maandag 29 juli 2019

De ware Jacob

Waar ik het nu eens niet over zal hebben … is over seks. Ha, ha.
Seks is voor mij m’n hele leven een onverbiddelijk drama geweest, dus wat zal ik daarover beweren?
Mijn opvoeding was een schijnheilige vertoning - over seks werd niet gesprokenWie dat wel deed was een patjepeeër, of op z’n minst was je ‘ordinair’ - ik hoor het m’n moeder nog zeggen: ‘een ordinaire man’. Met andere woorden, niet spreken over seks was een teken van ‘beschaving’.
Hoe diep kan een ‘beschaving’ zinken…

Maar ik kreeg een tweede kans: jaren later kwam ik een man tegen die zonder enige reserve over voortplanting (“seks dus”) praatte, zonder ook maar één seconde de verdachtmaking op zich te laden dat hij ‘ordinair’ was: Maarten Houtman - lees zijn autobiografische roman ‘De andere oever’ of beluister ‘Zoals jij het vertelt gaat het de eeuwigheid in’, zijn magistrale toespraak tijdens de sessie van april 1993 (zie www.maartenhoutman.nl).

***

Die transformatie van mijn werkelijkheid was ongelooflijk - er was niets wat ik niet kon zeggen - alsof hij alles ook zag, er waren geen geheimen meer.
Ik mocht er helemaal zijn, de enige grens was ‘dat je jezelf niet kapot moest maken’. Zo werd mijn verborgen leven iets alledaags, nu mijn lichaam er helemaal mocht wezen, mijn geest niets te verbergen had. Zo ontstond er een basis om verder te leven.
Maar wat de uitkomst was, wist je niet. Natuurlijk waren er verlangens naar het gemiste. Maar als het niet kwam, als het er niet was - dan was dat nu eenmaal zo....

Zo werd alles gezien, alles gehoord, alles begrepen, er waren geen grenzen meer, alleen voortdurende aanwezigheid, waakzaamheid, vervulling - als alles er mag zijn, niets te vrezen is, ook de dood er mag zijn.
Dan is ook niets je teveel, je hebt er alles voor over, perfectie is een vreugde.
En er is geen eindpunt, je begint zomaar opnieuw - het is een lied wat gehoord moet worden, een verhaal wat verteld moet worden, het zoekt zijn eigen weg...
Alleen jij moet er bij zijn, jij moet ervoor klaar zijn.

Abdullah Ibrahim achter zijn piano. [klik om te vergroten]
Als  Shake v/d Wake een track uit ‘Balance’, het kersverse album van Abdullah Ibrahim - zie onderstaande recensie van het Muziekweb:
“Nelson Mandela noemde pianist, fluitist, zanger en componist Abdullah Ibrahim liefkozend de Mozart van Zuid-Afrika. Adolph Johannes Brand was bekend als Dollar Brand voordat hij de islamitische naam Abdullah Ibrahim aannam. In de jaren zestig stond hij aan de voet van de zogenaamde Cape Jazz, een mix van jazz en Zuid-Afrikaanse volksmuziek. Hij verbleef tijdens de jaren van Apartheid veel in New York maar deze tachtiger is tegenwoordig weer gevestigd in Kaapstad. Zoals de titel van dit album al aangeeft maakt hij de balans op van zijn leven en beschouwt hij ervaringen uit het verleden, hoop voor de toekomst en de realiteit van het nu. Dit uit zich in lyrische klassieke melodieën en licht swingende jazzpassages waarin zijn impressionistische pianospel domineert. Muziek die altijd zonnig als het Zuid-Afrikaanse klimaat aandoet, maar nooit oppervlakkig wordt. De rijke en gelouterde composities van Ibrahim klinken hier volledig in balans.”



Hier nog een opname van een recent life optreden van Ibrahim:




vrijdag 26 juli 2019

Het oog van de meester III

Gedrieën (Hein, pa, ma). Foto Jan Zijlstra

Er is geen leven dat nooit,

al was het maar een ogenblik,
onsterfelijk is geweest.

