Het begon allemaal met het verdwijnen van mijn bankpasje na het afrekenen bij de Multivlaai: met een flipperende beweging schoot hij uit m’n hand en verdween om onnaspeurbare redenen totaal, vermoedelijk ergens tussen de repen en de schotten van de toonbank, hij bleek totaal verdwenen… Personeel zocht op de grond, gebruikte lange messen tussen de schotten – niets te vinden. We spraken af de volgende dag terug te komen, omdat de eigenaar schotten kon demonteren. Maar toen ik ze die ochtend belde, bleek die hem al gevonden te hebben… Na een check of het de juiste was, konden we hem komen ophalen.
Een tweede verhaallijn is dat op een dag de cassettes van onze Cannon printer spoorloos verdwenen waren – om nooit meer teruggevonden te worden, ze zaten ‘gewoon’ niet meer in het apparaat. Hoewel het een raadsel was en ik vervolgens onze handtekening onder onze de belastingaangifte 2025 met m’n iPhone moest ‘scannen’ om ze aan Ellen Rouendaal door te geven, legde we ons er al gauw bij neer: het was een oud beestje die zich na het verblijf op mijn studio, nooit in het netwerk hier had weten aan te passen. Klaaske had bij de Media Markt intussen een geschikte opvolger gezien, en ik toogde erheen om hem aan te schaffen. Daar werd mij een andere HP All-in-One aangeraden, met inktcassettes – ook de keuze van de Consumentenbond. Toen die hier met enige moeite door DHL was afgeleverd, gingen we aan de slag – maar dat was buiten de waard gerekend, er waren zoveel beschermstukjes dat we er één over het hoofd hadden gezien. En het netwerk lukte ook niet. Toen het inwendige mechanisme ook nog eens vast kwam te zitten, hebben we het apparaat in onze grootste AH-boodschappentas laten glijden, om hem daar ter reparatie af te leveren. Dat zag er zo uit:
Sjouwpauze ter hoogte van Het Schouw – maar wel op de terugweg…
Aan de reparatie balie van de Media Markt bleek een wonderdokter te zitten, een jonge man die met vlugge vingers de storingstoetsen bediende – en zag dat wij de e-cassettes niet goed hadden aangebracht. Opnieuw bezorgen was er helaas niet bij, dus daar liepen we weer - hier ter hoogte van onze wekelijkse Tai chi. Maar we hadden vooraf wel eerst mijn verloren gewaande pasje opgehaald bij de ‘vlaaienboer’ – zoals we het vergaderadres van onze Stichting ‘Zen als leefwijze’ samen met Rien en Aloys oneerbiedig noemen.
Maar denk niet dat ik uitgespeeld was… Ik ging nadien op weg naar Emilie om afspraken te maken voor ons bezoek aan ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum van komende maandag…
Dat is het derde verhaal op die bewuste zaterdag de 11e april…
Ik begin er maar mee hoe het eindigde: ze was niet thuis…
‘Huis clos’ – à la Jean Paul Sartre, de huisfilosoof van mijn geliefde vakantiebestemming Frankrijk – waar ik recent ook al aan herinnerd werd door mijn van oorsprong Franse chiropraktiker Lise Rodero, waar nu nog twee behandelingen tegoed heb.
Dus daar stond ik dan – terwijl mijn bus 37 zwaar omgeleid was vanwege een ontspoorde tram 25, niet meer terug te vinden dus.
Ik besloot een taxi te nemen, als laatste redmiddel. Ik belde de taxicentrale, die zeiden ‘dat het tien minuten zou duren.’ En mijn aardige Marokkaanse chauffeur was inderdaad op tijd, ik stapte bij hem voorin. Onderweg spraken we over koetjes en kalfjes – hoewel dan wel wat stadser. Natuurlijk over het verkeer, ik over mijn oude auto – waar nu een taxichauffeur in reed. En toen over de alom aanwezige internet verslaving – waarbij ik mezelf niet onvermeld liet. Hoewel mijn chauffeur natuurlijk op de Tom Tom keek, leek hij in Noord goed de weg te kennen. Bij de Elpermeer aangekomen, wilde ik met een briefje van vijftig betalen – maar mijn portemonnee bleek leeg. Toen toch maar het pasje… Heel even dacht hij dat het niet lukte… Naderhand kreeg ik een bericht van mijn bank, dat een geblokkeerd pasje eerst langs een geldautomaat moet. Dus ik had geluk.
Maar waar het me eigenlijk om gaat, is dat de chauffeur, vlak voor ik uitstapte, zei: “Hier om de hoek zit mijn chiropraktiker, op de Amerbos, Russel heet hij. Het is een Engelsman die een beetje Nederlands praat. Het was op aanraden van een vriend.” Krijg het nou helemaal, hij ook bij een chiropraktiker… Wel het laatste wat ik verwacht – terwijl ik het zelf, ondanks de zes behandelingen, nog steeds niet plaatsen kan. Toen ik het Klaaske bij thuiskomst vertelde, zei ze: “Dat is nu synchroniciteit. En ik voelde me deel van een zegenrijk geheel…
In het Nieuwe Testament is ‘lam van God’ een aanduiding voor Jezus. Zijn dood wordt in sommige teksten beschouwd als een offer ter vergeving van zonden (zie bijvoorbeeld Johannes 1:2 en Openbaring 5:9). In andere teksten is ‘lam van God’ specifiek een verwijzing naar het lam dat op Pesach geslacht werd (zie 1 Korintiërs 5:7).
AFBEELDINGEN VERGROTEN DOOR TE KLIKKEN
- Hubert van Eyck, de grootste schilder ooit, begon dit werk; zijn broer Jan, die tweede in de schilderkunst was, voltooide deze zware taak op vraag van Joos Vijd. Deze vertrouwt dit werk aan uw goede zorgen toe op 6 mei 1432. Bewonder wat zij tot stand hebben gebracht -
Dit kwatrijn op de lijst van het centrale paneel bevat essentiële informatie over het veelluik. Het is nog steeds niet duidelijk welk deel door Hubert en welk deel door Jan Van Eyck werd geschilderd. Op 6 mei 1432 werd het altaarstuk voor het eerst opgesteld in de kapel van Joos Vijd en Elisabeth Borluut, twee vooraanstaande inwoners van Gent.
het Lam Gods: Paneel Christus ”Over de identificatie van deze centrale figuur bestaat verdeeldheid. Velen identificeren de figuur als God de Vader die het hele gebeuren van de verlossing als het ware voorzit. Anderen menen in de centrale figuur Jezus Christus te zien. Een derde groep is van mening dat Van Eyck bewust kenmerken van de Vader en de Zoon heeft vermengd.” Art in Flanders
De tumultueuze geschiedenis van het Lam Gods is één van oorlogen, brand en diefstal. Na de Tweede Wereldoorlog keerde het Lam Gods terug naar de Vijdkapel in de Sint-Baafskathedraal om in 1986 te verhuizen naar de Villakapel. Sinds 2021 kreeg het zijn huidige plaats in de Sacramentskapel. Sint-Baafskathedraal Gent
Sinds 2012 kan iedereen al dankzij de website Closer to Van Eyck inzoomen op de verbijsterend mooie details van een van de meest bejubelde kunstwerken. Nu zijn de resultaten van de restauratie in al hun glorie ook te zien op de vernieuwde website. Het team van het KIK legde hun behandeling immers integraal vast met fotografische en wetenschappelijke documentatie in ultrahoge resolutie. Al deze beelden zijn nu terug te vinden op Closer to Van Eyck.
Oorsprong van de term ‘lam van God’
Het gebruik van de term ‘lam van God’ in het vroege christendom kan teruggevoerd worden op twee tradities:
De lijdende dienaar van de Heer die in Jesaja 53:7 wordt voorgesteld als een schaap dat geslacht wordt en volgens Jesaja 53:12 de schuld van zondaars op zich neemt.
De theologie rond het paaslam waarin de Exodus 12 wordt toegepast op Jezus. www.debijbel.nl
Wat betekent het als je een lam ziet in spirituele zin?
Het lam wordt doorgaans gezien als een symbool van onschuld, puurheid en kinderlijke eenvoud . Het kan een verlangen oproepen naar een terugkeer naar een meer onschuldige staat of een wens om opnieuw contact te maken met de eigen pure, ongerepte essentie.
Hendrick Goltzius, Danaë ontvangt Jupiter in de gedaante van een regen van goud, 1603. Rijksmuseum in Amsterdam, foto van de ‘Metamorfosen’ tentoonstelling.
De koning van Argos was voorspeld dat hij zou worden vermoord door de zoon van zijn dochter Danaë. Dus sloot hij haar op zodat ze niet zwanger kon worden. Maar niemand minder dan oppergod Zeus bezocht haar in de vorm van een regen van goud en verwekte haar zoon Perseus – die inderdaad later per ongeluk zijn grootvader zal doden.
Leda
Vroege kopie van Leonardo da Vinci’s verloren gegane werk “Leda en de Zwaan”. Het toont de Griekse mythe waarin Zeus, in de gedaante van een zwaan, Leda verleidt. De mythe vertelt dat oppergod Zeus verliefd werd op de getrouwde Leda, koningin van Sparta. Nadat Zeus haar in de vorm van een zwaan had benaderd, legde Leda twee eieren. Uit deze eieren kwamen vier kinderen voort, waaronder de tweeling Castor en Pollux. Een naakte Leda staat naast haar zwaan, die met zijn vleugel haar heupen omsluit, terwijl hun kinderen aan hun voeten spelen, met een nog niet uitgekomen ei achter het vreemde, maar lachende stel.
Io
Antonio Allegri, called Correggio 1489/95, ‘Jupiter en Io’, 1530-1533. Het werk beeldt een scène uit de Romeinse mythologie uit, gebaseerd op de Metamorfosen van Ovidius. De god Jupiter heeft zich gehuld in een donkere wolk om zijn verlangen naar de nimf Io te stillen en zich te verbergen voor zijn jaloerse vrouw, Juno. Io wordt afgebeeld in een moment van overgave terwijl ze wordt omhelsd door de vormeloze wolk die Jupiter voorstelt. Dit schilderij is een van de vier werken die Correggio schilderde over de liefdes van Jupiter, in opdracht van hertog Federico II Gonzaga van Mantua. Het originele meesterwerk bevindt zich in de collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen.
