de Griek die ons met zijn jacht een lift had gegeven vanaf Aegina, toen we daar op de heenweg de dagboot hadden gemist.
Niet echt een comfortabel begin voor zo'n eerste trip met z'n tweeën...

Maar in wat voor een wereld waren we eigenlijk beland? Waar we het ‘hartland van de Westerse cultuur’ verwacht hadden, waar Heinrich Schliemann met zijn schepje nog het oude Troje had blootgelegd (ook al heette dat dan nu weer ‘Turkije’), troffen we de vervallen zuilen van de tempel van Zeus en de beschaafde opgravingen van Olympia aan. Niet echt opwindend...
Eigenlijk waren we in een uithoek van Europa beland - ook al was zij dan juist de maagd die aan Zeus ontkomen was... Het ‘Grieks’ had, op de lettertekens na, weinig van doen met de oude taal die wij zo moeizaam verworven hadden. En de ‘Grieken’ bleken, in de verwarring van de volksverhuizingen, niet de afstammelingen te zijn van Sophocles en Themistocles... Wel een gastvrij volk, daar niet van. Ook al vonden we het schokkend dat ze er een sport van maakten hun drinkglazen op de vloer van taveernes kapot te gooien...

Toen ik vijftig jaar later Zuid-Italië en Sicilië bezocht, voelde de antieke wereld daar juist heel dichtbij... Niet alleen in Pompeï, maar met name in de Griekse diaspora van het Zuiden. Daar waren niet alleen de tempels en amfitheaters nog wél in tact, daar bracht de ‘Tombe van de duiker’ de mysteriën van Pythagoras zelfs voelbaar nabij.

Tombe van de Duiker - Paestum (Z-Italië), 480 v.C.
[klik om te vergroten]

En er was natuurlijk ‘de toestand in de wereld’...
Nog maar drie jaar ervoor had ik in mijn kazerne in Seedorf, aan de Oost-Duitse grens, de Cubaanse rakettencrisis meegemaakt. Terwijl Griekenland - wat toen nog even rustig kon dromen - nog geen jaar na ons verblijf verscheurd zou worden door ‘een links complot’, gevolgd door de kolonelscoup en de vlucht van de koning...
Ook al was ónze droom soms een nachtmerrie, wij hadden toch nog geluk...
En dan was er die Oosters-Orthodoxe kerk. Wie had kunnen denken dat, na de val van de muur, Europa opnieuw verscheurd zou worden ... langs confessionele grenzen, zoals ‘soennieten’ en ‘sjiieten’... (ook al staan de Grieken daar zelf wat buiten). Ongelofelijk...

We treffen onze beide naïeve, jeugdige reizigers een maand later aan in Korinthe - niet alleen bekend uit de bijbel, maar ook omdat ik er leerde zwemmen, dankzij de zee. Maar we waren inmiddels op rantsoen, het geld was op. We leefden op brood, de verrukkelijke ‘Yaourti Me Meli’ en een overvloed aan abrikozen. Tijd voor de terugreis...
Alsof het niet op kon, beweerde de Joegoslavische conducteur onderweg dat onze kaartjes verlopen waren... “Skopje raus!”, schreeuwde hij, en: “Bezahlen mit Dollars...!”
Wat moesten we doen, we hadden geen geld...
Wat er daarna gebeurde lijkt nog steeds een verre nachtmerrie. Ik ben door de compartimenten gelopen om om geld te bedelen. Echt geen idee hoe we het terugbetaald hebben...
Dat de terugreis vervolgens een dag langer duurde door overstromingen in Oostenrijk, is dan nog maar een detail. Maar ook in die hoge nood, was de redding nabij...

Wij zaten in de coupé met vier Limburgers ... die nog jaren onze vrienden gebleven zijn, bij ons op de boot logeerden, en waarvan één ‘de kop van Klaaske’ uithieuw, die we nog steeds hebben staan.
De vierde, Job Creighton, kwam in de Sixties in Amsterdam tegenover onze boot wonen. En hij hielp me onlangs nog met De droom van de dwaze monnik, de uitgave ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Maarten Houtman.

Het leven is vol kronkelwegen, en wij zitten vol kronkels...
Gelukkig vertelde Rien Heukelom ons vandaag dat volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten het niet langer de kronkels van onze hersenen zijn die ons bepalen - ‘Wij zijn ons brein’ - maar de kronkelingen van de darmen. Dus de Haruspex is in ere hersteld. Toch nog wat geleerd van onze klassieke opleiding...

Gelukkig nam een vriend ons het jaar daarop in zijn Eend mee op vakantie naar Noorwegen, zo konden van de de schrik en de hitte bekomen...



Als toegift Gift of Dreams, van de cd ‘Melos’ van de Duitse Anja Lechner en de Griek Vassilis Tsabropoulos, dat op dit blog al eerder is langsgekomen - deze keer met het accent op dromend in de wereld staan...





dinsdag 4 december 2018

Absence | Panoramaas met Klaaske




Zes panorama's van Texel 
... je kunt er allicht 3'34" aan besteden, ondertussen luisterend naar Kristjan Randalu [trailer van ECM Records]
[klik op de afbeelding om te vergroten]

Dag lieve Klaaske
jij die al zoveel jaren
mijn focus, mijn alibi,
mijn vanzelfsprekende aanwezigheid
bent en ik
ben nergens te zien
als hooguit een schaduw,
een hand voor de camera
een brandpunt van aandacht -

Je kijkt achter de koffie
wat er in de verte voorbijkomt,
een vlam in de avondgloed
een wereld die voorbijgaat
terwijl ik
de ruimte krom
het laatste licht vang
de leegte vul
heen en weer ga van jou naar de einder.

Panorama's van Texel
in wijds perspectief
omdat de wereld zo klein is
jij hier bent én daar bent
ik alleen
maar naar jou kijk
from here to eternity
dag lieve Klaaske
ik van jou

Binnen bij Echte Bakker Timmer, Den Burgh, Texel.

Klaaske met rode das bij ondergaande zon.

Wei met schapen en een fietspad dat gewoon rechtdoor loopt...


Binnen bij het Torenrestaurant, met uitzicht op zee en vuurtoren.

Absence | Duinlandschap met vuurtoren achter het Torenrestaurant.


Strand met vuurtoren en Klaaske, met onze gezamenlijke schaduwen.




woensdag 28 november 2018

Africa



Deze hemelse muziek had ik vorige week voor onze laatste shake-avond in gedachten. Maar het liep allemaal een beetje mis, ik kon het nummer in mijn iPhone bibliotheek niet vinden - vreemd genoeg het album wel: het legendarische ‘Dawn Dance’ van Steve Eliovson en Collin Walcott, hier al eens eerder besproken.

En, ja, ook dit gaat over Afrika - haar ritme is heel mooi in deze muziek gevangen...
In de krant schreef Bram Vermeulen dat Westerse correspondenten in Noord-Afrika (waar wij onze nieuwe grenzen leggen...) de emigratie ‘de nieuwe aids’ noemen ... veel slachtoffers, veel ontbering, veel ontmenselijking, eindeloos lijden...
Dat confronteert onze ego's er weer eens mee hoe eindeloos we hier het belang van onze eigen persoon opblazen, over grenzen en continenten heen... Het Wereld Natuur Fonds spreekt liever over onze ‘Ecologische voetafdruk’ - klinkt wat minder beladen, hoewel...