Wislawa Szymborska
Over de dood, zonder overdrijving

***

Ook toen was schoonheid aanwezig, eigenlijk altijd al...
... met het licht, de lucht, de voortbewegende wolken,
met het leven wat in ieder mens zijn uitdrukking vindt.
Maar de dood hoort daar ook al bij, in ieders bestaan -
zoals ik ondervond op mijn nieuwe school in de stad.

Toen de meester meedeelde dat Wim was overleden,
klonk het terloops - zoals Wim er ook uit had gezien:
onopvallend, bleek, hij had altijd al iets van een geest...
Maar toen nóg een leerling overleed, huilde de meester -
wat de klas ervoer als discriminatie tussen rijk en arm.
 
Die tweede, een wat opgeblazen type, was als enigst kind
nogal verwend door zijn welgestelde ouders in Kralingen -
ik weet nog de straatnaam: de Charlotte de Bourbonlaan.
Ik hoorde dat het huis vol had gestaan met zijn speelgoed.
Op zijn gloednieuwe fiets werd hij door een auto geschept.

***

Die foto hier is van veel later, het leven had zijn tol geeist,
... waarover zwegen zij, gedrieën uitkijkend over de zee ...
Er is wel samenhorigheid, maar die is door ernst bedekt,
want er werd wel heel wat gepraat - maar nooit over mij...
Misschien is uit elkaar groeien wel een natuurlijk proces.

Zo leerde Klaaske mij, ons, kennen - zij was pottenkijker
op die Nijmeegse Driehuizerweg, avontuur én bezoeking,
als archeologe het frisse gezicht tussen de spinnenwebben.
Natuurlijk vlogen daar de splinters in het rond, ook toen al -
een meester-inbreker op het spoor van de verborgen schat.

***

Als  Shake van de Wake  Anouar Brahem met Astrakan Café, wat zowel op het gelijknamige album staat, als op het album Vague. Hier speelt de meester het life en solo, gezeten op het toneel van een enorm amfitheater. Maar zie wat een rust, wat een warmte hij uitstraalt, adembenemend, wat een man...

woensdag 17 juli 2019

Exiled to a wine red Ford Focus

Deel III van ‘Journey to California’
Wat vooraf ging: Deel I The ‘Gates of Heaven’, Deel II ‘Almost trapped in a Bad Movie’
Mijn eigen Californian Dream begon pas toen ik, na een verblijf van enkele dagen in het huis van de gastvrije Filipijnse familie van mijn reisgenote Loida in Chula Vista - op een bewaakte compound aan de rand van San Diego - naar een hotel in de stad werd gedirigeerd.
Ik had het niet aan zien komen, het waren zorgeloze dagen geweest. Ik voelde me verbannen...
Wel ging de lieve tante Sylvia mee naar Hertz om me op weg te helpen, maar er waren honderd wachtenden voor ons... Uiteindelijk huurde ik in de buurt van m'n hotel een wijnrode Ford Focus - die zich ontpopte als mijn trouwe kameraad in ballingschap.
Ik moest bij ‘wijnrode Ford Focus’ denken aan ‘de man van de witte Subaru Forester’, die Haruki Murakami opvoert in De moord op Commendatore en daar op een schilderij wordt vastgelegd - weliswaar zonder gezicht... Maar waarom zou de autobezitter ook geen archetype kunnen zijn, zonder zwaard of glazen bol in de hand... 
Zo vertrok Hein in zijn wijnrode Ford Focus richting Sequoia National Park, op weg naar de reuzenbomen. Eerst reed ik dwars door Los Angeles, over een eindeloze reeks verhoogde snelwegen en fly-overs. Toen volgden de dorre vlakten rond Bakersfield...

Door de zon geblakerde velden - ook toen al - bij Bakersfield. Daar links staat ie...