“Zij was al hard gaan rennen; landerijen van Lerna en Lyrcaeïsch bosland was ze reeds voorbij, toen door de god een brede nevelstrook over de velden getrokken werd, haar vlucht geremd werd en haar eer geroofd.” Ovidius’ Metamorphosen i, 597-600
Maria
NB Bij de voorbereiding van mijn komende bezoek aan ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum, kwam ik de bovenstaande mythische beelden tegen, van goden die in wisselende gedaanten in het aardse nederdalen, om zich heimelijk met beeldschone wezens te verenigen. Dat bracht me tot de vraag, of de hemelse interventie bij de geboorte van de Zoon van God uit de maagd Maria – met de engel Gabriël als boodschapper, ‘middels de tussenkomst van de Heilige Geest’ – niet een variatie op ditzelfde thema is. Ook al zijn we dan inmiddels in een heel andere wereld terechtkomen, waarin die heimelijk begane ‘zonden’ niet langer beloond worden – ook al kwamen de antieke goden dan in moeilijkheden, zoals Jupiter met zijn vrouw Juno – maar ze worden afgestraft met een ‘eeuwigdurende verdoemenis’… Al in de tweede eeuw was Origenes van Alexandrië doende de Goddelijke status van Maria van een exegetisch grondvest te voorzien – een werk dat in 1854 door Paus Pius IX voltooid zou worden met het dogma van de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Kortom, goed voor een weer geheel nieuwe wereld van mythische beelden – waarvan hieronder enkele fraaie voorbeelden staan.
Jan van Eyck, Annunciatie, ca. 1430-35. Olieverf op paneel, overgebracht op doek 92,7 x 36,7 cm [linker paneel van triptiek]. National Gallery of Art, Washington.
“Licht komt van God, weerkaatst in de natuur en bereikt dan het menselijk oog. Hoe kon Jan van Eyck dat licht zo laten glanzen?” “De glans van die olieverf triomfeert hier de detaillering van bijvoorbeeld de ‘Annunciatie’ uit Washington, met de engel Gabriël in een spetterend gewaad vol sprankelende juwelen, regenboogkleurige vleugels en een kristallen staf, in een gotische ruimte met ongelooflijk gedetailleerde glazen ramen, dat is zó knap en zo scherp gezien, daar staat je verstand bij stil. Jan van Eyck moet een stel fantastische ogen hebben gehad.” Koen Kleijn, ‘Schitterend in kristal’, Groene Amsterdammer 12 februari 2020.
De annunciatie (zie ook geheel boven) is een van de vroegste werken van Leonardo da Vinci. Hij maakte het rond 1472 toen hij in het atelier van zijn leermeester Andrea del Verrocchio werkte, mogelijk in samenwerking met andere leerlingen van Verrocchio. Het behoort tot de collectie van de Uffizi in Florence (zie details ervan hieronder).
Al rond het jaar 200 schreef Origenes daarom dat Maria onbevlekt ontvangen was. Ze was zonder de erfzonde geboren in de schoot van haar moeder, Anna. Haar ziel was hierdoor op voorhand gezuiverd door God en daarom was Maria verkozen om de zoon van God, Jezus, op aarde te brengen. De onbevlekte ontvangenis verwijst dus naar de geboorte van Maria.
In 16e eeuw werd de onbevlekte ontvangenis een beroemd thema in de kunst. Het dogma van de onbevlekte ontvangenis staat niet in de Bijbel en was daarom een twistpunt tussen de katholieken en de protestanten. In de roerige 16e eeuw van geloofsoorlogen kregen katholieke schilders daarom de opdracht juist het thema van de onbevlekte ontvangenis vast te leggen. Hierdoor is met name in het katholieke Spanje een rijke traditie ontstaan, vol met verwijzingen en symbolen.
Misverstand
Het is onduidelijk waarom het dogma van de onbevlekte ontvangenis zo vaak verward wordt met het dogma van Maria’s maagdelijkheid bij de geboorte van Jezus. Waarschijnlijk is het een geval van de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. Mogelijk heeft dit ermee te maken dat het dogma van onbevlekte ontvangenis pas door Paus Pius IX officieel is ingevoerd in 1854. In Nederland is hier destijds weinig aandacht voor geweest, met name doordat grote delen van ons land protestant waren.
“De Annunciatie” van de Spaanse barokschilder Bartolomé Esteban Murillo, rond 1655-1660 Een tafereel uit het Nieuwe Testament (Lucas 1, 26-38) dat de aankondiging van de aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria uitbeeldt, en haar aanvaarding van het feit dat zij door de tussenkomst van de Heilige Geest de Moeder van God zal worden. De Maagd wordt vergezeld door drie van haar traditionele attributen: een naaimand en een boek, die haar harde werk en toewijding symboliseren; en een boeket lelies, dat haar zuiverheid symboliseert. Dit devotionele schilderij behoorde tot een type eenvoudige en zeer tedere werken die na de pestepidemie van 1649 zeer populair waren in Sevilla. Dit doek werd in 1729-1733 in Sevilla verworven door koningin Isabel de Farnesio en staat vermeld in de inventaris van het paleis La Granja uit 1746 en de inventaris van het paleis Aranjuez uit 1749, beide in Madrid.
Symboliek Om Maria heen staan in het schilderij vier symbolen: de Spiegel, Jakob’s Ladder, de Hemelpoort en de Toren. Deze symbolen verwijzen naar Bijbelverhalen uit het oude testament die verwijzen naar Maria’s overwinning op het kwaad van de slang. Het zijn verhalen waaruit blijkt dat het geloof sterker is dan de zonde. Jakob’s Ladder is het verhaal van Jakob, die in een droom de hemel bezoekt. De toren verwijst naar een Bijbeltekst uit Hooglied, die een onneembare toren beschrijft. De spiegel verwijst naar een spiegel waarin de ware aard van de mens te zien is en de hemelpoort naar het laatste oordeel. Alle symbolen verwijzen dus direct of indirect naar de erfzonde en hoe het geloof deze zonde kan weghalen.
Diego Velázquez, The Immaculate Conception 1618-19El Greco – Onbevlekte OntvangenisEsteban Murillo – Onbevlekte OntvangenisJosé de Ribera – Onbevlekte Ontvangenis“De Onbevlekte Ontvangenis”, olieverf op doek (hoogte 198 cm; breedte 124 cm) van Peter Paul Rubens. – Werk gemaakt rond 1628-1629, in bezit van het Prado Museum. – gefotografeerd tijdens de tijdelijke tentoonstelling “Rubens en zijn tijd” in het Louvre-Lens Museum.
‘Barzakh’ is binnen de islam de term die gebruikt wordt voor de periode tussen iemands dood, en de wederopstanding op de Dag des oordeels en het verblijf in het ‘akhirah’ (het hiernamaals) daarna. Het wordt gezien als een soort slaaptoestand. Het zijn zaken waar bij ons in het Westen vanuit de traditie niet over gesproken wordt en waar we dus weinig over ‘weten’. “Het wordt vaak verward met het katholieke vagevuur, maar verschilt fundamenteel: Barzakh is een wachtperiode met grafvragen en mogelijke bestraffing/beloning, terwijl het vagevuur een louteringsproces is.” Lucepedia
Zondag 29 maart, 14.30u. Daar zitten we dan in Singer, gerieflijk aan de koffie. Pal onder het schilderij ‘Stilleven, Intermezzo nr. 2’ van de Amerikaan William Henry Singer (1868-1943), die de naamgever van het Singer museum is. Hij was ooit, samen met zijn vrouw, daar in het Gooi neergestreken en had er zijn ruimbemeten voetstap achtergelaten. Maar wij kwamen voor de tentoonstelling over Jan Toorop.
29 maart was het begin van de zomertijd. Als je dan een afspraak hebt, weet je niet op welke klok je moet kijken… Gelukkig appte Ingrid Om 10.07u vanuit Breukelen, dat ze net in haar Panda was gestapt, om ons op te halen voor de tentoonstelling ‘De werelden van Jan Toorop’ in Singer Laren – en de digitale wereld is altijd bij de tijd.
NRC 26 maart 2026 Beroemd was de schilder Jan Toorop altijd al, maar werd hij ook echt begrepen? Nee, stelt nu het Singer Laren, en presenteert hem voor het eerst expliciet als ‘kunstenaar van kleur’. „Pas door zijn herkomst te kennen kan je zijn werk echt goed begrijpen.”Tegenwoordig hebben veel mensen geen duidelijk beeld meer van de kunstenaar Jan Toorop. Zijn werk lijkt een ratjetoe met weinig samenhang in de vele stijlen die hij hanteerde. Ik associeerde hem vooral met spirituele kunst: zijn symbolistische en katholieke periode, maar hij heeft zoveel meer gedaan. Dat zijn werk zo divers is hoor je ook bezoekers van de tentoonstelling tegen elkaar zeggen. De vorige grote overzichtstentoonstelling van Toorop was in 2016 in het Kunstmuseum in Den Haag, waar hij trots gepresenteerd werd als een typisch Haags kunstenaar. Nu heeft hij heel wat jaren in Den Haag doorgebracht, maar zeker niet alleen maar... En zijn Indische afkomst en inspiratie kwamen in 2016 niet aan de orde… [lees verder bij de link boven]
“Zijn Indische afkomst en inspiratie kwamen in 2016 niet aan de orde…“ Jan Toorop [1858-1928], Zelfportret in het atelier met Javaanse gewaden Afmetingen hoogte 45,0 cm ; breedte 32,5, Kunstmuseum Den Haag
…en die van tien jaar geleden
Hoe de kwikzilverige Jan Toorop verhardde
Lucette ter Borg, 27 februari 2016
NRC 27 febrari 2016 Als je zijn tijdgenoten moet geloven, was hij een kwikzilverige man: bevlogen en vernieuwingsgezind, intens snuffelend aan iedere nieuwe tendens om vervolgens in looppas weer door te gaan naar de volgende, een collega die zich uitsloofde om werk van collega’s als Van Gogh een groot publiek te geven, een dweper, een ijdeltuit, een sociale klimmer, een netwerker pur sang, een conflictueuze ziel en dromer tegelijk. De grote historicus Johan Huizinga herinnerde zich de kunstenaar Jan Toorop tijdens de voorbereidingen van een tentoonstelling in 1896 in Groningen: „Hij was toen op zijn prachtigst”, aldus Huizinga, „36 jaar, een Oosters vorst, met zijn betoverende welsprekendheid als hij zijn werken uitlegde en vaagweg naar de duinenlijn wees die veelal zijn horizont vormde, waarbij zijn beminnelijke betoog wegstierf in een gemompel: de duinen, het mysterie.”