Onderstaande voetafdruk - ‘footprint’, zoals de Engelsen zeggen - kwam ik tegen op het fietspad rond Landal Sluftervallei, waar we nu al voor de 19e keer verblijven (we kregen een presentje aangeboden ;-), ik kijk al jaren met verbazing naar dit betonnen monument:

Deze meeuw dacht dat hier een zebra was...

En dan waren er onlangs die ‘fingerprints’ van Rembrandt op zijn schilderij van Jezus... als een soort van stigmata. Wereldnieuws!
En dan vraag je je af: ja, wat laat IK straks eigenlijk na...

Dat kwam ook doordat afgelopen week Gerard Unger overleed, klasgenoot van ons op het Christelijk Lyceum in Arnhem. Nou, als er iemand zijn handtekening nagelaten heeft...
De meest concrete herinnering die ik aan hem heb is dat ik naast hem stond te plassen in het toilet, en de kwinkslag die hij toen maakte... Ik denk dat we elkaar wel mochten, zielsverwanten in zekere zin in ons lijden daar op die school... Ik heb het boem-boem volgehouden, Gerard heeft het opgegeven.
Maar hoe die zich gerevancheerd heeft... Schoolverlater, maar alsnog gepromoveerd ... hoogleraar ... wereldwijd vermaard typograaf en letterontwerper, die met zijn laatste krachten zijn ‘Theory of Type Design’ het licht deed zien...
En zo alsnog het laatste woord had - schreefloos.

’Wie zijn wij?’ is dan weer de vraag... Want je kunt jezelf nog zo mooi oppoetsen ... het verbleekt. Zoals Gerard in het laatste interview dat ik van hem las, klaagde dat zijn letters van de ANWB-borden verdwenen, en hoe onverstandig dat verkeerstechnisch was...

Toch kun je dat allemaal ontdekken ... wie je bent. Het enige is, je moet dan wel het vertrouwen hebben dat de wereld niet vijandig is, zoals ik pas bij Maarten Houtman las:“Het leven ís namelijk niet vijandig, ménsen kunnen wel vijandig zijn, maar het leven is niet vijandig.”





donderdag 15 november 2018

De coïncidentie van twee Soefi's

Toen ik gisteren met m'n iPhone al shuffelend aan 't shaken was, regen de onderstaande nummers – Shata ‘Shatahat’ / Ag Ishq Di – van twee Sufi grootheden zich moeiteloos ineen: Dhafer Youssef / Ustad Nusrat Fateh Ali Khan ... coïncidenties ...


Om toch wat actie te hebben, hierbij de trailer van Abu Nawas Rhapsody van Dhafer Youssef

Coïncidentie is surfen op de golven van het lot.
Alles lijkt samen te komen in die ene gebeurtenis ...
maar is het leven niet één grote coïncidentie,
het bewustzijn één moment waarin alles gebeurt...

“Alles bestaat maar één moment,”
zoals de oude Boeddhistische psychologie ons leerde –
het gerucht ervan drong al vroeg tot me door,
maar ik heb er een leven over gedaan om het te begrijpen.

Maar echt begrijpen doe je pas als je doet:
gisteren shaketen we op een ‘coïncidentie’,
twee nummers die, kop en staart, verwoven lijken te zijn,
één ritme wat je aanzet ... en waar je je op laat drijven.

Dhafer Ali Khan / Ustad Youssef tekenden ervoor,
hun energie synergetisch samengebald,
exploderend in ons wervelende lichaam,
dat  ≈ stuurloos golvend ≈ geen sturing meer behoeft.

Probeer het zelf maar
en luister ze achterelkaar:

  De shakes v/d weeks = Shata "Shatahat" / Ag Ishq Di 





woensdag 7 november 2018

Nacht op een Pannekoekhuis

Anton Pannekoek Institute for Astronomy

In de ‘Nacht van de Nacht’, op 27 oktober j.l., begaf ik me met Emilie per auto naar het Amsterdam Science Park, voor een sterrenkijkavond in het Anton Pannekoek Institute for Astronomy, onze eigenste sterrentempel. We hoopten daar door een kijker een glimp van de maan op te vangen, die rond die tijd volmondig aan de hemel stond. Of wie weet wel de Ster van Bethlehem...

Het leek er eerst op dat de TomTom het adres (nr. 904) kende. Maar hij voerde ons – dom dom – in het donker over paden en lanen, langs een keur van wetenschappelijke instituten, dwars door het totaal verlaten Science Park, zonder bij het Anton Pannekoek Institute for Astronomy te geraken ... tot we gelukkig toch nog een sterveling zagen. Toen was een parkeerplaats gauw gevonden, al konden we menig paaltje en muur maar nauwelijks ontwijken...
We zagen een ingang waar licht brandde, maar het leek verlaten. Waren we toch verkeerd?

Waren we misschien in het Pannekoek Institute for Gastronomy beland?

We bleken de eersten. Een lieve secretaresse bezorgde ons een bakkie troost van de zaak, dat we wat verloren daar aan die tafels opdronken.
Toen de meute gearriveerd was, gingen we vol verwachting met de lift naar de sterrenwacht op het dak. Maar we bleken oneindige pech te hebben ... precies boven het Anton Pannekoekhuis bleek een regenwolk te hangen (misschien was het wel poedersuiker...) en de koepel kon niet open...
Dus mochten we als kijker de kijkers bekijken, waarbij twee gevorderde sterrenkundestudenten tekst en uitleg gaven. Maar wij – en zeker de aanwezige kinderen – voelden ons daar toch wel een beetje droevig onder ... daar sta je dan, naast die grote, niet ingeloste belofte, dat kijkgat, die sleutel tot het heelal...

De kijker bekeken. Links een van de begeleiders

Dan maar van de nacht van de nacht over tot de orde van de dag.
Als troost een kersverse video van Anouar Brahem, heel toepasselijk 'La nuit' geheten...



-----------------------------
 Shake v/d week = This Dream 
-----------------------------
van het album Youssou N'Dour - Joko From Village To Town (de tekst van de song vind je eronder):



This dream
(Youssou N’Dour / Jonathan Sharp)


I had a dream that opened my eyes to the world
When I look back, I feel and can’t help crying
God can channel your luck through someone else

When you put all your faith in that person,
You may think that you can’t achieve
Anything on your own

So god watches you from distance
Your creator, the One who can fulfill all your desires,
Will let you deal with that someone

This dream, my dream, This dream, my dream
This dream, my dream, This dream, my dream

Life oh life

This dream, my dream
This dream, my dream


woensdag 31 oktober 2018

Boterbloemendag

Boterbloemen in het Baanakkerspark, Amsterdam-Noord [klik om te vergroten]

... eerst een ode aan de boterbloem, mijn lievelingsbloem, nog van j.l. Hemelvaartsdag:
Weer zo'n dag dat alles mag
los van wat mag en niet mag,
staan ze daar weer te pronken
met hun gouden boterbloemenhart,
hun gele furie ongenaakbaar
fier naar de hemelen uitgestrekt.

Hemelvaartsdag 2018
tweeduizend achttien maal
boterbloemtenhemelopneming
onschuld van onaardse schoonheid
doet de wolken luchtig wijken
de hemelen juichend opengaan.