Voorbij Bakersfield ging het 4000 voet omhoog, op naar de redwoods...

Ballad of the wine red Ford Focus

Up to the redwoods
four thousand feet high
I drove my Ford Focus
up to the sky

All the way the American Way (2x)

Had I ever know there
the hardships I would own
I surely had returned then
to San Diego downtown

All the way the American Way (2x)

In my wine red Ford Focus
I drove up to the sky
and never asked questions
never wondered why

All the way the American Way (2x)

‘Exotische berm met wijnrode Ford Focus’ - samen klommen we gestaag omhoog...

Na de ontmoeting met de reuzen van Sequoia National Park, reed ik verder noordwaarts.
Onderweg stopte ik bij een eenvoudige store om een cappuccino te drinken. Ik rommelde wat in de kofferbak en legde daarbij de sleutels even neer.
En sloot toen gedachteloos de klep...

Daar stond ik, in the middle of nowhere, afgesneden van de sleutel tot mijn gehele bezit...
In paniek rende ik de store binnen en deed er m'n verhaal. De vrouw achter de toonbank hoorde me aan en vroeg welk merk ik reed. Toen ik 'Ford Focus' zei, liep ze mee naar buiten en zag dat het raam op een kier stond. Zonder aarzeling wurmde ze haar arm naar binnen en kon net het dashboard bereiken, waar aan de kant van het raam een knop bleek te zitten - waarmee ze de kofferbak ontsloot...
Ik zag het met open mond aan - waar ik vervolgens rijkelijk haar koffie in goot. Ik was haar zo intens dankbaar...

Hier ontmoette ik m'n eerste beschermengel - en de daadkracht van Amerika... 

Maar het kan ook heel anders uitpakken...

Toen ik voorbij de hoofdstad Sacramento op een dood punt belandde en niet meer wist hoe ik verder moest, liep ik weer zo'n 'store' binnen. Er was niemand te zien. Gelukkig zag ik een koffiehoekje met zelfbediening. Net toen ik wisselgeld uit het bekertje met munten wilde halen, kwam de storeholder binnen. Ze zag me met m'n hand in het bekertje en begon me op hoge toon van diefstal te beschuldigen... Stamelend probeerde ik het haar uit te leggen.

Buiten gekomen voelde ik me opnieuw verbannen en zat verloren in de wijnrode Ford Focus. Tot ik om me heen begon te kijken ... en onderstaand tafereeltje zag. Dat bracht me weer tot bezinning...
Ik startte de auto en reed richting San Francisco, op weg naar de Pacific...

Totaal ontgoocheld zat ik daar: 'Beware, this is America!' Toch een beschermengel?

Aan de kust bij Half Moon Bay raakte ik aan de praat met Jerry, een gescheiden vrouw met een zoon van zestien, die daar zo maar voor m'n neus stond. Op een bankje gezeten, vertelde ze haar verhaal. Zoonlief had op het schoolplein een afvalbak in de fik gestoken, waardoor er een keet afbrandde. Het was een lijdensweg met de autoriteiten geweest, die leek te gaan uitmonden in de jeugdgevangenis ... jeugdgevangenis??
Wel iets anders dan mijn koffiebekertje met munten...
Terug in Holland kocht ik luchtpostpapier. Ik heb nog een jaar lang met haar gecorrespondeerd - tot ze Jesus vond, toen hield het op.