Nee, eerlijk gezegd kon Toorop – in 1858 geboren op Java en in 1928 in Den Haag begraven, haast als een nationale held – niet veel zinnigs over zijn werk zeggen. Dat blijkt uit zijn teksten en redevoeringen: het was gemompel of gezwollen taal, en anders kroop hij wel achter de piano om zijn werk te duiden.
Toch groeit Toorop tussen 1883 en 1928 uit tot een van de meest inspirerende kunstenaars van Nederland. Toorop wordt hét boegbeeld van het symbolisme – in Nederland plat de ‘slaoliestijl’ genoemd, naar een affiche voor Delftsche Slaolie dat Toorop in 1894 ontwerpt. Waarom de kunstenaar zo’n voorbeeld is, wordt duidelijk op de zojuist in het Haags Gemeentemuseum geopende overzichtstentoonstelling.
Jan Toorop, “Bezonkenheid, Meditatie, Vuur”, 1923
Levenswerk
De expositie is het levenswerk van gastconservator Gerard van Wezel, die zich al ruim dertig jaar in Toorop verdiept en zijn expertise en kennis heeft samengebald in dit overzicht én in een kloek, helaas wat onevenwichtig en slecht gedrukt boek over de kunstenaar. Zo’n tweehonderd werken, bruiklenen uit binnen- en buitenland, zijn keurig chronologisch bij elkaar gebracht op de bovenste verdieping van het museum, in zalen die in kleur swingend contrasteren met de kunst. Hardrood is een mooi contrapunt bij het sombere naturalisme uit de beginjaren, in de verte lonkt het lila, geel en blauw.
VERGROTEN door te klikkenJan Toorop, De gauwdief, 1884. Olieverf op doek, 90,2 x 160 cm.
Van sommige van de bruiklenen was het bestaan nauwelijks bekend. Het is de verdienste van Van Wezel die ze opspoorde, dat ze nu voor het eerst te zien zijn. Zo’n ontdekking is bijvoorbeeld het sprankelende De Gauwdief, een vroeg olieverf van Toorop uit het bepaald niet wereldberoemde Telfair Museum uit Savannah. Dit vreemd verstilde doek van een jongen die door de gendarme wordt teruggebracht in de krakkemikkige hut van zijn vader, bevat een schat aan grappige details. De zorgvuldig op grootte geschikte geraniumpotten bijvoorbeeld, verraden een oog voor esthetiek dat je in deze armoede niet verwacht. Het opvallendste in De Gauwdief is het licht dat uit het hooibergje op het erf lijkt te stralen, de mouwen van de hemden van de personages en vooral de schraperig geschilderde akkers in de verte. Dat maakt dit werk een schitterende voorbode van Toorops latere experimenten.
De tentoonstelling pretendeert Toorop voor het eerst als internationale, veelkoppige kunstenaar te brengen. Dat klinkt mooi, maar is niet helemaal waar. Van Toorop is al lang bekend dat hij ver buiten de muren van de Haagse School aan het experimenteren sloeg. Na een korte studie aan de Rijksacademie in Amsterdam vertrekt hij in 1883 naar Brussel, waar hij kennismaakt met onder anderen Ensor en lid wordt van de avant-gardistische kunstenaarsgroep Les XX. Vanaf dan stort hij zich in alles wat artistiek gezien broeit en gist in de Europese kunst. Met Ensor trekt hij naar Parijs, waar hij Signac en Seurat ontmoet. In 1886 volgt een kennismaking met Whistler in Londen.
Jan Toorop, Vloed (ook bekend als High Tide), 1891. Afm. 67.7 × 76 cm. National Gallery in Londen
Die ontmoetingen hebben een directe weerslag op zijn werk, dat luministisch wordt en zacht pointillistisch. Het bijzondere is niet zozeer dat Toorop die stijl hanteert in landschappen of in ijle portretten van rijke vrouwen die altijd uitgeput lijken, maar dat hij ze ook toepast in zware, realistische thema’s. Stervende armoedzaaiers, arbeiders voor en na de staking (een diptiek uit 1888), en het prachtige Vloed uit 1891 zijn hier voorbeelden van. In Vloed is een visser die een bomschuit trekt weliswaar de centrale figuur, maar je ziet dat de aandacht van de schilder is uitgegaan naar iets heel anders: de woest schuimende, blauwgroene branding die als een kapot mozaïek om de benen van de man uit elkaar is gespat.
Het interessantst is Toorop in deze experimenten en dat is ook de reden waarom hij belang heeft voor hedendaagse kunstenaars. Hij schikt en herschikt, als een stuk papier te klein is, plakt hij eenvoudig een stuk eraan en tekent verder, hij werkt en herbewerkt, soms jaren later nog, en ook in zijn materiaalgebruik is hij vrijmoedig. Ondertekeningen laat hij rustig zichtbaar, zoals in het haast abstracte De Twee Wilgen (1886-1889), hij krast met de achterkant van zijn penseel, gebruikt knettergekke kleuren (met het symbolistische De Nieuwe Generatie uit 1892 als hoogtepunt), hij schraapt verf weg of laat hele stukken leeg. Je ziet dat hij van tevoren niet precies wil weten waar hij aan het eind terecht zal komen.
Jan Toorop. T/m 29 mei in het Gemeentemuseum, Den Haag. Catalogus: € 29,95. Inl: www.gemeentemuseum.nl
Jan Toorop,O Grave where is thy victory, 1892, expositie Snger LarenJan Toorop, De Sphinx (‘Les Ames autour de Sphinx’), 1892 Afmetingen: hoogte 126,0 cm ; breedte 135,0 cm. zwart krijt en kleurkrijt, potlood, dekverf en zwarte waterverf op geprepareerd linnen. Kunstmuseum Den Haag
Natuurlijk hangen in Den Haag ook al zijn beroemde symbolistische iconen: O Grave, where is thy Victory, De Sfynx, De Drie Bruiden, Zang der Tijden allemaal in 1892 en 1893 gemaakt. Ze maken duidelijk waarom een kunstenaar als Klimt zo onder de indruk was van Toorop. In die fase veroorlooft Toorop zich nog rare uitstapjes qua compositie en buiten de lijnen tekenen. Maar zijn pad leidt hem meer en meer richting mysticisme en religie. Het lijkt alsof er een verharding of simplificatie in stijl optreedt. Alsof Toorop de essentie van mensen en dingen alleen nog maar in sjablonen kan vatten. Zijn werk wordt monumentaal, eendimensionaal en fascistoïde haast, met figuren die je hard aankijken of en profil zijn afgebeeld. De kaken zijn op elkaar geklemd, de nekken als aambeelden zo breed. En dat is jammer: het onversaagde heeft het kwikzilverige gemompel uit de beginjaren overstemd.
De drie bruiden, 1892-1893 JAN TOOROP (1858-1928) Krijt, potlood en houtskool op papier 78 × 98 cmZang der tijden, 1893 JAN TOOROP (1858-1928) Krijt en potlood op karton 32 × 58,5 cm
Met dank aan NRC
Nog wat eigen foto’s 29 maart 2026
VERGROTEN door te klikkenJan Toorop, Liefde in wanhoop strijden/brandend België.1917. Olieverf op doek, Singer Laren. “De midden figuur van de biddende non in oranje habijt baseert Toorop op de jonge, katholieke dichter Miek Janssen (1890 tot 1953). Tussen hen bestaat sinds 1912 een hechte vriendschap, volgens sommigen zelfs een liefdesrelatie. Janssen is meer dan Toorops muze, er is sprake van een wederzijds inspirerende samenwerking: Jan maakt illustraties bij de gedichten van Miek, en Miek schrijft verklaringen bij Jan’s werk.”Charley Toorop, Drie generates,1941-1950. Booijmans van Beuningen, Rotterdam. “Toorops artistieke erfenis is zowel materieel als immaterieel. Met zijn vooruitstrevende werken en open blik verandert hij de Nederlandse kunstwereld. En als vader van de hier geportretteerde Charley Toorop en grootvader van Edgar Fernhout staar hij aan de basis van een kunstenaarsdynastie. Jan’s meer dan levensgrote portretbuste, domineert deze compositie. Ook na zijn overlijden blijft hij een niet te negeren kracht.”Klaaske slaat nog een laatste blik in de tuin…Dat was dan ons dagje Singer met Ingrid.Ingezoomd, staat daar ergens in de beeldentuin deze tafel-op-boomstronk: Heavenly inplacement (2000), Famke van Wijk. In èèn stuk gegoten – aluminium. Pakistaanse bruidsbeker (ook gegoten aluminium). 2,5x3m. “De kunstenares verwijst in dit werk naar een bovenzinnelijke en spirituele wereld en lijkt te vertellen dat de scheiding tussen het aardse en het hemelse betrekkelijk is.”