... gevolgd door een onhollands verhaal over de Malinese familie Farka Toure.

Eerst kwam de vader, Ali, toen kwam de zoon, Vieux (inderdaad een vreemde naam voor de jongste).
Ali Farka Toure, zanger en gitaarspeler, werd wereldberoemd door het album ‘Talking Timbuktu’, dat hij samen met Ry Cooder maakte. Maar minstens zo opwindend is zijn samenspel met zijn landgenoot Toumani Diabaté, op kora, in ‘In The Heart Of The Moon’ uit 2005.
Lees bijvoorbeeld de uiterst lovende recensie van het Muziekweb:
Om verschillende redenen is In The Heart Of The Moon een uitzonderlijk album te noemen. Producer Nick Gold vatte het plan op in Mali soloalbums op te nemen van twee Malinese beroemdheden, de legendarische zanger-gitarist Ali Farka Touré en Toumani Diabaté, een grootmeester op de kora, een 21-snarige West-Afrikaanse harp.
Gold regelde een ontmoeting tussen Touré en Diabaté voor het opnemen van één duet. De musici namen hun gitaar en kora ter hand en zonder enige oefening vooraf klonk het nummer Kaira, zo perfect op elkaar afgestemd alsof ze nooit anders hadden gedaan. Deze creatieve stroom aan improvisaties bleek niet te stoppen. Uiteindelijk resulteerden drie magische, twee uur durende sessies in een compleet album met improvisaties gebaseerd op repertoire uit de jaren 1950-1960.
De buitengewone interactie tussen Touré en Diabaté doet vergeten dat ze afkomstig zijn uit heel verschillende stammen, regio's en culturele tradities van Mali. Hun fris tintelende complexe spel op akoestisch gitaar en kora is van een adembenemende schoonheid. De improvisaties ademen een sfeer van vrede, vertrouwen, positivisme en hoop.
Deze stemming wordt gelukkig niet verstoord door de subtiele muzikale bijdragen van Ry Cooder (piano, gitaar), bassisten Sekou Kante en Cachaíto López en percussionisten Joachim Cooder en Olalekan Babalola.
Bovenwereldlijke muziek!
Dan maar gelijk door naar de Shake v/d week = Debe
van het album – u raadt het al – ‘In The Heart Of The Moon’ van Ali Farka Touré en Toumani Diabaté:



En hier ziet u hen live:




... over ‘Vieux’ misschien een volgende keer.

vrijdag 5 oktober 2018

‘Go and make friends with the trees.’

Onlangs sloeg ik ‘in verwarde stemming’ zo maar een pad in, toen ik 's ochtends door het Baanakkerspark reed, op weg naar Albert Heyn, en stond voor deze boom.
Het voelde als een wonder...

[klik om te vergroten]
Wat ook een wonder is, is dat toen ik het resultaat downloadde, de foto vijf megabyte groot bleek te zijn (‘normaal’ is een foto van m’n iPhone maximaal 2 Mb), omdat hij zoveel pixel-rijkdom bevatte…
Een foto die ik nooit zal wissen, die altijd in mijn geheugen gegrift zal staan.

Inmiddels is het ‘mijn boom’, waar ik vaak even langsrijd en m'n hand tegen de stam leg. Het voelt als een vriend waarvan ik de oergrond maar moeilijk kan beseffen, maar waar ik me even in een andere wereld bij voel.

De foto kwam te staan bij de toespraak ‘Het tijdloos beginsel’ van Maarten Houtman, waarin hij vertelt hoezeer wij van de natuur én van het bovennatuurlijke vervreemd zijn.
Ga maar na, als je eindelijk op je kussentje zit, tolt je hoofd om van gedachten en gevoelens die om voorrang strijden om gezien te worden. Dat ondermaanse gaat ons zeer ter harte...
Zie ook de tekst van het lied van Nusrat Fateh Ali Khan hierbeneden: I asked for love, but sorrows were gifted in return.

Ik herinnerde me ook het advies van Krishnamuri (die ons ook al zei: ‘zorg dat je verdwaalt!’ - en zo voelde die eerste keer dat ik die boom zag) : ‘Go and make friends with the trees.’
Na enig zoeken vond ik de betreffende passage:
One day, on a walk through the pines, he asked me how I met people. I did not know what he meant, and said so. As we passed a Toda patriarch and his daughter, he said again, "How do you meet people? Look at these Toda's passing us, that old man with his
beard, and the young girl with her striped shawl. What is your response to them?"
I said that when I see them I think of what they once were. Once their tribe ruled in the Nilgiri hills. They were the kings of this land, and now they are poor wanderers, grazing cattle and clustering in small glades.
He said, "Surely, if you want to understand them, you do not see them through your thoughts. Why aren't you just aware of them passively, with alertness? Why are you not sensitive to them?"
Later, as we were returning home, he turned to me and said with a twinkle in his eye, "Go and make friends with the trees."

J. Krishnamurti: A Biography, Pupul Jayakar p.126



Voor de ‘Shake v/d Week’ blijven we in die contreien: Nusrat Fateh Ali Khan met Meri Ankhon Ko Bakhshe Hain Aansoo.

Voor de liefhebbers hier de tekst in het Engels:

Presented to my eyes are floods of tears
And wounds of sorrow within my heart

Which bounty should I state?
I asked for love, but sorrows were gifted in return

They claimed, they rushed to console me
But look at such a consolation

Shattering the Holy place within my heart
Idols of desire were gifted to me in return

The heart trembles with every plead
The eyes are scared stiff to weep

Such was the love that as they left
They made a promise to forget me in return



donderdag 27 september 2018

Abida Parveen | I am drunk with love and yet thirsty

Alas, don't tell me the Christians are lost.
Don't tell me the Jews are lost.
Don't tell me the infidels are lost.
Alas, my brother, you are lost,
That is why everyone else seems lost.

Rumi

Shake v/d Week[i]
Tao-zen 'huiskamergroep'

Album : 'Ishq | Supreme Love
Artiest : Abida Parveen
Nummer: Mein Nara E Mastana | I Am Drunk With Love And Yet Thirsty (Urdu 'ghazal' van Wasif Ali Wasif).


 

Main nara-e-mastana, main shouqi- e- rindana
Main tashna kahan jaaon, pee kar bhi kahan jana
Slogan of Inebriation am I, drunkard mercurialness am I
drink may I , may I not hardly does it make a difference
Main souz-e-mohabbat hoon, main aik qayamat hoon
Main ashk-e-nadaamat hoon, main gouhar-e-yakdana
A burning heat of love am I, the eventual
Tear of ignominy , a pearl unfound am I
Main tahir-e-lahooti, main johar-e-malkooti
Nasoot ne kab mujh ko is haal mein pehchana
Pern of heaven, the gem of empires and I
Hath when humanity known me so?
Main sham-e- farozan hoon, main aatish-e-larza hoon
Main sozish-e-hijraan hoon, main manzil-e-parwana
Illuminating light of the dusk, a raging flame am I
Mordancy of parting, Destination of Pyralid am I
Kis yaad ka sehera hoon, kis chashm ka darya hoon
Khud toor ka jalwa hoon, hai shakl qalbhana
A desert of thoughts, a river of which fall?
the biggest reality of the universe yet unrevealed
Main husn-e-mujassim hoon, main gesu-e-barham hoon
Main phool hoon shabnam hoon, main jalwa-e-janana
A frozen beauty am I, a ringlet in anger
A flower, the dew am I, beauty of the beloved
Main wasif-e-bismil hoon, main ronaq-e-mehfil hoon
Ik toota howa dil hoon, main shehar mein veerana
Wasif, slayed am I, heart of the crowd
A broken heart am I, a lonely in the city.