Maarten Houtman spreekt in Het grote gemis over onze ballingschap (later zegt hij het begrip wat dramatisch te vinden en het liever 'onze tussenperiode op aarde' te noemen), dat we alleen in ballingschap het Grote Gemis kunnen voelen, niet in de hemel, niet in het paradijs.
“Dat hele gewone doen, wat we allemaal doen, ons hele leven door, krijgt alleen een andere dimensie als we ons bewust worden wat daarin plaatsheeft. Langs die weg gaan we op den duur voelen dat er iets anders is wat dat doen een zin geeft, veruit boven alles wat we bedenken kunnen in deze wereld. En op dat moment begint er eigenlijk een nieuw leven. Terwijl we heel gewoon ons leven van alle dag leven, met zijn vreugden en zijn bekommernissen - ons verbinden met iemand, weggaan, relaties aangaan, relaties verlaten - gaan we ontdekken dat er, behalve al datgene wat we ervan verwachten, wat wel of niet helemaal vervuld wordt, iets totaal anders is wat zich tegelijk met alles wat we al kennen voltrekt.”
Het grote Gemis. Sessie april 1993, maandagmorgen.
Toen ik, rijdend in mijn wijnrode Ford Focus, aan het eind van m'n tocht, ... van mijn Latijn, nabij San Luis Obispo in een flits de Stille Oceaan zag, hield op datzelfde moment de wereld haar adem in en voelde ik de voorlopigheid, die als een ontroering door me heen trok.




dinsdag 9 juli 2019

Het oog van de meester II

Samen op de bank op de ‘bonk’ – zoals de inboorlingen de fabriek noemden.


Je noteert wat je invalt
je herinnert je een bestaan
waar de hand schreef in heelheid
waar de oorsprong de oorsprong was
waar het ‘in’ volgde op het ‘uit’.

***

In 1946 verruilden we Utrecht voor Krimpen.
Toen de verhuiswagen de fabriek op draaide 
reed ik daar een nieuwe wereld mee binnen -
direct voorbij de ingang stond een grote boom,
daarna een wit huis, buitendijks langs de IJssel.

Van dat huis herinner ik me de eerste zomer -
het was nog laat licht, ik danste op het gazon,
onder de watersproeiers van de betonfabriek,
die mijn vader daarvoor had laten neerzetten -
het zou de warmste zomer van de eeuw worden.

Ook vogels zochten de koelte van het gazon op,
maar als ik in de buurt kwam vlogen ze weg.
Ik was verbaasd en een beetje verontwaardigd:
waarom waren ze bang, ik was toch onschuldig?
De eerste existentiële vragen dienden zich aan.

‘Schuld’ is een rekbaar begrip - was ik schuldig
omdat mijn spiedende oog van onder de lakens
zag hoe mijn moeder zich in de spiegel bekeek?
Maar zij voelde zich betrapt - de volgende dag
stond mijn ledikantje op de kamer van Meino.   

Dertig jaar later, in het huis op de Mookerhei,
trok ze, en famille, plotseling haar blouse uit,
haar borsten tonend - zichzelf revancherend? -
mijn kijken hetzelfde. ‘Ziet 't er nog goed uit?’
vroeg ze me... ‘Gekke mam,’ zuchtte mij vader.

Ik sloot daar al gauw vriendschap met Hendrik,
een bejaarde werknemer van de betonfabriek,
die op zijn oude dag het terrein schoonveegde -
sommigen noemden hem ‘een vieze oude man’.
Op een dag was Hendrik plotseling verdwenen.

Ik maakte er ook kennis met de heer Millenaar,
hij was  technisch tekenaar, met Indisch bloed,
die met vrouw en kind in ‘Suka Sini’ woonde -
een houten huis op een hoekje van de fabriek.
Ik maakte er mee dat Johan kwam, hun tweede.

Op een dag sloot een groepje kinderen me op
in het 'elektriciteitshuisje' voorop het terrein
en riepen om het hardst dat ik dood zou gaan -
ik huilde en huilde en was vreselijk bang... -
ééntje bracht me naar huis, haar arm om heen.

Toen ik op een ochtend het schoolplein betrad,
stond daar een kringetje van Molukse kinderen. 
Ik was wég van ze, ze waren anders, zo mooi...
Maar mijn toenadering werd niet beantwoord,
de kring sloot zich weer. Ik hoorde er niet bij...