Mijn eerste post ooit op het ‘ShakingLife’ blog was Shaken (1) :
Shaken (1)
Shaken zet je met beide benen op de grond. Met de negen contactpunten van de voet voel je je wortels in de aarde. Je bent zelf-standig – doet er niet toe waar je staat, of het nu voor je eigen venster is of in de Transsiberië Express, shaken kun je overal.” 31 december 2013
Deze post dateert al weer van zo’n dertien jaar geleden: 31 december 2013. Toen dat onlangs tot me doordrong, vond ik het tijd voor een kleine bezinning op het shaken…
Sorry, even tussendoor:
Ik was namelijk net wakker geworden uit een droom, waarin ik als een dolleman op m’n fiets door de stad racete, door de buurt van mijn voormalige werk aan de Bronckhorststraat in Amsterdam Centrum. Ik had niet gegeten, daar was geen tijd meer voor geweest, tussendoor dacht ik er wel aan onderweg iets te ‘scoren’, een banaan bijvoorbeeld. Ik voelde me een overlevingskunstenaar, met duizelingwekkende snelheid reed ik daar door de straten. Ik moest op weg naar mijn werk zijn. Maar toen ik met mijn ogen naar het vertrouwde pand zocht, zag het er daar anders uit… Wel leek het alsof er achter een raam iemand naar me zwaaide – maar dat voelde eerder aan als Menno, onze oude overbuurman aan de Binnenkant. Het is ongelofelijk dat ik daar zo trefzeker rondreed – al helemaal nu ik voortdurend bezig ben met mijn ‘blinde hoek’, links. Het was een oud gevoel van ‘meester zijn over de wereld’, een kinderdroom die al vroeg werd aangewakkerd door het bezit van een fiets: mijn Rudge, vejaarscadeau op mijn twaalfde, het trotse bezit waarmee ik de wereld verkende…
Dat was de droom die me inviel, terug naar het shaken:
Directe aanleiding voor mijn bezinning op het ‘shaken’, was dat mijn vriend Aloys Baets in NRC een artikel had zien staan over de film‘The Testament of Ann Lee’. De film gaat over een sekteleidster in het 18e eeuwse Amerika, die werd gezien als de vrouwelijke reïncarnatie van Jezus Christus. Ik heb het verhaal integraal in m’n blog overgenomen, zie: Regisseur Fastvold over de unieke zingende sekteleidster Ann Lee: ‘Waarom kent niemand haar?’
Toen ik daarna opzocht hoe het de sekte verder is vergaan, kwam ik deze foto tegen:
Inleiding Nadat ik niet lang geleden een esoterische droom over een synagoge had, droomde ik vannacht over drie synagogen, die met elkaar verbonden waren in een soort driehoeksdiagram – waarbij beelden van mijn dagelijkse computerarbeid zich vermengden met beelden uit de alledaagse realiteit. De middelste, verbindende synagoge, doopte ik ‘synagoge van de overgang’ – naar analogie van het ‘klooster van de overgang’ uit ‘De droom van een dwaze monnik’ van Maarten Houtman. Deze ‘dans van synagogen’ leek me een uitdrukking te zijn van de zwaar religieus geladen toestand in het Midden Oosten – die bij velen de snaar raakt van een diep in ons verankerde religieuze opvoeding.
Dit alles mede als inleiding op de onderstaande wonderbaarlijke tekst van Maarten Houtman, geschreven als convocatie voor zijn allerlaatste meditatiesessie in mei 2007, over het leven als metamorfose - waarvan de inherente actualiteit nu pas tot me doordringt.
Hetzelfde Convocatie 4-daagse van 11-14 mei 2007 te Mennorode. Hetzelfde is nooit hetzelfde, want alles in het leven verandert en beweegt. Hetzelfde in je herinnering, ja, dat is onbeweeglijk en dood. Je weet dat zaken en situaties in verschillende stemmingen er anders uitzien. Dat vind je heel gewoon. Weer anders is het als je een beetje dromend buiten loopt. De bomen die je denkt te kennen zijn heel anders: ze hebben verhalen over wat de wind ze vertelt en ze verlangen naar de lente en de zomer als hun bladeren alles kunnen opvangen en doorgeven aan hun wortels, die diep in de grond de levenssappen opzuigen. Een en al leven en durende verandering. Waar begint voor jou die veranderde beleving? Ik denk bij het gevoel dat wat je normaal waarneemt een bevroren momentopname is uit een onafgebroken verandering. Eerst heb je dat gehoord of gelezen en gaat het langs je heen. Dan begin je te merken, midden op de dag, dat er opeens een ogenblik is dat alles anders lijkt. Dat vergeet je weer, maar als het nog een paar keer gebeurt, ben je er attent op en begrijp je dat je in een onbekende wereld leeft waarvan je maar één bepaalde kant kent. Dan komt er een levende rust over je waardoor je door alle haast en misbaar om je heen dat andere kunt beleven, dat niet van de tijd is. Dan is ook voor jou hetzelfde nooit meer hetzelfde. Maarten Houtman
Afb. bovenaan: Google Maps’ 3D-reconstructie van de Heilige Tempel op de Tempelberg in Jeruzalem. “Veel Joden zijn terughoudend om de Tempelberg te bezoeken, uit angst om gebieden te betreden die volgens de Joodse wet verboden zijn. Elyasaf Libi, een inwoner van de berg Bracha in Samaria, besloot dit probleem op te lossen door Joden voor te lichten over hoe ze zich op de Tempelberg kunnen oriënteren. Hij creëerde een virtuele 3D-rondleiding door de Tempel en uploadde deze naar Google Maps.” (Bron Google Maps).
Bovenaan: Aion Studio aan het Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord, ‘vlakbij het metrostation, bij winkelcentrum Boven 't Y’.
Van de andere kant af gezien (eigen foto).
Toen ik met Klaaske onlangs op het terras van ‘Roezemoes’ zat, kwam Margreet langs. Zij vertelde dat ze een goede masseuse had ontdekt, die daar op het plein een studio had – met gevolg dat ik er al snel mijn neus om de hoek stak en kennismaakte met Lise. We spraken een eerste behandeling af.
Hallo, ik ben Lise!
“Oorspronkelijk kom ik uit Frankrijk, en ik ben altijd al gefascineerd geweest door het wonderlijke vermogen van het lichaam om zichzelf te genezen. Vanaf jonge leeftijd heb ik een sterke band gehad met dieren, vooral paarden. Ik heb zelfs meegedaan aan springwedstrijden, waaronder de Franse kampioenschappen. Mijn eerste droom was om osteopaat voor paarden te worden, maar het leven had andere plannen voor mij.”
Afbeelding vergroten door te klikken.Lise poseert in haar ruime studio – “waar holistische chiropractische zorg op veilige wijze het natuurlijke vermogen van het lichaam herstelt om zichzelf te genezen door disfuncties in het zenuwstelsel aan te pakken.” (foto van het web)
Lise, tenger en klein van stuk, wekte gelijk mijn sympathie op. Ik vertelde haar het doel van mijn bezoek en we raakten in gesprek. Het bleek me goed te doen om over mezelf te kunnen vertellen. Waarbij ik met name mijn herseninfarct en hemianopsie ter sprake bracht, die mijn wereld sinds vier jaar radicaal veranderd hebben. Daarna legde ze me haar tarieven voor, ze had mijn vertrouwen gewekt.
Op de eerste afspraak, een paar dagen later, zetten we ons gesprek voort, ik vertelde nog eens over mijn hemianopsie, met die blinde hoek aan de linkerkant. Daarna mocht ik op mijn buik gaan liggen op de massagetafel. Zachte vingers tastten mijn rug af, met met nu en dan een ‘touché’– alsof het voor haar genoeg was om de energie te voelen. Eerst moest ik op de rug, dan weer op de buik. En toen kwam de verrassende mededing: mijn ruggengraat is verdraaid naar links… Ik voelde dat het gelijk raak was, het klopte met mijn gevoel dat ik voortdurend op mijn hoede moet zijn voor gevaar van links. Dus die diagnose viel op z’n plaats – dáárom ook was er die voortdurende dreiging van spit! Klaaske, die me deze keer af kwam halen, constateerde dat ik anders liep, al was het nog van korte duur.
Morgen gaan we verder met de eerste behandeling, ik ben heel erg benieuwd. Lise vertelde me wel dat haar hond deze keer aanwezig zou zijn – zie onder. Wel heel apart trouwens, dat ze ook honden en katten behandeld.
‘Onze chiropractische assistent’
“Trixie is een Mini Australian Shepherd pup. Ze is een paar keer per week in de studio om je hartelijk te verwelkomen en te ondersteunen tijdens en na de behandeling. Ze is heel attent; als je je ongemakkelijk voelt in de buurt van honden of als je je eigen hond meeneemt, blijft ze thuis om je de ruimte en gemoedsrust te geven.”
Ook deze muziek van Rey&Kjavik hoort bij Aion Studio.Geschreven 18 maart 2026
Sabeth Snijders vanuit Venetië Gepubliceerd op 24 februari 2026
De nieuwe film van de Noorse actrice en filmmaker Mona Fastvold klinkt als een ironische stunt, schreef filmvakblad Variety na de première in Venetië: een musical over het leven van de vrome en kuise oprichtster van een achttiende-eeuwse religieuze sekte. Maar wie de hoogst originele biopic over de Shakers bekijkt, een christelijke groepering die haar naam kreeg door hoe ze al sidderend, dansend en zingend hun zonden bekenden en liefde voor god uitten, ziet een film die allesbehalve ironisch is. Via zang en dans wordt in The Testament of Ann Lee „oprecht, inventief én ontroerend” iets verteld over een opmerkelijk utopisch experiment in de Amerikaanse geschiedenis.
Als regisseur Fastvold in Venetië praat over Ann Lee (1736-1784), valt ook meteen haar bewondering op voor de vrouw die vanuit Manchester met een klein groepje Shakers naar de VS trok om daar een Shaker-nederzetting te beginnen. Fastvold is areligieus opgevoed en onderschrijft niet alle ideeën van Lee – Lee had van kinds af aan bijvoorbeeld een sterke afkeer van seks, ook op latere leeftijd zag ze het als de wortel van alle kwaad. Maar de Noorse werd geraakt door hoe ‘moeder’ Ann Lee leiding gaf in een door mannen gedomineerde wereld, met empathie en vriendelijkheid.