__________________

[i] Bijgaande vertaling van 'Mein Nara E Mastana' circuleert overal op het internet en is de enige die daar te vinden is. Zie bijvoorbeeld: Monica Dogra - Naraye Mastana Lyrics | MetroLyrics




zondag 16 september 2018

Warme muziek uit Mali van Habib Koité


Op de dag dat mijn vader overleed en mijn wereld kantelde - 2 januari 1977 - was mijn broer op expeditie naar de Dogon in Mali, samen met de filosoof Fons Elders (nomen est omen), die ook zijn vier kinderen bij zich had...
Gelukkig maar dat ik in warme aanwezigheid verkeerde van Klaaske, Josje en de vroegwijze Ayn...

Op Elders' website valt te lezen dat zijn gezelschap op die bewuste dag een tocht maakte naar Yougoudougourou, de heilige plaats van de Dogon. Je leest daar ook hun visie op de dood:
During the funeral ceremonies which – with intermezzo’s – last seven days and nights, they sing: Life is good, but death belongs to it. The Dogon live in love and fear with their dead of which the souls continue to live in the ‘waggon’, the Ginna. Life is one great cycle, with an afterlife that resembles the life before. If one dies as a good human, life after death is identical to the moment of dying. When one dies as a bad human, the activities after death will show that. This perspective explains the fear for black magic, as everywhere on earth where one experiences the cycle of the living, the dead and the yet to be born.
Meino maakte in het dorp Kundo Ando, de verblijfsplaats van de expeditie, onderstaande video:

 

Mali is een land met uitzonderlijke muzikale talenten. Zoals Toumani en Mamadou Diabaté, Ali Farka Touré en zijn zoon Vieux, Amadou&Mirjam en Habib Koité - vooral bij die laatste twee vond ik grote warmte.

Zanger/gitarist Ali Farka Touré was een legende. Hij werd wereldberoemd met het album Talking Timbuktu, dat hij samen met Ry Cooder maakte. Ook zijn In The Heart Of The Moon, spontane improvisaties met kora-speler Toumani Diabaté, is legendarisch.
Op dat album staat ook het nummer Monsieur Le Maire De Niafunké - op het laatst van zijn leven was Touré burgermeester van zijn geboorteplaats langs de oevers van de Niger, hij spendeerde er royaal zijn kapitaal... Touré was zich altijd boer blijven voelen.

Was het indertijd bij Fons Elders de Dogon architectuur, bij mij had al die geweldige muziek uit Mali belangstelling gewekt voor het land. Maar de burgeroorlog 2012 maakte een eind aan die illusie...

Precies die bloeiende muziekcultuur werd door de Malinezen ingezet in hun strijd tegen de oprukkende islamisering. De Toeareg rebellen hadden een monsterverbond gesloten met de islamitische Ansar Dine militie. Die waren inmiddels begonnen in het veroverde gebied - zeg maar 3/4 van de bizarre koloniale kaart van Mali - de Sharia in te stellen. Het Niafunké van Touré was inmiddels diverse malen van eigenaar gewisseld. Gelukkig heeft Touré het niet meer mee hoeven maken, hij stierf in 2008.

In de onderstaande video van Habib Koité uit die tijd, zie je hoe deze telg uit de Griot kaste - de vertellers en muzikanten van Mali - ingezet wordt als rolmodel voor de jeugd, terwijl hij al 'musicerend' met ze voetbalt op het dorpsplein. Daarbij wordt hij geassisteerd door een van de meisjes - die gezamenlijk met hun dans de uitvoering opvrolijken.
Een beter antipropaganda tegen de zwartekousenkerk van dat andere woestijnvolk kun je je niet denken...



De Shakemuziek v/d week was Habib Koité met Fatma, van het album FOLY!



Hieronder zie je hem dan nog eens aan het werk in een live uitvoering van Fatma.
Veel plezier!

vrijdag 7 september 2018

'Peyote song' uit het Tropenmuseum

Soms dringt het weer even tot me door - als een verre kreet van een dier in de nacht - dat muziek als een rode draad door mijn leven loopt.
Toen ik na jaren weer eens een kijkje in het Tropenmuseum ging nemen, kwam het bij me boven dat wat me daar in al die jaren het meest dierbaar was geweest ... een stukje muziek bleek te zijn. Je kon dat daar afspelen door op de afdeling Latijns Amerika op een knop te drukken. Het was een liedje van de Huichol, een Mexicaanse indianenstam, maar hoe klonk het ook weer...
Toen ik onlangs onderstaand fragment van Kayan Kalhor op zijn kamanche hoorde, kwam de muziek van dat bewuste fragment weer bij me boven ...



... en ik herinnerde me dat er een viool had geklonken - wel apart voor die Huichol ...
Na veel research op het internet, op zoek naar een fragment dat gelijkenis vertoonde met dat wat ik me herinnerde uit het Tropenmuseum, vond ik dit:



De Huichol staan bekend om hun ritueel gebruik van peyote, een cactus die mescaline bevat. Het hallucinogene effect daarvan kan uren duren: kleuren worden intenser, je ziet steeds wisselende, kleurige patronen en allerlei geometrische figuren. Zoals je die ook terugvindt in de psychedelische kunst van de Huichol - zie hieronder:

[klik om te vergroten]
Mijn fascinatie van toen voor de 'peyote song',  kon niet los gezien worden van de buitengewone interesse die de boeken van Carlos Casteneda in me opriepen, over de lessen van de Yaqui tovenaar Don Juan. Als ik zelf toch ooit zo'n leraar zou vinden die me het 'tijdloze' kon onderwijzen.
En toen vond ik Maarten Houtman...
Eén uitspraak van Don Juan bleef mij altijd bij: dat gedachten van buiten je komen. Natuurlijk vroeg ik Maarten daar een keer naar, en die zei: hij heeft helemaal gelijk… Terwijl wij gedachten juist in ons voelen, als ons meest persoonlijke bezit...
Ik denk dat het geheim ervan is dat wij zó in onze gedachten leven, in die wereld die ons is aangepraat, dat we ons 'van binnenuit leven' absoluut niet kunnen voorstellen. Want dan is er niks...

Tot slot de Shakemuziek van de week: Soefi-muziek uit Marokko, van het album The road to Jajouka. Echt een statement voor deze tijd - lees ook onderstaand tekst van hun website:


"Bachir Attar and the Master Musicians of Jajouka hail from an ancient village perched in the foothills of the Rif Mountains in Northern Morocco. For generations the Attar family have maintained one of the world's most unique and enduring musical traditions.
This album is a musical tribute to the Master Musicians of Jajouka, featuring new performances and remixes created by western 'master' musicians, wishing to celebrate and support Jajouka's rich musical and cultural traditions."

vrijdag 3 augustus 2018

De dader is voortvluchtig

Vannacht stal ik de maan, ik zag haar nog lang aan de hemel staan
[klik om te vergroten]

Ik heb best veel geheimen
die ik maar liever voor me hou.
Zoals dat ik droomde over Poetin
dat ik met hem praten zou

hij bleef treuzelen, en ik wachtte
maar ik wist wel dat hij komen zou
of wist hij, dat ik wist, dat hij …
hoe zat het nou?