De juf - die me in de klas soms op schoot nam -
kwam eens bij ons thuis met een ernstig gezicht.
Na hun gesprek kreeg ik de boodschap te horen:
als linkshandige moest ik rechts leren schrijven -
terwijl schoonschrijven mijn grootste hobby was... 

***

Zeven jaar nadien kwam daar de stormvloed.
Maar wij woonden toen al veilig in het dorp,
waar we bleven gespaard door een ‘tussendijk’ -
we hadden die avond een afspraak op een flat,   
ik moest me buiten vastklauwen aan de spijlen...
   

zaterdag 6 juli 2019

Het oog van de meester I

De gezusters Müller, met mijn moeder bovenaan.

I

“God ziet alles,” zeiden ze vroeger bij mij thuis.
Dat sloeg dan meestal op dingen die je voor je ouders verborgen probeerde te houden. Dus vanzelf werd God die boeman die met hen samenspande en dan aan het eind van je leven ook nog eens wat voor je in petto had.
Eigenlijk een vreemde manier van zeggen, een vreemde voorstelling van zaken: iets of iemand die alles ‘ziet’… Want het sloeg natuurlijk ook op je gedachten, het aller intiemste, meest verborgene hoekje dat je hebt. Dus stel je voor dat die ‘zichtbaar’ zouden zijn…

Nadat ik enige tijd bij Maarten Houtman ‘gezeten’ had en hem mijn volledige vertrouwen gegeven had, riep ik hem soms thuis in mijn wanhoop aan. Dan ging niet lang daarna de telefoon.
Als ik opnam was het heel even stil, dan klonk een zachte stem: “… met Maarten.”

Je maakt het mee, je ziet het gebeuren … en merkt dat het klopt, dat weet je gewoon. Toch doet het je wereld kantelen…
Maar je hebt CONTACT, er is iemand die je ziet, die je hoort, die voor je klaar staat.
Ondanks jezelf levert het een gevoel op dat het kan … dat het bijna zo hoort, dat niets het in de weg staat. Toch vind je het natuurlijk een beetje eng…

Dat zoiets je overkomt, komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, op een of andere manier was je ervoor geprepareerd (zeg ik nu). En je hebt er onopzettelijk misschien wel een beetje op toegewerkt.
Ik moet dan gelijk denken aan mijn toenmalige fascinatie voor de boeken van Carlos Castaneda, waar ik me op wierp toen ik alle vertrouwen in de academisch psychologie had verloren en mijn studie na jaren afbrak. Zo’n meester te hebben als die Yaqui Don Juan… A path with a heart...

Ik had in die jaren weinig meer om voor te leven, ik had bijna alle contact met m’n lichaam verloren en leefde als een spook. Alleen Klaaske hield me op de been.
Op een nacht voelde ik dat ik m’n lichaam aan het verlaten was en zag lichtwezens die mij wenkten… Maar iets in mij wist dat ik terug moest, dat er iemand van me hield en op mij wachtte…

Zo zag mijn wereld eruit aan de vooravond van onze ontmoeting met Maarten.
Gestaag begon ik weer van het leven te genieten…
We werden bij Maarten en Hanna te eten gevraagd. We stonden wat vroeg op de stoep en toen Hanna opendeed klonk het: “De eersten zullen de laatste zijn…” We kregen draadjesvlees voorgeschoteld, wij, als strenge vegetariërs… Heerlijk was het!

Intussen bleef Maarten als een zorgzame vader over me waken. Als hij lesgaf in de Kosmos wist hij dat ik daar in onze woonboot door het raam naar het water zat te staren en parkeerde hij zijn auto zó op de brug bij de Montelbaanstoren - we woonden op de Binnenkant in Amsterdam, precies tegenover waar nu de Kanzeon Sangha is - dat ik hem kon zien.
Verbeelding? Ik was de verbeelding voorbij, er was alleen nog een absoluut vertrouwen. Ik had ook nog een heel leven te gaan, voor alles wat ik meegemaakt had en niet begrepen had…
Tot dan toe was mijn enige - naar ik steeds meer begon te begrijpen: dodelijke - wapen mijn voortdurende analyse van alles wat ik meemaakte. Dat was mijn ingekankerde manier om ‘problemen op te lossen’ - als een Münchhausen die zichzelf aan zijn haren uit de baren wil redden…