Decennia voor de slavernij werd afgeschaft in de VS en vrouwen stemrecht kregen werd er in de communes van de Shakers al geen onderscheid gemaakt op basis van geslacht of afkomst en was er veel empathie voor kinderen. Fastvold snapt dus niet waarom de Shakers geen grotere plek innemen in de Amerikaanse geschiedenisboeken, terwijl Ann Lee „een van de grootste utopische gemeenschappen in de Amerikaanse geschiedenis creëerde”. Fastvold: „Hoewel dit een experiment met gebreken was. Ik wil dat mensen denken: Moet ik dit kennen? Heb ik iets gemist in de geschiedenisles?”
Trance
De Shakers, in hun begindagen Shaking Quakers genoemd, zijn naast hun vroomheid en arbeidsethos, vooral bekend om hun extatische erediensten. In The Testament of Ann Lee zien we hen via repetitieve bewegingen, krachtige uitademingen en zang in soms dagenlange trance raken. Fastvold sleept kijkers via wervelende danssequenties en de op Shakerhymnes geïnspireerde muziek van Oscarwinnaar Daniel Blumberg regelmatig mee in hun extase.
Wat je op het scherm ziet en hoort is een combinatie van opnames uit workshops van wat er daadwerkelijk op set is gefilmd of ingezongen in een studio, vertelt Fastvold in Venetië. „We begonnen met repeteren en workshops een jaar voor de opnames, daar ligt de kern van wat je ziet en hoort. Daar begon Amanda [Seyfried] en de rest van de cast te werken met de choreograaf. En daar begonnen we ook al muziek en het geluid op te nemen en te experimenteren met de liederen.” Iedereen, ook Seyfried, was altijd echt aan het zingen benadrukt Fastvold. „Veel van wat werd opgenomen in de workshops belandde in de uiteindelijke film.”
Fastvold werkte voor het script samen met haar echtgenoot Brady Corbet – ze schreven eerder ook het Oscargenomineerde scenario voor zijn historische epos The Brutalist. Veel van wat er over de echte Ann Lee bekend is, blijft giswerk of legende. Corbet en Fastvold kozen ervoor ook de meest parabel-achtige elementen uit de overlevering zonder cynisme in beeld te brengen. Zo worden de rauwe gebeurtenissen uit Ann Lee’s leven, ze verloor vier kinderen voor hun eerste levensjaar en werd zeer hardhandig vervolgd en gevangengezet, even realistisch verbeeld als haar Bijbelse visioenen. Meer Shakerpersonages hebben in de film trouwens visioenen. In een vrij ludieke, maar bloedserieus gespeelde scène zien we een van Ann Lee’s volgelingen, John Hocknell (David Cale) achter zijn eigen vinger aanrennen die onbeheersbaar als een rondfladderende vlinder beweegt en zo de weg wijst naar de beste plek om een commune te beginnen.
Niet zwelgen in geweld
Deze parabelachtige elementen worden volop gecombineerd met musicalmomenten. Waren er zaken uit het leven van Ann Lee die Fastvold moeilijker in beeld kon brengen omdat ze haar film als een musical vormgaf? „Nee, ik denk dat de vorm ons alleen heeft geholpen en dat er eigenlijk ook geen andere manier was om dit verhaal te vertellen: de Shakers leefden op een hele muzikale en bewegingsgerichte manier. Ze konden echt overvallen worden door de Heilige Geest en in zang uitbarsten. Er zijn zoveel beschrijvingen met zinnen als ‘Toen legde ze haar handen op hem en begonnen ze allebei te schudden, en ze schudden en bewogen twee uur lang. En daarna viel hij op de grond en vloog zijn voet omhoog’. Of verhalen over hoe Ann Lee urenlang krachtig zong en iedereen zich daardoor vervuld voelde van de Heilige Geest.”
De enige momenten waarbij ze bewust afweek van de verhalen over Ann Lee, gingen over de ontberingen die ze tijdens haar leven heeft doorstaan, zegtFastvold. „Mishandelingen, het van haar lichaam scheuren van haar kleren, menigten die haar achterna zaten. Het kwam steeds terug, opnieuw en opnieuw. Maar ik wilde niet zwelgen in dat geweld, dat voelde respectloos. Dus ik laat het één keer zien, in een lange scène die eerlijk en bruut is, dat vond ik voldoende om haar lijden te begrijpen.” In haar film zien we inderdaad tegen het einde hoe de Shakerenclave wordt aangevallen, de gelovigen worden gemarteld en Ann Lee zelf wordt aangerand – om te controleren of ze geen man is.
Fastvold raakte zelf gefascineerd door de Shakers na het horen van een hymne met referenties aan Ann Lee geschreven door de Afro-Amerikaanse Patsy Roberts, een voormalige tot slaaf gemaakte die werd vrijgekocht door de Shakers. Ze hoorde de hymne tijdens de research voor haar vorige film, The World to Come, over de liefde tussen twee eenzame buurvrouwen, ergens in de wildernis aan de Amerikaanse oostkust rond 1850.
Waar komt haar interesse in dit deel van de Amerikaanse geschiedenis vandaan? Ze groeide zelf op in Noorwegen. „Deze film speelt wel eerder dan The World to Come, dit is midden jaren 1750 tot het einde van die eeuw. Wat ik ontdekte over deze periode is dat ze iets nieuws probeerden vorm te geven.” Fastvold ziet parallellen met de huidige tijd. „We staan ook op de rand van een nieuwe wereld, deze maal met technologische ontwikkelingen die we proberen te begrijpen en waarin we proberen te navigeren. Het heeft dus wel wat van het Wilde Westen wat we nu ervaren: de anarchie, het gevaar, de ontdekkingen, de naïviteit. Misschien word ik daarom ertoe aangetrokken? Al kan ik het ook niet helemaal uitleggen waarom ik er zo obsessief mee bezig ben en het gevoel had dat ik deze film moest maken.”
Waarna ze grappend toevoegt: „Ik ben als David Cale en zijn vinger, ik volg en vraag me af ‘waar brengt dit me heen?’. Naar hier!”
Amanda Seyfried en Lewis Pullman in ‘The Testament of Ann Lee’.SEARCHLIGHT PICTURES
In de jonge jaren van de Verenigde Staten vonden ketterse Europeanen daar een veilige haven voor hun afwijkende geloofsopvattingen. Zo ook Ann Lee, die in 1776 in Amerika aankwam. Samen met haar volgelingen, de ‘Shakers’ geheten, geloofde ze dat ze de tweede Christus op aarde was.
In de nieuwe film The Testament of Ann Lee is te zien hoe deze sekte van ‘shakende’ aanbidders al in de 18e eeuw een verrassend progressief wereldbeeld aanhing. De Amerikaanse Markha Valenta, die onderzoek doet naar religie en politiek in de VS, bekeek de film die Ann Lee portretteert als vergeten feministisch icoon.
Met dank aan NRC
Exclusieve LIVE-UITVOERING van “Clothed by the Sun”, een nieuw origineel nummer uit THE TESTAMENT OF ANN LEE. Muziek en tekst van Academy Award®-winnaar Daniel Blumberg, met Amanda Seyfried.
Over de muziek zegt componist Daniel Blumberg: "Het verhaal van de Shakers en Ann Lee is inherent radicaal. Ik probeerde de grenzen van de melodische kern van hymnen en liederen te verleggen naar deze meer elementaire en geïmproviseerde klanken. Buiten mijn films maak ik platen met liedjes, dus het werken met liedvormen was vertrouwd, maar het was een heel nieuw proces om dat voor een film te doen. Er is een breed scala aan stemmen te horen op deze soundtrack, variërend van enkele van mijn favoriete improvisatoren ter wereld en ongetrainde koren tot Hollywood-acteurs."
The Testament of Ann Lee, Original motion picture soundtrack by Daniel Blumberg
Een eeuw later (eigen bijlage)
Klik op logo hierboven voor de link naar onderstaand artikel.Mary Ann Case (later Anna Case) Eldress Anna Case (1855-1938), een prominente figuur binnen de religieuze gemeenschap van de Shakers. Anna Case stond bekend als een van de laatste leidinggevenden van de Shaker-gemeenschap in Watervliet. Shakers waren een religieuze sekte die bekend stond om hun minimalistische meubelontwerpen en geloof in eenvoud.
Reprinted from the Winter 2019 edition of the Watervliet Shaker Journal. Written by Lorraine Weiss
In maart 1866 liep een elfjarig meisje weg van huis in Rochester, New York. Het gezinsleven verslechterde na de dood van haar moeder, mogelijk veroorzaakt door het drankprobleem van haar vader. Een familielid slaagde erin haar naar de Shakers te sturen, waar ze niet alleen onderdak vond, maar ook een spirituele houvast die de rest van haar leven zou duren. Haar naam was Mary Ann Case (later Anna Case), en haar aankomst bij de South Family werd vermeld in een dagboeknotitie van 18 maart 1866, waarin stond: "Mary Ann Case geloofde."
We kennen Moeder Ann Lee, die de Shakers naar Albany bracht en het geloof verspreidde naar andere gemeenschappen in het noordoosten; en Moeder Lucy Wright, die 25 jaar lang (1796-1821) hoofdpredikant was en wiens vooruitziende blik en bestuurlijke vaardigheden het netwerk van gemeenschappen uitbreidden en de basis legden voor het dagelijks leven van alle Shakers. Ook Anna Case bracht mededogen, leiderschap en bestuurlijke vaardigheden naar de Shakers. Haar verhaal speelt zich echter af aan het andere uiteinde van het verhaal, toen de omstandigheden haar dwongen toezicht te houden op de ontbinding van de Shakergemeenschap in Watervliet, die door Moeder Ann en Moeder Lucy was gesticht.
Elke Shakerfamilie wees een lid aan om een dagboek bij te houden. Samen met andere zakelijke documenten geven deze dagboeken soms informatie over de activiteiten van individuele Shakers. Aantekeningen over Anna Case laten zien dat ze betrokken was bij de gebruikelijke taken die van alle leden van deze gemeenschap werden verwacht. Tussen mei en december 1885 schilderde ze bijvoorbeeld de ramen van drie gebouwen, hielp ze met de oogst, werkte ze aan het opwinden van garen, maakte ze jurken voor "elk van de kleine meisjes" van de familie in het zuiden en "maakte ze het weven van drie trapkleden af".
Haar leiderschapskwaliteiten werden in 1881 erkend toen ze werd aangesteld om Ouderling Rosetta Hendrickson (1844-1912) te assisteren. De volkstelling van de staat New York uit 1905 vermeldt de 48-jarige Anna Case als "Eldress" (ouderling) samen met Eldress Hendrickson, die toen 60 was. Het is waarschijnlijk dat de rol van ouderling/ouderling in die tijd ook de taken omvatte die voorheen werden uitgevoerd door diakenen/diaconessen, die de dagelijkse personeelszaken van de gemeenschap regelden, zoals werk- en woontoewijzingen. Anna Case werd in 1912 de leidende ouderling na het overlijden van Eldress Rosetta. In het voorjaar van 1915 werd ze ook benoemd tot trustee van de Shakers van Watervliet, waardoor haar takenpakket werd uitgebreid met het beheer van alle zakelijke aangelegenheden.
De Shakers bleven in de 20e eeuw een agrarische gemeenschap en waren sterk afhankelijk van ingehuurde arbeidskrachten. Het toezicht houden op de landbouwmanagers en de verkoop van landbouwproducten behoorde tot het werk van Eldress Anna. Ze regelde ook de verkoop van andere producten die speciaal voor The World werden gemaakt, zoals overhemden die werden genaaid voor plaatselijke overhemdenfabrieken, truien die werden gebreid voor warenhuizen en diverse textiel- en luxeartikelen. Tegelijkertijd zorgde ze voor de benodigdheden voor de Shakers zelf. Er zijn verwijzingen naar hoe ze omging met de rantsoenering van meel en andere producten tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Wanneer ze niet bezig was met haar geestelijke en administratieve taken, was ouderling Anna vaak aan het naaien of breien en maakte ze spullen voor de winkel van de zusters, zoals Anna Goepper vaak opmerkt in de South Family Journals: "Niemand kan ouderling Anna overtreffen als het gaat om gebreide artikelen van welke soort dan ook. Ze is elk moment dat ze vrije tijd heeft bezig." (juli 1916) "Ze breit zulke mooie truien, een geweldige handwerkster van allerlei soorten." (8 juli 1922)
“Ouderling Anna is de hele tijd bezig met het breien van elegante zijden truien. Ze krijgt er 40 tot 45 dollar voor. Ze breit ze van fijn zijden garen dat 1 dollar per klos kost.” (13 september 1922)
In december 1922 schreef Lucy Bowers in haar dagboek: “Ouderling Anna breit een trui in 48 uur of minder.” Naast het breien van kleding voor de winkel, was ze ook een van de Shaker-zusters die poppenkleding maakte voor de verkoop aan The World. Goepper noteert in 1921 dat Anna Case “12 poppen aankleedt voor de verkoop in Shaker-kleding.”
Ouderling Anna's aandacht reikte veel verder dan de South Family. Lucy Bowers schrijft in haar dagboek van 3 juli 1919: “Ouderling Anna gaat met het [Libanon] Ministerie naar de North [Family]. Weer een moeizame verhuizing.” Ze verwijst naar het proces van de sluiting van de Shakergemeenschap in Watervliet North. Ten tijde van deze dagboeknotitie was Anna Case betrokken geweest bij de sluiting van drie gemeenschappen.
De eerste twee sluitingen die ze meemaakte vonden wellicht plaats in de jaren 1890, toen leden van de Shakergemeenschap in Groveland (nabij Rochester) en de grotendeels Afro-Amerikaanse Shakergemeenschap in Philadelphia naar de locatie in Watervliet werden verplaatst. In 1915 speelde ze een directe rol toen het Centraal Ministerie haar uitnodigde voor een vergadering over de sluiting van de Shakergemeenschap in Enfield, Connecticut. Ze kreeg de taak om Lucy Bowers en Eldress Caroline Tate naar de Shakergemeenschap in South te verplaatsen.
De achteruitgang van de Shakerlevenswijze trof haar echter nog dichterbij toen de Shakergemeenschap in Watervliet vanaf 1916 werd gesloten. Er werden verschillende tijdelijke huurwoningen geregeld, aanvankelijk als basis voor studentes die werkten voor de Women's Land Army of America.
Je zou denken dat Ovidius' Metamorfosen, een eeuwenoude verzameling van de grootste Griekse mythen, vandaag de dag weinig relevantie meer heeft. Maar de verhalen over verlangen en bedrog onthullen verrassende parallellen met hedendaagse problemen, van klimaatverandering en de vluchtelingencrisis tot gendergerelateerd geweld en identiteit.
Ovidius’ Metamorfosen is niet zomaar een verzameling mythen en legendes – het is dé verzameling mythen en legendes. Grotendeels gebaseerd op Griekse bronnen, maar rond 8 na Christus in het Latijn geschreven, bevat het de beroemdste versies van de verhalen die we kennen, van Perseus die Medusa doodt tot de ijdele Narcissus die verliefd wordt op zijn spiegelbeeld.
De verhalen over verlangen, jaloezie, list en bedrog hebben door de eeuwen heen talloze kunstenaars en schrijvers geïnspireerd – en voelen nog steeds verrassend relevant aan.
“De Metamorfosen is een buitengewoon eigentijdse tekst,” vertelt Fiona Cox, hoogleraar en auteur van Ovid’s Presence in Contemporary Women’s Fiction, aan de BBC. “Ovidius’ obsessie met vloeibaarheid, plasticiteit en verandering stelde hem in staat de beperkingen van lichamen, de grenzen van gender en seksualiteit, en de relatie tussen mens en aarde, evenals het dierenrijk, te onderzoeken,” zegt ze.
De verhalen gaan over universele waarden [en] de menselijke conditie – Frits Scholten
Het veranderlijke karakter van de mythen zelf betekent dat “elke generatie ze voor haar eigen doeleinden kan gebruiken. Ze gaan over universele waarden [en] de menselijke conditie. Ze confronteren ons met de verlangens, de passies, de emoties die we allemaal hebben,” vertelt Frits Scholten aan de BBC. Hij is curator van Metamorphoses, een nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum die de invloed van het werk op de kunst door de eeuwen heen onderzoekt.
Of je nu teruggaat naar Ovidius’ oorspronkelijke vertelling van de mythen, een van de vele hedendaagse herinterpretaties leest, of de talloze kunstwerken verkent die ze hebben geïnspireerd, je zult ontdekken dat deze oude verhalen opvallend veel te zeggen hebben over de wereld waarin we vandaag de dag leven.
Volgens Scholten zijn de gevaren van menselijke ijdelheid en trots alomtegenwoordig in Ovidius’ werk. De mythe van Narcissus die verliefd wordt op zijn spiegelbeeld is al lang door kunstenaars als Caravaggio gebruikt om te waarschuwen tegen dergelijke ijdelheid. Het verhaal vertoont onvermijdelijk parallellen met hedendaagse zelfpromotie op sociale media. “We zijn verliefd geworden op onszelf en vergeten wat er om ons heen gebeurt,” zegt Scholten.
De mythe van Narcissus die verliefd wordt op zijn spiegelbeeld wordt al lange tijd door kunstenaars zoals Caravaggio gebruikt om te waarschuwen tegen ijdelheid (Credit: Palazzo Barberini, Rome).
Maar als we kijken naar de realiteit achter onze gefilterde selfies en foto’s van de nieuwste overvolle Instagram-hotspot, zullen we, zoals Narcissus, ontdekken dat “het uiteindelijk slechts een weerspiegeling en een illusie is die ons niet heeft gebracht wat we hadden gehoopt”.
Pygmalions liefde voor het beeld van een vrouw dat hij heeft gemaakt, spreekt al lange tijd kunstenaars als Rodin aan, die het verhaal gebruikten als excuus om hun eigen vaardigheden te vieren. Voor Scholten roept Pygmalions overtuiging dat zijn creatie superieur is aan alle echte vrouwen om hem heen echter herinneringen op aan het misplaatste vertrouwen van de mensheid in haar eigen uitvinding, kunstmatige intelligentie (AI). “Wij mensen denken dat we alles kunnen beheersen en overal een oplossing voor hebben,” zegt hij.
Maar deze arrogantie heeft gevolgen. In George Bernard Shaws hervertelling van de mythe, later verfilmd tot de hitfilm My Fair Lady uit 1964, ontdekt Pygmalions personage, Henry Higgins, dat zijn “creatie”, Eliza, uiteindelijk een eigen wil ontwikkelt. Mocht hetzelfde gebeuren met AI, dan zouden de gevolgen veel minder prettig kunnen zijn.
Pygmalion’s liefde voor het standbeeld dat hij creëerde heeft kunstenaars als Rodin en Jean-Leon Gerôme aangesproken (Jean-Léon Gérôme, De mythe van Pygmalion en Galatea, 1890, The Metropolitan Museum of Art).
“Hij had jarenlang de vrouwen zonden zien begaan en daarom wilde hij nooit trouwen. Hij bleef liever vrijgezel, omringd door zijn eigen kunst. Dagenlang werkte hij aan een ivoren beeld, een vrouwenbeeld (Galatea). Hij gaf het beeld de perfecte schoonheid en uiteindelijk werd hij er smoorverliefd op. Hij schonk het beeld allerlei cadeaus en juwelen, maar het bleef van ivoor. Op een dag werd er een feest gevierd ter ere van Aphrodite. Overal werd er wierook gebrand en werden er runderen geofferd. Pygmalion sprak bij het altaar de wens uit dat de goden hem een vrouw zouden geven. Hij had de moed niet om "die van ivoor" te zeggen en in de plaats zei hij "die lijkt op mijn ivoren vrouw". Aphrodite, zelf aanwezig, begreep zijn wens: driemaal schoot een vlam hoog op, ten teken van genade. Zodra hij thuiskwam haastte hij zich naar zijn geliefde beeld en kuste haar op de mond. Het beeld kwam tot leven. Daarna dankte Pygmalion Aphrodite duizendmaal. Negen maanden na het huwelijk van Pygmalion en Galatea werd Paphos geboren.”
Die arrogante leiders die momenteel aan de macht zijn, of het nu techgiganten of oligarchen, presidenten of premiers zijn, zouden er goed aan doen het verhaal van de jager Actaeon ter harte te nemen. Toen hij Artemis met haar nimfen zag baden, werd de godin zo woedend dat ze hem in een hert veranderde, dat vervolgens door zijn eigen honden werd verslonden. “Al die wereldleiders vol trots zouden zich ervan bewust moeten zijn dat dingen kunnen veranderen,” zegt Scholten.
Metamorphoses is echter niet alleen maar een sombere waarschuwing. In het verhaal van de verliefde Salmacis en Hermaphroditus, wier lichamen, mannelijk en vrouwelijk, zich verenigen, zien we een oude representatie van genderfluiditeit. Volgens Scholten is dit een suggestie dat “we iedereen moeten beschouwen als unieke mensen en niet als afwijkingen van de norm. De ambiguïteit die in de natuur zelf aanwezig is, is ook terug te vinden in Ovidius.”
‘Een opleving van de belangstelling voor Ovidius’
Hoewel de invloed van Ovidius door de eeuwen heen is toe- en afgenomen, wijst Cox op de observatie van Marina Warner in haar boek Fantastic Metamorphoses, Other Worlds, dat hernieuwde belangstelling voor Ovidius vaak te zien is op kruispunten en drempels. “Het is misschien niet verwonderlijk dat de onzekerheid en onrust van de huidige tijd samenvallen met een hernieuwde belangstelling voor Ovidius,” zegt Cox.
Warner zelf gebruikte de mythe van Leto, die gedoemd was om met haar kinderen eindeloos over de aarde te zwerven, om de moeilijkheden van vluchtelingen te onderzoeken in haar roman The Leto Bundle uit 2001. “Een gevoel van ballingschap, van dakloosheid, is nooit ver weg bij Ovidius… er zijn veel mythen waarin mensen in ballingschap worden gedreven of ver van huis terechtkomen,” zegt Cox. “Het is interessant dat sinds Warner dit boek publiceerde, andere schrijvers de benarde situatie van vluchtelingen hebben onderzocht aan de hand van verwijzingen naar Ovidius.” Ze wijst op de Franse auteur Marie Ndiaye, wier roman Three Strong Women uit 2009 ging over ballingschap en ontheemding in Frankrijk en Senegal.
De jager Actaeon werd veranderd in een hert en vervolgens verslonden door zijn eigen honden (Bron: Alamy)
De Schotse auteur Ali Smith heeft zich op verschillende manieren laten inspireren door Ovidius, met name in haar novelle Girl Meets Boy uit 2007, een moderne hervertelling van de mythe van Ianthe en Iphis, die als meisje werd geboren en als jongen werd opgevoed, gesitueerd in Schotland. Hun verhaal “stelt Smith in staat de angst te onderzoeken van degenen die zich genoodzaakt voelden hun gender te verbergen, en viert tegelijkertijd relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht, jaren voordat het homohuwelijk in Engeland en Schotland wettelijk werd toegestaan,” aldus Cox.
De verontrustende toename van vrouwenhaat en gendergerelateerd geweld wordt op ongemakkelijke wijze weerspiegeld in de vele aanrandingen die vrouwelijke personages in De Metamorfosen ondergaan. Hoewel Ovidius zelf deze ervaringen vaak bagatelliseert, hebben verschillende vrouwelijke auteurs recentelijk geprobeerd het verhaal voor hun eigen doeleinden te herinterpreteren.
Medusa is grotendeels een symbool geworden voor overlevenden van seksueel geweld, en dat is buitengewoon – Natalie Haynes
Hoewel Marie Darrieussecq ontkent dat Ovidius een inspiratiebron was voor haar internationale bestseller uit 1996, Varkensverhalen, wordt het verhaal over een jonge vrouw die in een dubieuze Parijse massagesalon werkt en geleidelijk in een zeug verandert, algemeen beschouwd als Ovidiaans. “Door de verkenning van seksueel geweld en de creatie van een vrouw die uiteindelijk terugvecht, loopt het boek vooruit op Ovidius’ verschijning binnen de #MeToo-beweging. Steeds meer schrijvers onderzoeken de verkrachtingen in de Metamorfosen vanuit het perspectief van het slachtoffer,” zegt Cox.
Natalie Haynes deed precies dat met haar krachtige hervertelling van het verhaal van Medusa in Stone Blind (2022). “De langste versie van het verhaal van Medusa is verreweg te vinden in Ovidius’ Metamorfosen,” vertelt Haynes aan de BBC. Maar het is een versie die Haynes woedend maakte. Ovidius vertelt hoe Medusa ooit een mooie jonkvrouw was, maar nadat ze door Neptunus in de tempel van Minerva was verkracht, koos de godin ervoor om Medusa te straffen in plaats van haar verkrachter door haar in een monster met slangen als haar te veranderen. Alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt haar verhaal verteld vanuit een mannelijk perspectief – dat van Perseus.
Juul Kraijer’s Spawn is een mooie Medusa-achtige vrouw die schijnbaar nadenkt over haar lot terwijl slangen over haar gezicht glijden (Credit: Courtesy of Juul Kraijer Studio)
Hoewel Haynes zijn versie zeker niet wilde gebruiken, putte ze wel elementen ervan uit om de volledige gruwel van het misbruik dat Medusa onderging, over te brengen. In het bijzonder een scène waarin Perseus, zich realiserend dat haar hoofd waardevol is als wapen, er een bed van zeewier voor maakt, omdat hij de afgehakte nek niet op het harde zand wil leggen. “Er is iets absoluut afschuwelijks aan de zorg die hij toont voor haar onthoofde hoofd in vergelijking met de zorg die hij voor haar als levend wezen toonde. Ik heb dat moment volledig overgenomen voor Stone Blind,” zegt Haynes.
Ondanks haar woede over de manier waarop Medusa werd behandeld en hoe haar mythe zo verkeerd is begrepen, is Haynes blij met de recente veranderingen in perspectief. “Ze is vooral een symbool geworden voor overlevenden van seksueel misbruik, en dat is buitengewoon,” zegt ze. De Ovidische transformatie van Medusa van verguisd monster tot feministische heldin is duidelijk zichtbaar in de veranderende manier waarop ze in de kunst is afgebeeld. Waar ze ooit een angstaanjagend wezen zou zijn geweest, is Spawn (2019) een mooie jonge vrouw die ogenschijnlijk over haar lot nadenkt terwijl slangen over haar gezicht kronkelen.
Een minder bekende, uiteindelijk positievere mythe, die volgens Haynes rijp is voor een verfilming, is die van Philemon en Baucis.
“De goden dalen neer van de Olympus om ons te beproeven – er zit bijna een sprookjesachtig element in – en iedereen wijst hen de deur, behalve Philemon en Baucis. Dus besluiten ze iedereen te straffen door de vallei waarin ze wonen te overstromen en hen te verdrinken, maar Philemon en Baucis nemen ze als eersten mee naar hoger gelegen gebied.” Nadat ze de wens hadden geuit om uiteindelijk samen te sterven, veranderen de goden hen, wanneer het moment daar is, in bomen en groeien ze voor de rest van de tijd samen op. “Dat voelt voor mij als een fabel over klimaatverandering,” zegt Haynes.
Haynes’ interpretatie sluit aan bij Scholtens visie op de belangrijkste boodschap in De Metamorfosen. “Achter al deze specifieke en meer gefocuste kwesties schuilt altijd die zorg over de wereld en haar toekomst,” zegt hij. Hoewel goddelijke transformatie centraal staat in het gedicht, is de wereld in gevaar als gewone stervelingen “de wereld blijven beschouwen als iets dat we kunnen veranderen.”
Metamorphoses is tot en met 25 mei te zien in het Rijksmuseum.
Boven: Israëlische militairen op de grens met Zuid-Libanon, waar inwoners door het Israëlische leger gewaarschuwd werden te evacueren.
Derk Walters, NRC Gepubliceerd op19 maart 2026
Wat Donald Trump met Iran wil, is lastig te achterhalen. Vrijwel dagelijks, en soms zelfs meerdere keren per dag, geeft de Amerikaanse president wisselende motivaties voor zijn oorlog.
Daarbij vergeleken zijn de motieven van aanvalspartner Israël duidelijk. In Iran moet het regime weg. In Libanon moet Hezbollah vernietigd worden.
Anders dan Trump heeft de regering-Netanyahu een coherente visie. Een analyse van de Israëlische grondslagen van beleid, in vier delen.
Vergroten door te klikken.
De verwoestingen die Israëlische luchtaanvallen in Beiroet veroorzaken zijn groot.
Dit nooit meer’
Het hedendaagse militarisme in Israël is verbonden met de geschiedenis van het zionisme, zegt Yaron Peleg, hoogleraar moderne Hebreeuwse studies aan de Universiteit van Cambridge. Israël is na de Holocaust zo sterk bezig geweest met ‘dit nooit meer’, aldus Peleg, dat het elke mogelijke dreiging bij voorbaat de kop wil indrukken.
Peleg, per e-mail: „De zionistische militaire capaciteiten, aanvankelijk defensief, vermengden zich met een groeiend Holocaust- of slachtofferdiscours in Israël en ontwikkelden zich tot een extreem agressief militarisme. Je kunt het omschrijven als de gepeste die zelf een pestkop werd. Israël lijkt te compenseren voor een lange geschiedenis van misbruik als gemarginaliseerde gemeenschap, met geweld dat volstrekt buiten proportie lijkt ten opzichte van de bedreigingen.”
Werkt dat ook? Analist Brown wijst op de successen, zoals de adembenemende inlichtingenpositie, het vermogen van het Israëlische leger om zich te bewegen waar het wil en de vijand zware verliezen toe te brengen. Maar, waarschuwt hij, in deze strategie heeft oorlog geen duidelijk eindpunt meer, omdat militaire actie niet langer wordt gebruikt om een stabiele politieke orde te creëren. „In plaats daarvan wordt oorlog de orde zelf.”
DOEL Permanente veiligheid
Het veranderen van het regime in Iran en het vernietigen van Hezbollah zijn acties met als doel om de veiligheid van Israël te waarborgen. De Australische genocidewetenschapper Dirk Moses van de City University of New York ontwikkelde het concept ‘permanente veiligheid’, dat goed op Israël toepasbaar is. Israël wil zijn inwoners, en bij uitbreiding het hele Joodse volk, permanente veiligheid bieden – en daarvoor moet alles wijken.
Zogenaamd progressieve Israëlische regeringen hebben sinds eind jaren veertig etnische zuivering, collectieve bestraffing en land- en eigendomsdiefstal in de praktijk gebracht
Dirk Moses Australische genocidewetenschapper
Het streven naar absolute veiligheid betekent ook dat Israël anticipeert op toekomstige bedreigingen. Dit maakt aanvallen op hele bevolkingsgroepen noodzakelijk, om te verhinderen dat er uit dat vijandige volk ooit opstandelingen tegen Israël voortkomen. Dit is volgens Moses ook de rationale achter de totale verwoesting van Gaza: dit moest ervoor zorgen dat Hamas nooit meer Israël kan bedreigen.
Veiligheid is altijd de hoogste prioriteit geweest voor alle Israëlische regeringen, zegt Moses. „Zogenaamd progressieve Israëlische regeringen hebben sinds eind jaren veertig etnische zuivering, collectieve bestraffing en land- en eigendomsdiefstal in de praktijk gebracht. Dit zijn de basisprincipes van elke koloniale staat: geen inheems volk geeft vrijwillig zijn land op.”
Een appartement in Tel Aviv wordt geïnspecteerd nadat het geraakt is bij een Iraanse raketaanval, waarbij twee doden vielen.
Het Israëlische leger bij de grens met het zuiden van Libanon.
De regering-Netanyahu heeft dit volgens Moses naar een „hoger, intensiever niveau” getild, door te pleiten voor permanente controle, de uitbreiding van nederzettingen en het verwerpen van het tijdelijke karakter van de bezetting op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. Deze aanpak is gericht op het actief hervormen van het Midden-Oosten.
In Libanon, zegt Moses, past Israël sinds 2024 de ‘Dahiya-doctrine’ toe: de massale vernietiging van infrastructuur en het vergiftigen van landbouwgrond om gebieden onbewoonbaar te maken. „Voorstanders prijzen dit als een manier om oorlogen te verkorten door de prijs voor de vijand ondraaglijk hoog te maken. Maar het schendt wel het beginsel van proportionaliteit in het humanitair oorlogsrecht.”
Inherent paranoïde
De Israëlische „hyperwaakzaamheid”, zoals Moses het noemt, is „inherent paranoïde”, en kan juist een onveilige situatie opleveren: als je iedereen als een potentiële doodsvijand behandelt, creëer je juist de bedreigingen die je wilde voorkomen. Hij ziet deze strategie als een „selffulfilling prophecy”: je escaleert oorlogen en radicaliseert vijanden, voor wie je vervolgens weer extra op je hoede moet zijn.
Een belangrijk onderdeel van de permanente veiligheidsstrategie is het fundamenteel destabiliseren en ontmantelen van buurlanden. Moses: „Dat is nu ook het doel in Iran: de staat verzwakken, meer nog dan het regime vervangen. Net als in Irak, Syrië en Libië na 2003. Dit is de chaosstrategie. Dat is slecht voor de stabiliteit in de wereld, maar in de ogen van Israëlische leiders goed voor Israël.”
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu spreekt in september 2025 de Verenigde Naties toe. FOTO SHAHAR AZRAN/POLARIS/ANP
Zoals Henry Kissinger al in 1957 schreef: „Absolute veiligheid voor één macht betekent absolute onveiligheid voor alle anderen.”
Het idee om alles te controleren om totale veiligheid te bereiken, is volgens Moses hoogmoedig. „En hoogmoed komt voor de val, zou je denken. Maar dat gaat niet altijd op. Koloniale staten als de VS en Australië zijn erin geslaagd om de inheemse bevolking permanent te verdrijven.”
METHODE Kopstukken liquideren
In Iran past Israël een kenmerkende methode toe: als je de vijandelijke leider geliquideerd hebt, en hij wordt vervangen, dan probeer je ook die vervanger zo snel mogelijk te doden. Hiermee hoopt Israël de vijand te desorganiseren en permanente schade aan te brengen aan zijn leiderschapscapaciteiten.
Vooral deze week sloeg Israël hard toe: dinsdag vermoordde het Ali Larijani van de Iraanse Nationale Veiligheidsraad en commandant Gholamreza Soleimani van de paramilitaire Basij-milities, woensdag minister Esmaeil Khatib (Inlichtingen). Volgens The Wall Street Journal gooide Israël al zo’n tienduizend bommen op leden van het regime, waarbij er ook „duizenden” zijn omgekomen.
Woensdag werden in Teheran twee kopstukken van het Iraanse regime begraven, Ali Larijani en Gholamreza Soleimani, die door Israël geliquideerd zijn. FOTO MAJID SAEEDI/GETTY IMAGES
De Israëlische minister Israel Katz (Defensie) zei dat hij het leger carte blanche gegeven heeft om Iraanse kopstukken te doden, of, in zijn woorden: „herhaaldelijk de kop van de octopus af te hakken en te voorkomen dat hij verder groeit”. Daarbij maakt Israël geen onderscheid tussen hardliners en meer gematigde vijandelijke leiders. Hierdoor reduceert Israël ook de kans om met de vijand tot een vergelijk te komen.
Volgens Israël verloopt de liquidatiecampagne succesvol: de Iraanse commandostructuur is verstoord en het moreel van de veiligheidstroepen ondermijnd. Ooggetuigen melden tegenover westerse media dat Iraanse veiligheidstroepen flink in paniek zijn. Het vervolgdoel zou zijn dat het regime zo verzwakt raakt dat het Iraanse volk het omver kan werpen. Zover is het nog niet.
Tweede of derde garnituur
Het liquideren van vijandelijke kopstukken is geen nieuwe methode. De afgelopen decennia deed Israël dit al met tal van leiders van vijandelijke milities.
Volgens de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi van de Columbia-universiteit in New York heeft de decennialange liquidatiecampagne tegen Palestijnse leiders erin geresulteerd dat de tweede of zelfs derde garnituur overbleef om de toch al gedecimeerde Palestijnse Autoriteit te besturen. De geliquideerde leiders, aldus Khalidi in zijn boek De honderdjarige oorlog tegen Palestina, behoorden tot de beste en meest effectieve; „door hun verlies bleven de Palestijnen achter met een minder dynamische en zwakkere organisatie”.
Maar aan deze strategie kleven ook risico’s. In The New York Times waarschuwt Ami Ayalon, oud-leider van de Israëlische inlichtingendienst Shin Bet, voor chaos als zijn land de Iraanse elites blijft uitdunnen. Daarbij verwijst hij naar Irak, dat na de eliminatie van het bewind van Saddam Hoessein decennialang vrijwel onbestuurbaar was.
IDEOLOGIE Groot-Israël
Het militarisme en de bufferzones gaan hand in hand met een ideologisch doel van deze Israëlische regering: gebiedsuitbreiding. Met name Smotrich verklaart openlijk dat hij een zo groot mogelijk deel van de Westelijke Jordaanoever bij Israël wil trekken, Gaza opnieuw wil bezetten en Zuid-Syrië wil veroveren tot aan Damascus.
Smotrich is geen uitzondering; ook Netanyahu zelf voelt zich „zeer verbonden” met een ‘Groot-Israël’. De Likud-partij van de premier heeft historische wortels in een stroming van het zionisme die gebiedsuitbreiding verlangt. Zijn irredentisme – het streven naar annexatie van gebieden buiten het eigen grondgebied die bij het land ‘horen’ – is dus geen verrassing.
De maximalisten vinden dat het grondgebied voor het Joodse volk zich zou moeten uitstrekken van de Nijl tot de Eufraat. Een minder ruime opvatting van Groot-Israël is ‘Eretz Israël’. Dit eveneens op de Bijbel gebaseerde ‘Land van Israël’ omvat behalve Palestina ook delen van Syrië, Jordanië en Libanon.
Het gebied in Libanon dat Israël wil evacueren komt aardig overeen met het grondgebied van de twee noordelijkste bijbelse stammen van Israël: Asher en Naftali. Sommige zeloten vinden dat Israël daarom recht heeft op dit gebied.
Recht van de sterkste
Het innemen van andermans grondgebied is illegaal volgens het internationaal recht. Maar sinds de inname van het Oekraïense schiereiland de Krim door Vladimir Poetin, in 2014, heeft het recht van de sterkste aan terrein gewonnen. Dat geldt ook voor Israël, dat behalve Gaza stukjes Libanon en Syrië heeft ingenomen.
Een deel van de Groot-Israël-gedachte wordt al in de praktijk gebracht, constateert hoogleraar Moses. „Iedereen kan de voortschrijdende annexatie van de Westelijke Jordaanoever zien, in de vorm van apartheid die alle rechten aan Joden toekent en geen rechten aan Palestijnen, maar ook van meer dan de helft van Gaza, evenals Syrië.”
Dit patroon van „defensief imperialisme”, zoals Moses het noemt, is gebruikelijk in de wereldgeschiedenis: expansie in naam van veiligheid, waardoor nieuwe vijanden ontstaan en de drang tot verdere expansie wordt aangewakkerd. „Het is een intern gegenereerde dynamiek met Amerikaanse aanmoediging: denk aan de zegen van de Amerikaanse ambassadeur dat Israël zijn grenzen zou kunnen uitbreiden tot de bijbelse grenzen, die ook zijn buurlanden zouden omvatten.”