Ja, we zaten even samen aan tafel
een beetje schimmig was het wel.
En op de begrafenis van mijn vader -
ook iets wat ik liever niet vertel -

was er zijn gewaardeerde collega
die mij de wind van voren gaf:
ik had me als zoon slecht gedragen
mij wachtte vast de ergste straf.

Al die dingen wist Maarten van je
hij keek je rechtstreeks in de ziel -
en nam zo alle schuldgevoelens af.
Ik wist van hem alleen zijn password.

Want één ding zal ik nooit verklappen:
het password van m’n Time Machine -
of eigenlijk het password van Maarten,
ik nam hem over, dat weet je misschien.


zaterdag 28 juli 2018

Maanstand

[klik om te vergroten]

Hé maan
waarom kon je niet wat hoger staan,
je verdwijnt precies achter de dakgoot van die flat
die ik toch al zoveel uren heb moeten verduren.
Uit frustratie net een cracker belegd
met de laatste jam - en straks dan?
zeker droog brood eten.

Nee moeder,
zo zijn we niet getrouwd...
Maar wacht eens, daar bedenk ik wat,
ik kan gewoon een end met je meelopen...
weliswaar niet verder dan de muur van de buren,
maar dat geeft voldoende tijd om...

Hé broeder,
zie ik je nog eens terug, volgende jaar
of misschien in een volgend leven?
Ik weet natuurlijk niet hoe je dan zal staan,
'k heb geen verstand van maanstanden -
laat staan van maanstonden.

Hé hoeder,
fijn dat ik met je mee kon dansen,
het leven is maar kort, het balkon maar smal,
maar in de extra tijd die je me gaf
heb ik de lente gevierd, middenin de heetste nacht.
Ach, ik ben maar een beginneling.



woensdag 25 juli 2018

'Van de bergen zal mijn hulp komen'

[klik om te vergroten]
Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal.
Psalm 121 : 1

Hoewel de bijbelse contreien lijken te grossieren in heilige bergen – de Tempelberg, de berg Sinaï, de Ararat – wringen de exegeten zich bij psalm 121 in bochten om uit te leggen dat het God zelf is die daar helpt, en niet de berg.
Bij Maarten Houtman is er wél een verhaal van een berg die te hulp kwam. Toen hij als verpleger in de dodenbarak van het jappenkamp met dysenterie besmet raakte, was het de blauwe berg, die hij over de omheiningen heen in de verte kon zien liggen, die hem redde:
“Hij herinnerde zich van het halve uur in de zon, elke middag, om zich te desinfecteren, dat de blauwe berg hem soms wenkte als hij leeg en verloren naar zijn goedige top keek, waar kleine wolken in een krans heel langzaam omheen bewogen. Dat er heiningen en wachttorens tussen waren, deed er niet toe.
Soms breidde de berg zich helemaal uit tot de man zodat hij kon worden opgenomen in de liefelijkheid van het ongeborene, als hij daar tenminste naar verlangde, want de berg verplichtte hem nooit. Hij was er alleen maar in zijn ongedeelde volheid.
Zelfs in deze regennacht zou de berg er zijn en van hem weten, dacht de man, en gaf zichzelf met zijn kramp aan hem over.”
Maarten  Houtman, De ongelovige.
Ook al ben ik zelf opgegroeid aan de rand van de Krimpenerwaard, diverse malen in mijn leven hebben bergen mij totaal overrompeld door hun onaardse schoonheid. Maar ik moest dan wel door anderen op die stralende aanwezigheid geattendeerd worden – die daarmee tevens even een tipje van de sluier van het hemelse paradijs voor mij oplichtten.

De eerste keer dat me dat gebeurde was ik een jaar of 15, het was tijdens een vakantie met de familie van een schoolvriend in Beatenberg, Zwitserland. Op een stralende ochtend werd ik naar hun kamer geroepen om het uitzicht op het balkon te bewonderen ... het was of de hemel voor mij openging: aan de andere kant van de Thunersee, die langs de glooiingen diep beneden lag, zag ik een hemel vol majestueuze witte bergen die zich weerspiegelden in het meer. Noch hun aanblik, noch hun namen zal ik ooit vergeten: Eiger, Mönch, Jungfrau...

zaterdag 30 juni 2018

‘Ode to Istanbul’ op het Amstelveld

Amstelkerk, maandagavond 25 juni om 20.00u
[klik om te vergroten]
De Amstelkerk - een houten noodkerk, annex 'preekschuur', uit de 17e eeuw, waarvan het verhaal gaat dat Napoleon er zijn paard stalde - was tot 1985 het domein van de Studentenekklesia en zijn pastor Huub Oosterhuis. In de glazen panelen op de verdieping staan gedichten gegraveerd, of die van hem zijn weet ik niet.
Ik fietste er afgelopen maandag - daags na de Turkse verkiezingen - heen voor ‘Ode to Istanbul’, een concert in het kader van het 'Oriental Landscape Festival', een van oorsprong Syrisch initiatief dat met organisatoren en al naar Nederland 'verhuisde'. Het festival geeft ook een duidelijk politieke boodschap af: bij het optreden van het New European Ensemble na de pauze zou een videokunstwerk op wanden en plafond van de kerk geprojecteerd worden, 'Oriental Time' geheten, over de door IS verwoeste Syrische stad Palmyra. Maar ik hield het na de pauze voor gezien.
   
Met de klok mee: George, Oene, Sanem, Oguz, Udo en James
Daarvoor was er die ‘Ode to Istanbul’, een compositie van Oene van Geel, rond gedichten over Istanbul.
De uitvoerenden waren:
Oene van Geel - viool
Sanem Kalfa – zang
Oguz Buyukberber - klarinet
George Dumitriu – viool
James Oesi – bas
Udo Demandt – slagwerk

Het waren stuk voor stuk fantastische musici: Oene van Geel zelf, die zigeunerklanken onttrok aan zijn 5-snarige viool. Oguz Buyukberber spuwde vuur uit zijn klarinet (mijn oude liefde, soms mis ik het...).
Contrabas fenomeen James Oesi, Zuid-Afrikaan van oorsprong maar hier geheel ingeburgerd, speelde een prachtige solo. Je vindt veel video's van hem, o.a. van VPRO's Vrije Geluiden.
Maar eigenlijk was ik speciaal gekomen voor zangeres Sanem Kalfa, die ik ook op video's had gezien, samen met haar vaste begeleider George Dumitriu. Beiden zijn afkomstig uit Istanbul en gaven het programma daarmee haar authenticiteit.
Sanem Kalfa begon haar muzikale carrière als celliste. Na twaalf jaar koos ze voor een leven als jazz zangeres en verhuisde in 2007 naar Nederland. In juli 2010 ontving ze op het 44e jaarlijkse Jazz Festival in Montreux de 1e prijs uit handen van juryvoorzitter Quincy Jones.
Ook zij had in de Amstelkerk een solo optreden, begeleidt door George Dumitriu. Hieronder twee bijzondere video's van het duo:






vrijdag 22 juni 2018

De kora van Mamadou Diabaté

Afgelopen woensdag, op weg naar onze 'huiskamerzen' in de stad - we moesten alleen nog ergens in de buurt iemand ophalen - reed ik ons woonerf af over de verkeersdrempel met kruisend voetpad én fietspad, om de weg op te rijden. Ik doe dat al twintig jaar, en dan weet je: eerst links en rechts op het voetpad kijken, dan links en rechts op het fietspad, en dan nog links en rechts op de weg. Het houdt je nek soepel...
Maar die zomeravond, rond half zeven - het was nog volop licht - ging er iets mis. In mijn ongeduld, waarvan in mijn hele gedrag een spoortje aanwezig is, een minuscule trekking van het oog of van een spier - al dat opgezouten ongeduld, haast, ondanks mezelf die het zogenaamd beter weet - ontlaadde zich in dat ene moment dat ik het naliet, na een 'scan' van de weg, nog één keer een blik op het fietspad te werpen wat daarvóór ligt. In één flits kwam dat hele verleden samen in dat ene moment: ik hoorde een klap, zag een fietser door de lucht tollen en onder z'n fiets op de straat klappen.
Eén ondeelbaar moment was er niets. Toen sprong ik m'n auto uit, ik hoorde hem kermen en gelijk daarop iets tegen me roepen, totaal over z'n toeren. Ik keek in die onontwarbare knoop van lichaamsdelen en fiets, en zag zo op het eerste gezicht geen breuk. Ik dacht: het alarmnummer bellen! Maar wat was het ook weer?

Daarna voltrekt zich alles verder in slow motion: buren die de wielrenner onder z'n fiets vandaan haalden, Klaaske die het alarmnummer van me overnam omdat ik ze niet verstond, terwijl ik me met het slachtoffer bezighield. Hij stond al weer op z'n benen, zij het nog wat wankel. De politie kwam er al aan, even later verscheen de ambulance. Vriendelijk en kundig verleenden ze hun diensten. Ook mij werd gevraagd of ik niet erg geschrokken was... Even later vertrok de ambulance, met de wielrenner op het bankje - hij leek ongedeerd - en de fiets op het brancard, op weg naar zijn huis.

Toen ik vannacht - nu twee dagen later - op mijn balkon te shaken stond, zag ik de wind door de bladeren ruisen en hoorde Mamadou Diabaté op zijn kora als was het de eerste keer: het ruisen van de snaren in een harmonisch geheel - een man, afkomstig van een continent 'waar ze niet kunnen voetballen' en waar ze met tienduizenden van wegvluchten, op weg naar ons paradijs... Maar wat een rust gaat er uit van zijn muziek ... een rust die zich door mijn lichaam verspreidde. Hij vertelt de verhalen die in zijn wereld nog doorgegeven worden, met warmte en ongelooflijke vitaliteit. Over een leven dat zich al spelend ontvouwt op het ritme van de levensenergie. Waar geen klok is die mechanisch de tijd wegtikt of sirenes die je oproepen tot de strijd.
Dans mee met de muziek, mijn lichaam - en mijn geest, vrij zwevend over de wateren, verenig je met alles wat leeft!
Zal ik dan eindelijk de versnelling vergeten, die drang die je voortdrijft tot steeds groter vaart en je het leven van een ander doet vergeten ... tot het met een klap aanklopt bij de poort van je bewustzijn...


zaterdag 9 juni 2018

Barzakh


Wij dansen onder de sterren
een punt in de eeuwigheid
een tel in de onmetelijke ruimte
voor altijd.

Cover van Anouar Brahem's album Barzakh (1991).
[klik om te vergroten]

‘Barzakh’ is binnen de islam de term die gebruikt wordt voor de periode tussen iemands dood, en de wederopstanding op de Dag des oordeels en het verblijf in het ‘akhirah’ (het hiernamaals) daarna. Het wordt gezien als een soort slaaptoestand. Het zijn zaken waar bij ons in het Westen vanuit de traditie niet over gesproken wordt en waar we dus weinig over ‘weten’.

Ik ben niet in de wieg gelegd voor ‘zitten’ - in tegendeel, ik reed met mijn kinderledikantje al schuddend en bonkend met mijn hoofd tegen de panelen over de zolder.
Ik ben Maarten Houtman nog steeds dankbaar dat hij ons op een keer vertelde dat hij geshaket had, en gemerkt had dat het werkte. Dat was tijdens de allerlaatste les die hij gaf, in mei 2007.
Ik heb vanaf september 1981 les van hem gehad en al die tijd bij hem ‘gezeten’, zoals dat heet. Al die tijd heeft hij het ook over het ‘zitten’ gehad ... alleen die ene keer over het shaken.
Ter elfder ure werd dat mijn oefening, ik ging shaken.

Om het uit te proberen begaf ik me naar de ‘Osho Humaniversity’, een huis aan het Sarphatipark in Amsterdam. Ik werd opengedaan door Erna Heijligers ... die me leek te verwachten, de naam van Maarten deed wonderen.
Zij had Maarten, na het verschijnen van zijn autobiografische roman ‘De andere oever’, geïnterviewd voor het tijdschrift Diep. Daarbij had ze het over haar shaken gehad en Maarten en Hanna beloofd een keer terug te komen om het met hen uit te proberen. Maarten was toen 89...

vrijdag 25 mei 2018

Een nacht in het klooster - Regina Carmeli, mei 2018

In de nacht van 26 op 27 april, daags voor zijn honderdste geboortedag - die we op 5 mei zouden vieren - verscheen Maarten me in een droom, zijn gestalte was duidelijk zichtbaar. Maar zijn boodschap leek persoonlijk te zijn, hij zei me: “Breng maar een nacht in het klooster door…”

Die boodschap was voor mij glashelder. Dat zat zo:
Ik was van plan een tentoonstelling in museum ‘De Domijnen’ in Sittard te bezoeken, maar vond de reis op één dag teveel. Ik kreeg een tip dat ik in het klooster ‘Regina Carmeli’ terecht zou kunnen, niet ver van het museum.
Dat leek me een apart avontuur – we zijn tenslotte met Maarten vaak in kloosters geweest – en een verblijf daar was niet duur. Ik was het nog aan ’t overwegen, toen ik ’s nacht die droom kreeg – voor mij een soort ingreep van de hemel, waar ik zeker gevolg aan wilde geven.
De volgende dag mailde ik met het klooster en uiteindelijk kon ik er 22 mei terecht.

Toen ik die dag ‘s middags in Sittard aankwam, hing er een dreigende lucht. Er was onweer voorspeld. Ik zette m’n auto in een parkeergarage vlakbij het museum. Maar toen ik buitenkwam stonden de sluizen van de hemel wijd open, ondanks m’n paraplu was ik in een mum van tijd doorweekt. De regen was inmiddels overgegaan in hagel. Ik schuilde tegen een gevel, maar zag dat het hopeloos was. Ik vluchtte de garage weer in en besloot het museum over te slaan en direct naar het klooster te rijden.
Buiten kolkte het water door de straten, putdeksels lagen naast open gaten. Bij het klooster gekomen, moest ik tot aan m’n enkels door het water waden om de ingang te bereiken. Toen ik binnenkwam, was het eerste wat ik zag een ondergelopen keuken. Boven gekomen zag ik vanuit mijn raam de eerste hulpdiensten op de binnenplaats van het complex verschijnen, die slangen uitrolden. Alle kelders bleken ondergelopen te zijn.