En daar zit je dan op je bankje, bij Maarten op de Zen-zolder, en hoort: “Ga terug naar je adem, voel je lichaam…”
Wat een eindeloze weg… Dat vertrouwen in hem was ook wel broodnodig…




donderdag 4 juli 2019

Hoe ver gaan de genen, waar begin je zélf...

Gedachten bij de honderdvijftiende geboortedag van Geertruida Cornelia Müller, mijn moeder.


Mijn moeder in 'het huis op de Mookerheide', betrapt door de fotograaf.
Na de dood van mijn vader kon ze daar geen kant op - ze reed geen auto - en verhuisde naar Bussum, in de buurt van haar kinderen. Voor de rest maakte ze moeilijk contact. Ze was fel, kritisch en ontactisch, ik heb veel moeite met haar gehad. Maar ze had een goed hart.




“De erfelijke conditionering heeft ermee te maken dat als je weer een keer op aarde mag komen, je een bepaald instrumentarium krijgt. Dat is je werkmateriaal, dat is niet iets bepalends. We gaan de mist in als we zeggen: ja, die erfelijke eigenschappen, dat is het, hè…Dat is helemaal niet waar, ieder mens die geboren wordt ís al iets, voordat hij zijn instrumentarium krijgt, voordat hij zijn erfelijke eigenschappen krijgt. God zij dank. Ik kan me niet voorstellen dat er een wereld is die bestaat bij die erfelijke eigenschappen. Dat is niet zo, we zijn geen onbeschreven blad, we zijn al iets – al zijn we ons daarvan niet bewust.De wijze waarop de wetenschap dit onderzoekt, is altijd vanuit de materie kant, vanuit datgene wat al vorm genomen heeft. En daar kun je heel veel in ontdekken. Maar wat we nooit ontdekken, nooit ontdekken kunnen, dat is de geest, dat wil zeggen die impuls die uit het tijdloze komt. Die impuls blijft onbekend. En hoe verder je hier in doordringt… Ieder mens heeft de gelegenheid hierin door te dringen, het is niet iets ... onbespreekbaars, je kunt je hierin verdiepen. Je kunt liefhebben, je kunt radeloos zijn, je kunt gelukkig zijn, maar het is leven.”

Maarten Houtman, In het ‘vuile werk’ ligt de vooruitgangUit: ‘Die warmte waarin je antwoord levend is’, Vijfdaagse december 1992 in Huissen.

... en dan ga je onderzoeken wie je bent, wat je werkelijke 'afkomst' is – wat het leven is voorbij reproductie, de basiskracht van de materie. Je gaat je afvragen hoe je kunt leven vanuit inzicht, de kracht van de geest, de oerkracht van het leven überhaupt. Zoals die Joodse legende verhaalt, waarin gezegd wordt dat God de wereld schiep om zich bewust te worden van zichzelf...

Mijn ouders aan zee, rond 1960.
Een 'Family of Man' foto, die de voorkeur kreeg boven veel kiekjes. Zo heb ik ze nu eenmaal meegemaakt, die vijftien jaar van heerlijke strandvakanties, te midden van het harde werkende leven - dat welvaart opleverde, maar bij mijn vader ook stress, naast een zekere voldoening.
De foto is van Jan Zijlstra, vriend van mijn broer Meino, die toen meeging op vakantie.

En dan zie je ook je aardse afkomst: twee mensjes die niet weten wat hen overkomen is, maar dapper in het leven staan. Die de zee over hun voeten laten spoelen, de zee die hen bij elkaar brengt – en ons herinnert aan de 'oerzee' waar we allemaal het leven aan te danken hebben.
______________________________________

Omdat ik steeds meer ga begrijpen hoe wezenlijk het shaken voor mij is – als alle smoesjes voorbij zijn, zoals dat het ‘slecht voor je knieën is’ – probeer ik erop te letten dat 
de  Shake v/d Wake  niet alleen echt shakable is (en in die zin aanstekelijk), maar liefst ook kwalteitsmuziek.

Yo Yo Ma bijt de spits af, samen met Kayhan Kalhor, in een aanstekelijk Atashgah (plaatsje nabij Bakoe, in het huidige Azerbeidzjan, met een zoroastrische Vuurtempel).




dinsdag 2 juli 2019

Almost trapped in a bad movie

 Voor Klaaske, die niet taalt naar vliegen, en mij grootmoedig liet begaan 

Deel II van ‘Journey to California’

Als Amerika je teveel wordt, is Europa je tegengif – toen in 2004, en in dit Trump-tijdperk al helemaal... Daarom als   Shake v/d Wake  dit betoverend stukje Europese samenwerking: Tarkovsky, Russische cineast, Anja Lechner, Duits celliste en François Couturier, Franse pianist, samen goed voor fascinerende muziek tegen de achtergrond van magische beelden:



Na mijn vertrek uit San Diego was ik vlak langs Hollywood gekomen. 'k Reed met m'n rode Ford Focus dwars door Los Angeles, over een eindeloze reeks verhoogde snelwegen en fly-overs.
Mijn bestemming was Sequoia National Park, met zijn mammoetbomen die duizenden jaren oud zijn. Het 'hoogtepunt' is de General Sherman Tree: met zijn 83 meter de allerhoogste boom ter wereld, en een omtrek van 31,27 meter – niet alleen kinderen voelen zich er Klein Duimpje bij...

Sequoiadendron Giganteum [klik om te vergroten]

“Will I take a picture of you in there?”
Nou, vooruit dan maar.

In het hol van de leeuw...

Het geplande 'hoogtepunt' van mijn reis door Californië – ik moest op tijd terug zijn in San Diego,  voor de terugvlucht, samen met Loida en Thomas – was een vlek op de kaart, Verona geheten. Waarom ik dat oord uitkoos? Ik zou het niet weten... Misschien maakte ik in gedachten wel een ‘Journey to Italia’...
Hoe dan ook, dit 'hoogtepunt' op de kaart, verkeerde in een dieptepunt... Ik noteerde in mijn dagboek:
“Verona, the dream destiny of my Californian journey, a spot in the plains north of Sacramento, turned out to be no longer existing...”
Toen ik het wisselgeld voor een kopje koffie uit een bekertje met munten nam, werd ik door de plaatselijke store holder ook nog beschuldigd van ‘een greep uit de kas’ (ik zag de handboeien al voor me...). Ik had het met Californië helemaal gehad...


Maar gelukkig keerde, verderop in San Francisco, het tij ...
Toen ik in een willekeurige winkel navraag deed naar een bestemming daar in de buurt, zei een vriendelijk bediende: “You have to go to Half Moon Bay, at the Pacific...” (pas veel later ontdekte ik dat ‘De halve maan’ het schip van Columbus was – bleek er toch nog een ontdekker in mij te zijn opgestaan..).
En juist Half Moon Bay bleek mijn ‘dream destiny’ te zijn...

Na een paar dagen daar op de stranden, reed ik terug naar San Diogo langs de befaamde Highway 1 (California State Route 1), die me bij San Luis Obispo langs de Pacific bracht.

Toen ik daar vanuit het raam van mijn rode Ford Focus een blik sloeg over die eindeloze oceaan, had het dat moment de glans van de eeuwigheid...

Na een paar dagen was ik terug in Amsterdam, waar ik mijn presentatie afrondde met dit ‘fecit’:

Hein, in een doorsnee Amerikaanse hotelkamer, blaast zelfbespiegelend het liedje uit.