Mijn uitzichtspunt in de zitkamer - het was er uitgestorven... [klik om te vergroten]

Bij het avondeten vertelde een zuster dat ze urenlang opgesloten had gezeten en geklop en noodkreten had gehoord: “Ik heb een uur tot de Heilige Jozef – de schutspatroon van de orde – gebeden of hij we wilde redden, maar bedacht toen dat ik ook geduld moest hebben…” Ze was nog steeds opgewonden en hield een lederen gebedenboek tegen de borst geklemd. Mijn wijsneuzige opmerking dat je toch maar jezelf moest zien te redden, werd weggewimpeld - misschien had ik zelf wel tot Maarten gebeden…

woensdag 18 april 2018

Angkor Wat in Yunnan

*** Tweede vervolg op Silk Road to Empire of Heaven ***

Minkia houtsnijwerk in het City Park in Lijiang
[klik om te vergroten]
Ik fotografeerde deze houten schijf in 2011 in het stadspark van Lijiang (Yunnan, ZW China), aan de voet van het 'Moon Embracing Pavilion' (zie ook het fotopaar in de aflevering van 14 april).

Moon Embracing Pavilion, Lijiang Park
[klik om te vergroten]

Op zoek naar een uitleg bij deze intrigerende figuren, bladerde ik in The Forgotten Kingdom (1957), van de Rus Peter Goullart, die rond WOII tien jaar in Lijiang doorbracht (zie de twee vorige afleveringen), een stad die bewoond wordt door het volk van de Naxi's. In hoofdstuk IX besteedt Goullart ook aandacht aan andere 'minorities' die in die streek wonen, en vertelt dan het volgende verhaal over de Minkia's:
"De Minkia waren het meest bekend door hun griezelige vaardigheid in metselwerk en timmerwerk, waardoor de stam beroemd werd in de hele provincie Yunnan en tot ver over haar grenzen. Alles wat ze bouwden ging snel en goed, van een eenvoudig dorpshuis tot een paleis of een grote tempel. De precisie en voortreffelijkheid van hun werk zou elke westerse architect sieren.
De Minkia was een geboren artiest, doordrenkt van de traditie van eeuwen, van mond tot mond doorgegeven. Elk huis, elke schrijn langs de weg en elke brug was, hoewel in overeenstemming met een vaste stijl, toch een individueel kunstwerk.
Maar het was in het bewerken van steen en hout dat het artistieke genie van het Minkia-ras het mooist tot uitdrukking kwam. Zelfs het eenvoudigste huis moest prachtig gesneden deuren en ramen hebben, zijn patio versierd met exquise stenen figuren en met vazen,​​ volgens een bijzonder patroon gerangschikt.
De onderwerpen van het houtsnijwerk waren altijd mythologisch. En misschien was hun symboliek al vergeten, maar ze leken een voor de hand liggende betekenis te hebben. Het proces van steen- en houtsnijwerk was bewerkelijk, maar de uitvoering was perfect, geen detail werd onafgemaakt.
De stelling dat de Minkia vanuit Angkor Thorn naar Yunnan zijn gemigreerd, wordt door deze ogenschijnlijk aangeboren neiging tot artistiek werk in steen en hout sterk ondersteund. Hun gelaatstrekken vertonen ook een grote gelijkenis met het beeldhouwwerk van Angkor Wat. Hun taal is Maung Khmer en is, hoewel sterk vermengd met Chinese woorden en uitdrukkingen, toch duidelijke een taal op zich."
Angkor Wat - gelaatsbeelden van de Bayontempel.
[klik om te vergroten]
Wikipedia geeft de volgende uitleg bij Angkor Wat ('Hoofdtempel'):
Tempelcomplex in Cambodja en grootste religieuze monument ter wereld, met een oppervlakte van 162,6 hectares. Het werd oorspronkelijk gebouwd als een hindoetempel voor het Khmer-rijk en transformeerde geleidelijk in een boeddhistische tempel tegen het einde van de twaalfde eeuw. Het werd gebouwd door de Khmer koning Suryavarman II
Intussen gaat het shaken gewoon door. Hierbij de muziek van deze week:




zaterdag 14 april 2018

'Forgotten Kingdom' Lijiang

*** Eerste vervolg op Silk Road to Empire of Heaven ***



Ik vond op YouTube deze video van een concert van het Naxi Orchestra in de Naxi Music Academy in Lijiang met prachtige portretstudies. Het zijn beelden die getuigen van een ontroerende toewijding, bijna letterlijk ‘tot de dood erop volgt’.
We krijgen de volgende informatie over de achtergrond van de muziek:
Dongjing music was introduced to the Nakhi from the central plains during the Ming and Qing dynasties, and today it is the most well-preserved musical form in China. At least four unabridged orchestras exist in and around Lijiang, and these characteristic bands are famous for their 'three-olds': first, old men (most of the players are over 70 years old); second, old musical instruments (many are antiques dating back more than 100 years, some of which can not be seen in other places); third, old songs (all are antiquated classical music).
🀄️

We zagen in de vorige aflevering dat Peter Goullart, schrijver van Forgotten Kingdom, rond WOII tien jaar in Lijiang doorbracht. Je vraagt af: hoe raakte hij daar verzeild?
Peter Goulart was — net als Igor Warsdad, de ‘heilige’ die Maarten Houtman in het jappenkamp tegenkwam — een Russische refugié, die naar het Verre Oosten was getrokken om aan de Bolsjewistische revolutie te ontkomen. Hij belandde uiteindelijk in China en bouwde daar een nieuw leven op, samen met zijn moeder, die met hem mee gevlucht was. Toen zij in 1924 overleed, was hij ontroostbaar...
“I thought I could not survive her passing. In my grief I went to the famed West Lake near Hangchow and there, quite by chance, I met a Taoist monk. Our friendship was spontaneous, for I was already familiar with the Chinese language, and he took me to his monastery situated on a peak a few miles from town. There my friend ministered to me as if I were his dearest brother, and the Grand Abbot received me with wonderful understanding. With their guidance I found peace, as though by magic, and my heart seemed to heal.”
Het klooster en zijn abt bleven ook in de woelige jaren daarna zijn toevluchtsoord. Na tal van bizarre avonturen lukte het hem uiteindelijk in Lijiang gestationeerd te worden — niemand wilde daarheen, de Naxi regio was voor Chinezen de buitenste duisternis, “een niemandsland verloren in een zee van barbaarse stammen, die zelfs geen Chinees spraken...”

Lijiang Park, in 1945 (foto uit 'Forgotten Kingdom'), en zoals ik het zag in 2011
[klik om te vergroten]

In Forgotten Kingdom komt de volgende passage voor, waarin Goullart de levenshouding van de plaatselijke bevolking afzet tegen de Westerse levensstijl, met name wat betreft de beleving van tijd:
“Het begrip ‘tijd’ had in Lijiang een totaal ander betekenis dan in het Westen. In Europa, en vooral in Amerika, wordt het grootste deel van de tijd gebruikt voor het verdienen van geld, niet zozeer om te kunnen leven in fatsoenlijke omstandigheden, als wel om meer en meer comfort en luxe te verzamelen. De rest van de tijd, die onbezet blijft, wordt ‘gedood’ op een manier die nu routinematig en rigide is geworden. Vanwege de preoccupatie met werk en het rituele doden van de tijd, is er een relatief nieuw concept ontstaan van de mens die zó druk is dat hij helemaal geen tijd hééft. Dit idee van de mens die het zo druk heeft dat hij geen minuut te missen heeft, is uitgeroepen tot de standaard waarmee de hele mensheid wordt beoordeeld.

De auteur vertrekt voor een inspectietocht langs verafgelegen coöperaties
[klik om te vergroten]

“In de prachtige vallei van Lijiang, die toen nog onaangetast was door de complexiteit en haast van het moderne leven, had ‘tijd’ een andere waarde. Het was een zachtaardige vriend en een vertrouwde leraar, die daar een magische eigenschap bezat die niet alleen ik, maar ook anderen hadden opgemerkt: in plaats van dat hij te lang was, was hij te kort; de dagen gingen voorbij zoals uren en de weken zoals dagen; een jaar was als een maand, en de tien jaar die ik daar doorbracht, gingen voorbij als was het slechts één jaar.


Zicht op Mount Satseto (alias Snow Mountain) vanaf Lijiang heuvel, nabij het huis van de auteur
[klik om te vergroten]

“Het was niet zo dat we zó druk waren dat we geen tijd hadden om alle schoonheid en goedheid te zien die in die gezegende vallei aanwezig was. Er was tijd voor beide. De mensen op straat onderbraken hun marchanderen om een bos rozen te bewonderen of een minuutje naar de heldere diepten van een beek te kijken. Boeren stonden even stil op hun velden om naar het steeds veranderende gezicht van de Snow Mountain te kijken. Een vlucht kranen werd ademloos gevolgd door de menigte op de markt, en het gezang van vogels werd uitvoerig becommentarieerd door bezige Minkia-timmerlieden, die hun zagen en bijlen lieten rusten. Groepen oude mannen met de appelwangetjes en golvende baarden, lachten en maakten grapjes als kinderen terwijl ze de heuvel afdaalden met hengels in de hand voor een vistochtje. Een fabriek sloot voor een dag of twee, omdat de arbeiders opeens wilden picknicken bij een meer of op de Snow Mountain. En toch deden ze hun werk, en ze deden het goed.”
🀄️

vrijdag 13 april 2018

Silk Road to Empire of Heaven

Opgedragen aan mijn vriend en leermeester Maarten Houtman, wiens 100e geboortedag we deze maand vieren - die me op het laatst van zijn leven stimuleerde vooral nog een grote reis te ondernemen, “voordat het niet meer zou kunnen.”

Ik had me geen zorgen hoeven maken of ze er ooit zouden komen ... maar ik ben toch heel blij dat het Silk Road Ensemble nu toch de weg naar het Hemelse Rijk gevonden heeft...
Ze bleven lang hangen in de bergen van Centraal Azië, waar ze in samenspel met kamancheh speler Kayhan Kalhor (zie o.a.: ‘Improvisation is flying’) lange tijd vertoefden. Ik maakte daar indertijd het volgende statement over:
De muzikale verkenningen van The Silk Road Ensemble - ‘A Playlist Without Borders' - zijn zo breed en gaan zo diep, dat het je de angst ontneemt voor het onbekende. Je kunt dan onbevreesd een volgende hoek omslaan, een nieuw avontuur aangaan.
Zo ben ik nu bij de 'Persian and Indian improvisations' van Ghazal aangekomen (een project van kamancheh speler Kayhan Kalhor) die je opzwepen tot ware duivelsdansen - nog steeds met beide voeten op de grond. Het helpt je je levensangst te overwinnen, de basis van discriminatie, fundamentalisme en racisme.
Zie: Levenangst, Shaking Zen Blog oktober 2014
Er was daarna nog een lange reis te gaan. Ik vroeg me af: hoe zal het straks met de traditionele muziek en de traditionele instrumenten van China gaan? Zal het Ensemble daar wel aansluiting bij vinden?
Toen ik in 2012 China bereisde, bezocht ik daar de stad Lijang, een prachtig geconserveerde stad in de provincie Yunnan, bewoond door de Naxi (of ‘Nakhi’) minderheid (afstammelingen van Tibetaanse nomaden). Ik maakte daar een concert mee van het Naxi Orchestra, dat speelt op antieke instrumenten die voor de Culturele Revolutie gespaard zijn gebleven. Het concert werd gegeven in  de Naxi Music Academy (zie foto onder).

Uitvoering van het Naxi Orchestra in de Naxi Guyue Hui op 2 augustus 2012
[klik om te vergroten]

Nadat we plaats genomen hadden, betrad een groep hoogbejaarde mannen het podium, je was allang blij als ze het straks levend zouden verlaten... Tussen de instrumenten ontwaarde ik ook een pipa - het instrument dat in deze blog aflevering zo prominent aanwezig is.
De Chinese connection binnen het Silk Road Ensemble is al jaren pipa-speelster Wu Man — die we in een ander verband al eerder tegenkwamen: haar voordracht van het prachtige Night Thoughts.
Op onderstaande gloednieuwe video van Silk Road komen we Wu Man opnieuw tegen, nu in gezelschap van een ander Chinees fenomeen, de betoverende sheng van Tong Wu. Let ook op het fenomenale spel van tabla-speler Sandeep Das, en niet te vergeten op grand old master Yo-Yo Ma himself, hier, aan de rand van Azië, helemaal in zijn element.
Hemelse muziek op duizelingwekkend niveau, waar je haren van te berge rijzen, deze Chinees-Indiaas-Japanse uitvoering van ‘Moon Over Guan Mountain’, een compositie van Zhao Jiping.



De Russische reiziger en etnoloog Peter Goullart schreef Forgotten Kingdom over zijn negenjarig verblijf in Lijang rond WOII — zie de prachtige platen daar (na hoofdstuk X, ‘The Lamaserais’). Hieruit de volgende observatie:
“No Nakhi ever wanted to leave the valley if he could help it. Even those who had seen the neon-lit glories of Shanghai, Hongkong and Calcutta always wanted to return to Likiang to live. The same was true of the Tibetans, Lolos and even Minkia. Those who had travelled described vividly their revulsion and horror of the great cities they visited, with their hot, treeless streets, box-like buildings, sordid and foetid slums, and soulless, rapacious people who milled through the streets in vast, drab, grey crowds. In Likiang, where every man and woman was an individual and a person, the very idea of the shuffling, anonymous multitudes of China and India made these independent people shudder. The idea of free people being shut up to work in airless rooms for hours was abhorrent to the Nakhi. Neither for love nor money, they declared, would they ever work in such factories as they had seen in Kunming and Shanghai.”
Dit citaat stond ook in het miniboekje ‘Dayan Naxi Ancient Music Association', dat ik als een kostbaar kleinood van mijn reis heb bewaard.
Onderstaand een tweede video, met een eigen compositie van Wu Man: ‘Immeasurable Light’, “which envisions a metaphorical river—the fluid acoustic environment of a meditation temple” — muziek van een ongelofelijke intensiteit: