Israëlische kolonist schiet Palestijn dood ten zuiden van Hebron

NIEUWS

Westelijke Jordaanoever Een 28-jarige Palestijnse man is zaterdag doodgeschoten door een kolonist in het dorpgebied van Masafer Yatta. Afgelopen maandag werden ook al twee Palestijnse broers door een kolonist doodgeschoten. 

Gepubliceerd op

Or Goldenberg, NRC

Een Israëlische kolonist heeft zaterdag een 28-jarige Palestijnse man, Amir Shnaran, doodgeschoten in het dorpgebied van Masafer Yatta, ten zuiden van de Palestijnse stad Hebron. De broer van Amir Shnaran, de 33-jarige Khaled Shnaran, zou ernstig gewond zijn geraakt. Dat meldt het officiële Palestijnse persbureau Wafa, gebaseerd op lokale medici en activisten. Het aantal Palestijnen dat sinds het begin van dit jaar door kolonisten zijn gedood is na vandaag opgelopen tot vier.

De Israëlische politie en militaire politie zegt het incident te onderzoeken, aldus de Israëlische krant Haaretz. Volgens het leger is de schutter een kolonist die als reservist ter plaatse kwam nadat hij een melding kreeg over confrontaties tussen kolonisten en Palestijnen. Masafer Yatta wordt regelmatig aangevallen door Israëlische kolonisten. Dat werd ook vastgelegd door Israëlische en Palestijnse filmmakers in de Oscar-winnende documentaire No Other Land.

Afgelopen maandag werden twee Palestijnse broers, Muhammad (52) en Fahim Taha Muammar (48) door een Israëlische kolonist doodgeschoten in Qaryut, een Palestijns dorpje in de buurt van de stad Nablus ten noorden van de illegaal bezette Westelijke Jordaanoever. Volgens Haaretz wordt ook dit incident onderzocht door de militaire politie van het Israëlische leger. Volgens getuigen begon de escalatie toen Joodse kolonisten met bulldozers de olijfboomgaarden van de dorpsbewoners betraden. Na de schietpartij nam het Israëlische leger de bulldozer in beslag. Het IDF veroordeelde volgens de Israëlische krant de schietpartij en zei dat het „het incident uiterst serieus neemt”.

Vorige week zaterdag, vlak nadat Israël en de Verenigde Staten de oorlog tegen Iran afkondigden, sloot het Israëlische leger alle controleposten in de Westelijke Jordaanoever. Volgens het Palestijns-Israëlische nieuwsmedium +972Magazine deelden soldaten afgelopen zondag pamfletten uit aan Palestijnen. Daarop stond dat het leger „een preventieve veiligheidscordon” zou hebben ingesteld „rond het hele gebied van Judea en Samaria”. Het gebruik van de Bijbelse benaming voor de Westelijke Jordaanoever, Judea en Samaria, is niet onomstreden omdat het volgens internationaal recht om door Israël bezet gebied gaat. Bovendien werd het verkeer tussen verschillende delen op de Westelijke Jordaanoever volgens dat pamflet „tot nadere orders” verboden.



Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

Icarus de hemelbestormer


EINDE

Toen ik op het Muziekweb ‘Icarus’ opzocht, zag ik dit…

 Bovenaan:   Icarus [1] 

De regen had een dunne sliblaag achtergelaten in een holte van het rotspad. Toen werd er een vorm zichtbaar die je bij droogte nooit zag, een heel ijle gestalte, met takjes op de plek van zijn voeten. Ik maakte er een serie potloodtekeningen van, totdat de wind de gestalte uitwiste.

Later, in een kleigroeve in Limburg, zag ik plotseling vlak voor mijn voeten een spleet in de grond, het evenbeeld van de holte die ik getekend had.
Die spleet goot ik af, het gips maakte de ijle gestalte uitvoerbaar op groter formaat, zoals ‘Max und Moritz’.

Icarus [2]

Voorheen had ik al kleine, kwetsbare figuurtjes geboetseerd, alleen of getweeën, die aansluiten op de potloodtekeningen van Icarus.
In vervolg daarop ontstond een kleine reeks van minnaars die ik omgaf met transparante bouwsels van latoenkoper en kopergaas.

Sinds de eerste tekeningen uit 1991 is Icarus een thema dat telkens opduikt, zwevend, zwemmend, soms paarsgewijs; en tenslotte getekend, maar dan met klei, zonder de steun van het gips.
Bovenaan: 
Voorheen had ik al kleine, kwetsbare figuurtjes geboetseerd, alleen of getweeën, die aansluiten op de potloodtekeningen van Icarus. 
In vervolg daarop ontstond een kleine reeks van minnaars die ik omgaf met transparante bouwsels van latoenkoper en kopergaas.
Sinds de eerste tekeningen uit 1991 is Icarus een thema dat telkens opduikt, zwevend, zwemmend, soms paarsgewijs; en tenslotte getekend, maar dan met klei, zonder de steun van het gips.
Hanna Mobach 
Afbeeldingen klikken om te vergroten

Zwemmer
Pieter Bruegel de Oude, “De val van Icarus”, detail: de blote benen en hand van Icarus, de visser en de toekijkende patrijs
Pieter Bruegel de Oude, “De val van Icarus”
In dit schilderij verwijst Brueghel heel duidelijk naar Ovidius. Dit schilderij en een latere versie, verschillen op een aantal, zeer belangrijke, punten van elkaar. Op het oudste schilderij komt Daedalus niet voor. Op dat schilderij is ook een ondergaande zon te zien, terwijl in de versie op hout de zon in het zenith staat. De vraag is of het schilderij op doek niet is overgeschilderd. Volgens Gibson is het schilderij misschien wel meermalen overschilderd. Onlogisch zou dat niet zijn, want, zoals iemand opmerkte, Icarus heeft er anders wel erg lang over gedaan om uit de lucht te vallen als de zon nu bezig is onder te gaan. Het lijkt immers voor de hand te liggen dat de was in de vleugels van Icarus begon te smelten toen de zon op z'n hoogste punt stond. | Iemand die met een bevende hengel vissen probeerde te vangen (een visser), een herder die leunde op zijn stok en een boer die steunde op een ploeg zagen hen, ze waren stomverbaasd en ze dachten dat het goden waren omdat ze konden vliegen. | Van op een eikentak zag Perdix hem toen hij het betreurde lichaam van zijn zoon in een graf legde. Perdix was een snatervogel die in het moeras leefde en hij getuigde van zijn vreugde in een lied: Hij was toen een unieke vogel, in vroegere jaren niet gezien, nog maar onlangs een vogel geworden en voor jou, Daedalus, een langdurig schuldbewijs.
Bron: Ovidius Metamorphosen 8.183-235 © 2008 Albert van der Kaap


Icarus (Ikaros) is in de Griekse mythologie de zoon van de beroemde architect en beeldhouwer Daedalus. De jongen werd beroemd vanwege zijn tragische poging om te vliegen.
Charles-Paul Landon, Icarus en Daedalus. 1799

Icarus en Daedalus worden gevangen gehouden op Kreta door koning Minos. Die heeft eerder dankbaar gebruik gemaakt van de diensten van Daedalus. De architect heeft een labyrint voor hem ontworpen waar niemand ooit uit kan ontsnappen en waar de monsterlijke Minotaurus wordt opgesloten. De koning wil echter niet dat de twee ooit aan iemand verklappen hoe de uitgang van het labyrint eventueel toch gevonden kan worden, en besluit ze daarom maar gevangen te houden. 

Daedalus is echter vastbesloten te ontsnappen. De intelligente bouwheer maakt op een raamwerk grote vleugels van de veren van vogels en de was van bijen in de omgeving. Als deze vleugels klaar zijn bevestigt hij één paar vleugels op zijn lichaam en een ander paar op het lichaam van zijn zoon. Zo hopen de twee alsnog te ontkomen.

Daedalus waarschuwt Icarus vooraf niet te laag te vliegen. Als de vleugels nat worden van het water van de zee kunnen ze immers te zwaar worden. Hij draagt zijn zoon daarnaast op vooral ook niet te hoog te vliegen. Hij is namelijk bang dat de was waarmee de vleugels op het lichaam zijn bevestigd, dan door de hitte van de zon zal smelten.

De vleugels blijken zeer goed te werken. Al snel laten de twee Kreta achter zich en bereiken ze de eilanden Delos en Paros. Als vader en zoon ook het eiland Samos in beeld krijgen, wordt Icarus echter overmoedig. Ondanks de waarschuwing van zijn vader besluit almaar hoger en hoger te vliegen. Tot hij te dicht bij de zon komt en de angst van Daedalus terecht blijkt: de was smelt en Icarus stort neer in zee waar hij verdrinkt. Daedalus begraaft zijn zoon op een eilandje dat later de naam Ikaria krijgt.

Symbool

Icarus is in de loop der tijd symbool gaan staan voor de wens van de mens om te kunnen vliegen. Over de afkomst van Daedalus en zijn vader bestaan verschillende verhalen. Volgens sommige lezingen stamden zij af van een Atheense koning. De beroemde filosoof Socrates beweerde een nazaat van Daedalus te zijn.

Historiek.net

Daedalus en zijn zoon Icarus. Schilderij van Charles-Paul Landon, 1799 
De val van Icarus of Landschap met de val van Icarus is een schilderij van Pieter Bruegel de Oude dat is overgeleverd in twee laat-16e-eeuwse kopieën van anonieme meesters, bewaard te Brussel. Het origineel moet gemaakt zijn rond 1565, toen Bruegel als eerste monumentale werken over het dagelijks leven ging vervaardigen. De boodschap van het moraliserende werk is niet meer eenduidig te achterhalen. Vaakgehoorde thema's zijn overmoed en zelfbedrog, menselijke onverschilligheid, en nuchterheid boven fantasievol streven. 

wikipedia

Pieter Bruegel de Oude, “Landschap met de val van Icarus”, 1565.
Het schilderij beeldt de Griekse mythe uit waarin Icarus in zee stort nadat zijn vleugels van was smolten omdat hij te dicht bij de zon vloog. Een belangrijk thema is de onverschilligheid van de wereld: terwijl Icarus verdrinkt, gaat het dagelijks leven op de voorgrond gewoon door, uitgebeeld door de ploegende boer die geen aandacht schenkt aan de ramp. 
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel. 



Ovidius: Icarus
Metamorphosen 8.183-235

Ondertussen was Daedalus ingesloten door de zee, vol haat voor zijn lange ballingschap op Kreta en geraakt door heimwee naar zijn geboorteplaats, zei hij:
"Hoewel Minos de landen en de zeeën verspert, de hemel blijft toch zeker open. We zullen langs daar gaan; hoewel hij alles bezit, de lucht heeft hij niet."

Zo sprak hij en richtte zijn geest op de nog onbekende kunst en hij bracht een omwenteling teweeg in de natuurwetten. Want hij plaatste veren op een rij, beginnend met de kortere en daarna steeds een langere, zodat je kon denken dat ze op een helling gegroeid waren. Zo ontstond eertijds geleidelijk de landelijke herdersfluit uit ongelijke riethalmen. Toen maakte hij de veren in het midden vast met een draad en vanonder met was en zo samengevoegd boog hij ze in een kleine kromming, zodat hij echte vogelveren nabootste.

De jongen Icarus stond erbij en niet wetend dat hij met zijn leven aan het spelen was, probeerde hij nu eens met een stralend gezichtje de veren te pakken, die bewogen werden door een licht briesje, dan weer kneedde hij met zijn duim de goudgele was. En door zijn spel hinderde hij het wonderbaarlijke werk van zijn vader.

Nadat hij de laatste hand gelegd had op zijn werk, bracht de kunstenaar zelf zijn lichaam in evenwicht tussen de 2 vleugels en hij bleef hangen in de lucht die bewogen werd (door de wind).

Hij onderrichtte ook zijn zoon "Icarus," zei hij "ik raad je aan in het midden van de weg te vliegen opdat de zee je veren niet zou verzwaren door te laag te vliegen en opdat het vuur ze niet zou verschroeien door te hoog te vliegen: vlieg tussen elk van beiden (neem de gulden middenweg). Ik vraag je met aandrang niet te kijken naar de Ossendrijver, de Grote Beer en het sterrenbeeld van de jager. Volg mij als gids!" Tegelijkertijd leerde hij hem de regels van het vliegen en hij maakte de tot dan toe onbekende vleugels aan zijn schouders vast.

Tijdens het werk en de waarschuwingen waren de wangen van de oude man vochtig van tranen en zijn vaderlijke handen beefden. Hij gaf zijn zoon kusjes, die niet meer herhaald konden worden. En licht gemaakt door de veren vloog hij voorop en hij vreesde voor zijn kameraadje, zoals een vogel die zijn tengere kroost vanuit het hoge nest de lucht inleidt. Hij spoorde hem aan te volgen en bracht hem de onheilbrengende kunst bij. Zelf bewoog hij zijn eigen vleugels en keek om naar die van zijn zoon.

Iemand die met een bevende hengel vissen probeerde te vangen (een visser), een herder die leunde op zijn stok en een boer die steunde op een ploeg zagen hen, ze waren stomverbaasd en ze dachten dat het goden waren omdat ze konden vliegen. En reeds lag links Samos, gewijd aan Juno (ze waren al voorbij Delos en Paros gevlogen). Rechts lag Lebinthos en Calumne, rijk aan honing, toen de jongen genoegen begon te scheppen in zijn roekeloze vlucht, zijn gids verliet en aangetrokken door de drang naar de hemel, een al te hoge vlucht nam.

De nabijheid van de verschroeiende zon maakte de geurige was, het bindmiddel van de veren, mals: de was smolt. Icarus zwaaide met zijn vleugelloze armen en omdat hij zijn vleugels miste, kon hij absoluut geen lucht meer opvangen. En zijn mond, die de naam van zijn vader nog riep, werd gevuld met het azuurblauwe water dat zijn naam aan hem ontleent.

Maar de ongelukkig vader, die geen vader meer was, riep:" Icarus, waar ben je? Waar moet ik je toch gaan zoeken? Icarus," zei hij herhaaldelijk: maar hij zag de veren op de golven drijven en hij vervloekte zijn uitvinding; hij begroef het lichaampje in een graf; en het eilandje werd genoemd naar de naam van degene die daar begraven lag.

Van op een eikentak zag Perdix hem toen hij het betreurende lichaam van zijn zoon in een graf legde. Perdix was een snatervogel die in het moeras leefde en hij getuigde van zijn vreugde in een lied: Hij was toen een unieke vogel, in vroegere jaren niet gezien, nog maar onlangs een vogel geworden en voor jou, Daedalus, een langdurig schuldbewijs.

Bron: Ovidius Metamorphosen 8.183-235

Ovidius: Perdix
Metamorphosen 8. 236-259

PERDIX 236-259

236. Terwijl hij het lichaam van zijn miserabele zoon begroef,
zag een kwetterende patrijs hem, vanuit een modderige greppel,
en klapte in zijn vleugels, nadat hij zijn vreugde had betuigd met een lied:
toen was hij de enige vogel, voor meerdere jaren niet opgemerkt,
240. en onlangs vogel geworden, was voor jouw, Daedalus, een langdurig schuldbewijs,
want zijn zus, onbekend met het lot, vertrouwde hem, haar kind toe,als leerling,
een jongen, die zijn 12e verjaardag vierde, ontvankelijk voor het onderrichten van de geest.

Want hij nam het ruggenmerg, nadat hij het in het midden in een vis had waargenomen,
245.als voorbeeld en hij sneed blijvende tanden in ijzer en vond de toepassing van een zaag uit.
Als eerste verbond hij ijzeren armen, twee vanuit een knooppunt,
zodat ze, mits ze met gelijke tussenruimte uit elkaar stonden,
het ene deel stond, het andere deel een cirkel beschreef.

250. Daedalus was jaloers en duwde hem hals over kop van de heilige burcht van Minerva, terwijl hij het als een val voorwendde: maar hem,
maakte Pallas, die genieën gunstig gezind was,tot een vogel
en overdekte hem, midden in de lucht, met veren.

De kracht echter van het genie ging weg naar zijn vleugels,
255. en voeten: de naam bleef hem bij,
Toch heft die vogel haar lichaam niet omhoog
en maakt zij het nest niet in takken in een hoge top;
Zij vliegt dicht bij de grond en legt haar eieren in heggen,
259.en hij is bang voor hoogtes, zich de oude val herinnerend.

Icarus! Icarus!het elegische verhaal
Ovidius, Ars Amandi ii, 21-96


Christen-nationalisten in de VS zien in de Iran-oorlog een teken van de Eindtijd

ACHTERGROND

Religie 
Christelijke zionisten speculeerden al in de negentiende eeuw over het einde der tijden in het Midden-Oosten. In de VS hebben predikers en techmiljardairs de Apocalyps ontdekt.

Sjoerd de Jong, NRC

Gepubliceerd op5 maart 2026 om 15:22.

Brengt de ‘epische woede’, zoals de Amerikaanse aanval op Iran is gedoopt, het einde der tijden nabij – en dus de terugkeer van Christus? Sommige evangelische predikers geloven het. Israël en het Midden-Oosten zijn voor hen het projectiescherm van eindtijdfantasieën en speculaties over een Nieuwe Aarde.

Ook in het Amerikaanse leger, dat van Trumps zelfverklaard ‘minister van oorlog’ Pete Hegseth een leger van „krijgers” moet worden, duiken die apocalyptische overtuigingen op. Bij de Military Religious Freedom Foundation kwamen, zo bericht The Guardian, ruim tweehonderd klachten binnen van militairen die klagen dat hun superieuren de aanval op Iran uitleggen als onderdeel van Gods plan of als opmaat naar de eindstrijd met Satan bij Armageddon.

Dat zal gesneden koek zijn voor evangelisten als de Texaanse dominee John Hagee. In zijn Cornerstone Church in San Antonio verkondigt hij al jaren dat oorlog in het Midden-Oosten, na de terugkeer van het Joodse volk naar het Heilige Land, de wederkomst van Jezus zal voortbrengen. Een vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen, die dat in de weg zou staan, noemde hij in 2023 dan ook het werk van de antichrist, de tegenhanger van Jezus. De eindstrijd moet er komen, in of om Israël – de Joden zijn in dat programma niet meer dan een instrument.

Die christelijk-zionistische overtuiging, nu vooral wijdverbreid in de VS, heeft lange historische wortels. Op basis van passages in de Bijbel speculeerden Britse dominees al vanaf de zeventiende eeuw over de terugkeer van het uitverkoren volk naar Israël (Zion) als prelude van de Eindtijd en de terugkeer van Christus. Invloedrijk was de aristocraat en sociaal hervormer Anthony Shaftesbury (1801-1885), politiek strijder tegen kinderarbeid en dierenmishandeling. Uit religieuze motieven ijverde hij voor Joodse vestiging in het destijds Ottomaanse Palestina, in de verwachting dat de Apocalyps nabij was. Ook in Nederland leefde dit christenzionisme, vooral in orthodox-gereformeerde kring. Het kreeg een impuls door de stichting van Israël in 1948 en de daaropvolgende oorlogen met Arabische buurlanden.

De apocalyptische verwachtingen (van het Griekse apokalupsis, ‘onthulling’ of ‘openbaring’) zijn gebaseerd op Bijbelteksten die een eindstrijd met Satan en de wederkomst van Jezus voorspellen. In de Openbaring van Johannes wordt die geplaatst bij Armageddon, de vlakte bij het Noord-Israëlische plaatsje Megiddo, waar in de oudheid veel veldslagen plaatsvonden. Wat er staat te gebeuren vermeldt ook de tweede brief van Paulus aan de Thessalonicenzen (2:3-4): „Want de dag [van de Heer] komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is. De tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.”

Een doctrinair onderscheid is dan nog dat tussen ‘premillenialisten’, die geloven dat Jezus zal terugkomen om zelf Satan te verslaan en het Duizendjarig Rijk te vestigen, en ‘postmillenialisten’, die ervan uitgaan dat eerst dat Rijk moet worden gevestigd voordat Jezus zijn opwachting maakt. De eerste variant leeft sterk onder evangelisch christenen in de VS. Evenals de theologisch omstreden notie van rapture, de opname van de ware gelovigen in de hemel voordat de eindstrijd uitbreekt.

Binnen het christendom zijn dit randbewegingen, die vaak haaks staan op de kerkleer en theologie, maar wel invloedrijke. Populaire uitwerking kregen Eindtijd-thema’s in de VS vanaf de jaren tachtig in christian fiction, romans over religieus leven, bekering en verlossing. In de bestseller-reeks Left Behind (1995-2007) van de evangelisten Tim LaHaye en Jerry Jenkins vecht een groep op aarde achtergebleven gelovigen (de uitverkorenen zijn opgenomen in de rapture) in het Midden-Oosten de Eindstrijd uit met de antichrist, de ‘wetteloze mens’ uit de Bijbel die de plaats van God inneemt. In de reeks (die liep tijdens de Irak-oorlog) is dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die in een legervoertuig de troepen van Satan aanvoert. Aan het einde van de cyclus keert Jezus glorieus terug om de strijd te beslechten.

Dat klinkt bizar, maar afkeer van een ‘totalitaire wereldregering’ is een diep cultureel thema in de VS, een natie die per slot van rekening werd geboren uit afscheiding van een wereldrijk, het Britse. Religieus vertaald leeft het onder de christelijk-nationalisten in de VS, die een belangrijke schakel zijn in Trumps MAGA-coalitie. Zij zien in de zondaar Trump, een man die onbesmuikt erkent zijn vijanden niet lief te hebben maar te haten, een breekijzer om een gevallen samenleving recht te zetten en het Rijk Gods naderbij te brengen.

Ambassade in Jeruzalem

Voor een deel van zijn bewonderaars geldt dat op wereldschaal. Trumps verplaatsing in 2018 van de Amerikaanse ambassade in Israël van Tel Aviv naar Jeruzalem, de heilige christelijke stad, was voor hen meer dan politiek. Het was een symbolische stap in de spirituele oorlog tegen Satan. Ook de Republikeinse senator Ted Cruz van Texas verdedigde de eerdere aanval van Israël op Iran vorig jaar op Bijbelse gronden. „Wie Gods zegen zoekt, moet Israël steunen”, aldus Cruz.

Maar lang niet iedereen in de MAGA-coalitie denkt er zo over. Trumps leus was immers niet voor niets America First. Cruz werd direct gekapitteld door tv-ster Tucker Carlson die, net als veel MAGA-aanhangers van het eerste uur, wars is van buitenlandse avonturen.

Op sommige christelijke sites is uitleg te vinden hoe de aanval op Iran al dan niet zou passen in de Bijbelse boodschap

In Nederland is de noodzaak om ‘geestelijke strijd’ te leveren tegen Satan onder meer te vinden bij Christenen voor Israël. De stichting streeft ernaar Nederlanders „bewust te maken van de betekenis van het Joodse volk in Gods handelen met deze wereld, Gods liefde voor Zijn volk en Zijn komende koninkrijk”. Ook bij de messianistische vereniging Hadderech, die Joden en christendom wil samenbrengen, leven Eindtijd-verwachtingen. Zo zag Eppo Bruins, actief in de vereniging en later minister van Onderwijs, in zijn Pesach-lezing Hoe heerlijk zal dat zijn (2022) tekenen dat „de beloofde wederkomst nabij is”, na tweeduizend jaar „verblind te zijn geweest door Griekse gedachten en Romeinse instituties”. 

Ook geven sommige niet-kerkgebonden christelijke sites uitleg hoe de aanval op Iran zou passen in de Bijbelse boodschap. De site Cvandaag ziet duidelijk parallellen maar tekent ook aan: „De Bijbel gebruikt geschiedenis niet als blauwdruk voor geopolitieke voorspellingen. Christenen doen er goed aan parallellen te herkennen als symbolische echo’s, niet als exacte herhalingen.” Bij de parallellen gaat het vooral om het oudtestamentische verhaal van Esther, die in Perzië uitroeiing van de Joden door de boosaardige Haman listig wist te voorkomen. De nederlaag van Haman wordt gevierd in het Poerim-feest, dit jaar net rond de aanval op Iran. Cvandaag haalt predikant Oscar Lohuis van Christenen voor Israël aan, die als reactie op de oorlog verzekert dat „alle Hamans roemloos ten onder zullen gaan”.

Techmiljardairs

In de VS zijn het intussen niet alleen christelijk-nationalisten die bevlogen raken door de hoop dat alles anders zal worden na een vurige periode van chaos en ontwrichting. Fascinatie met de apocalyps heerst ook onder techmiljardairs uit Silicon Valley als Elon Musk en Peter Thiel, die koortsdromen koesteren over de toekomst van de mensheid. Religieus gezag en technologische innovatie, menen zij, moeten de overbevolkte wereld van de ondergang redden – althans hún wereld. Sociaal criticus en schrijver Naomi Klein trekt in opiniestukken en interviews van leer tegen wat zij het „eindtijdfascisme” noemt,onder een flinterdunne elite van kapitalistische superrijken.

Miljardair Thiel, medeoprichter van PayPal en Palantir en ooit mentor van vicepresident JD Vance, is daarvan het meest frappante voorbeeld. Thiel zette zijn eschatologische, „onorthodoxe christendom” eind vorig jaar uiteen in vier meanderende lezingen in San Francisco, een stoofpot van apocalyptisch christendom, rechts-revolutionaire filosofie, complottheorieën en sciencefiction. Thiel beriep zich onder meer op de Bijbel, Tolkiens The Lord of the Rings en de Duitse jurist Carl Schmitt (1888-1985) die Hitlers dictatuur rechtvaardigde en het universele idee van ‘de mensheid’ afdeed als een liberale illusie.

Thiel neemt van Schmitt ook het aan de Bijbel ontleende idee over van de katechon, een mens of kracht die de dreigende wereldheerschappij van Satan zo lang mogelijk moet tegenhouden, in afwachting van de komst van Jezus. Ook Thiel denkt dat de antichrist in aantocht is. Die zal, verwacht hij, anno 2026 niet aantreden als VN-secretaris-generaal maar eerder als een Luddiet, een valse profeet die zich verzet tegen technologische vooruitgang zoals de Britse textielarbeiders in de negentiende eeuw weefmachines kapotsloegen (ze vernoemden zich naar een legendarische arbeidersheld, Ned Ludd).

Over wie hebben we het dan? Greta Thunberg natuurlijk. Thiel verwees eerder al eens naar de 23-jarige Zweedse klimaatactivist als geschikte kandidaat voor de positie van antichrist, omdat zij de mensheid angst aanjaagt voor klimaatrampen en technologie, het soort dat Thiel levert. In zijn lezingen in San Francisco kwam hij daar een beetje op terug. Thunberg was wie weet „een soort schaduw van de antichrist”, maar hij wilde haar niet „te veel vleien”. Over de Joden merkte hij op dat hun „koppigheid” tegenover de boodschap van Jezus – een klassiek antisemitisch thema: Joden als Christus-weigeraars – straks misschien juist goed van pas komt in de strijd tegen de antichrist. Zij konden wel eens „de kern van het verzet” worden.

Achter zulke quasi-christelijke oprispingen schuilt niet alleen een miljardair met voldoende vrije tijd om aan ‘filosofie’ te doen en met een goed gevoel voor pop culture (Thiel verwijst ook volop naar films en videogames). Ze drukken volgens Naomi Klein de angst uit van een achter hoge muren verschanste kaste superrijken die veel te verliezen heeft bij een ‘wereldregering’ of bij groter democratisch toezicht op hun investeringen en vermogens. Aantasting daarvan zou voor hen pas echt het einde der tijden zijn.



Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

EINDE

Italiaanse schilderkunst in Museum MORE: Francesca kan zo in een horrorfilm

RECENSIE
Beeldende kunst

Het museum voor modern realisme in Gorssel toont Italiaanse schilderkunst uit het midden van de vorige eeuw: lichter en kleurrijker dan het Nederlandse realisme, maar ook met een ongemakkelijke zweem van fascisme.

Gijsbert van der Wal
4 maart 2026
vanuit Gorssel

Afbeeldingen vergroten door te klikken

Het is lekker druk in Museum MORE, en je begrijpt wel waarom. Het particuliere museum, gevestigd in een groot en licht nieuw gebouw in Gorssel bij Zutphen, begon ruim tien jaar geleden als een officieuze opvolger van het in de kredietcrisis gesneuvelde Scheringa Museum voor Realisme. In die tien jaar is het uitgegroeid tot een museum voor moderne figuratieve kunst in brede zin, van het interbellumrealisme van Jan Mankes, Pyke Koch en Carel Willink tot de recente tekeningen op groot formaat van Marijn Akkermans, Jans Muskee en Raquel Maulwurf, de wiebelige keramiekstillevens van Koos Buster en een flinke verzameling zelfportretten, met uiteenlopende hedendaagse kunstenaars als Levi van Veluw, Matthijs Röling, Rineke Dijkstra en Anton Valens. Op de begane grond is een leuke keuze uit die vaste collectie gepresenteerd – thematisch, niet chronologisch, zodat duidelijk blijkt dat de figuratieve kunst van de afgelopen eeuw één samenhangend verhaal van leesbare beelden is, één grote weergave van de zichtbare wereld. Zo liefdevol en zorgvuldig als hier wordt het eigen bezit van een museum niet vaak geëxposeerd.

De zalen op de eerste verdieping zijn bestemd voor tijdelijke tentoonstellingen en om de zoveel jaar biedt MORE daar een internationale context bij de Nederlandse kunst beneden. Eerder waren er tentoonstellingen te zien over Brits en Europees realisme uit de jaren twintig en dertig, naïef realisme wereldwijd en figuratieve kunst uit het vroegere Tsjecho-Slowakije. Nu wordt er in Magico! een overzicht geboden van de Italiaanse realistische schilderkunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw, met een beetje uitloop naar de jaren vijftig en zestig.

De aankleding is ijssalon-achtig, met wanden en banieren in zachte kleuren en kleurbanen. Op de bordjes staat af en toe een bekende naam: Gino Severini’s gitaarspelende Pulcinella uit Museum Boijmans Van Beuningen is present en van Giorgio de Chirico hangt er een landschap met de voor hem typerende combinatie van naïef perspectief en verfijnde schaduwen. Maar verder is Magico! een tentoonstelling als een eerste ontmoeting, want de meeste getoonde Italianen zijn in ons land onbekend. Toch doet hun stijl van schilderen regelmatig vertrouwd aan. De eenvoudige stillevens in verstofte kleuren van Edita Broglio doen aan die van onze Wim Schuhmacher denken, Gregorio Sciltians portretten zijn verwant aan die van Carel Willink en Antonio Donghi had met zijn illustratief geschilderde ouderwetse speelgoedwereld een Italiaanse achterneef van Hermanus Berserik kunnen zijn.

Ongemakkelijke, kille verhevenheid

Waardoor onderscheiden de Italiaanse realisten zich van hun Nederlandse tijd- en soortgenoten? Soms natuurlijk door het zuidelijke licht: zie de harde schaduwen bij De Chirico, en zie ook Ada in de tuin (1927) van Stanis Dessy. Het model staat in de schaduw, maar in die schaduw worden nog weer diepere schaduwen getekend door het felle zonlicht daarbuiten, en datzelfde zonlicht reflecteert in haar ogen. Verder lijkt het Italiaanse interbellumrealisme wat uitgesprokener van kleur dan het Nederlandse. Een stilleventje als dat in Vrouw voor de spiegel (1927) van Cagnaccio di San Pietro, met vuurrode make-upspullen op een knalblauw tafeltje, zul je bij Mankes, Schuhmacher of Hynckes niet tegenkomen.

Op een ander verschil is moeilijker de vinger te leggen: de zweem van fascisme, waar een aantal van de Italiaanse realisten niet onwelwillend tegenover stond. Misschien zie je het alleen omdat je het weet. Er wordt niet met vlaggen gezwaaid en er zijn geen uniformen of portretten van Mussolini te zien, maar er spreekt een ongemakkelijke, kille verhevenheid uit de neo-classicistische decors, de verbeten, strak belijnde koppen, de visionaire blikken, de smetteloze schildertrant.

Carlo Levi: Francesca (1927).
BEELD FONDAZIONE CARLO LEVI / PICTORIGHT

Francesca (1927) van Carlo Levi zit in rustig strijklicht te poseren op een stoeltje op een tapijt met veel blauwen en roden; haar rode vest oogt lekker warm tegen een wat gedempter rode achterwand die ook al warm is – maar met haar valse poppenblik en haar helmachtige kapsel (met strakke middenscheiding) wint ze geheid iedere auditie voor een hoofdrol in een horrorfilm. Een door Mario Reviglione geportretteerde theoloog, helemaal in het zwart en met een strenge blik onder de zwarte hoed, is ook op een filmische manier griezelig.



Hoogst curieus is Sciltians Bacchus in de herberg (1936) uit het museum voor moderne kunst in Rome. Vier jonge mannen aan een gedekte tafel worden verrast door de halfnaakte Bacchus, god van wijn en dronkenschap. De compositie met evenwichtig verdeeld geel, rood, groen en blauw, het theatrale licht, de blikken en houdingen en de stillevens op en om de tafel doen allemaal aan Caravaggio denken – en toch blijkt uit bijvoorbeeld de kleding en de kapsels meteen dat we in de jaren dertig van de twintigste eeuw zijn. Het desolate stadsgezicht achter Bacchus heeft Sciltian van De Chirico geleend. Uiteindelijk is het een tamelijk lelijk, geforceerd schilderij. Make Italy great again. Maar je blijft toch een tijd staan kijken, want boeiend is het wel. En daarin is het representatief voor Magico! Er zullen weinig bezoekers wildenthousiast over het Italiaanse realisme naar buiten lopen, maar het is een welkome, leerzame tentoonstelling die je in geen enkel ander Nederlands museum te zien krijgt.


Carlo Levi, detail ‘Lucania ‘61’, 1961 – uit ‘Christus kwam niet verder dan Eboli
Christus kwam niet verder dan Eboli (1945) – Carlo Levi’s autobiografie.

In het zuiden van Italië ligt een onherbergzaam gebied, waarvan de inwoners zich in barre omstandigheden door het leven moeten zien te slaan. In 1935 werd arts, auteur en schilder Carlo Levi (1902-1975) naar het Siberië van Italië verbannen wegens antifascistische activiteiten. Hij genoot er een beperkte bewegingsvrijheid, maar werd vanwege zijn beroep door de notabelen als een der hunnen gezien. De gewone dorpelingen hoopten vooral dat Levi hun medische zorg zou kunnen bieden.
Cristo si è fermato a Eboli is een Italiaanse dramafilm uit 1979, gebaseerd op de roman van Carlo Levi.
Eboli ligt bij Amalfi (rode stip), westelijk Tricarico en Matera (Musei nazionale).

Geheel bovenaan:  
Rechter drieluik van ‘ Lucania ‘61’.

EINDE

En er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren…

“And there will be signs in the sun, in the moon, and in the stars; and on the earth distress of nations, with perplexity, the sea and the waves roaring; men’s hearts failing them from fear and the expectation of those things which are coming on the earth, for the powers of the heavens will be shaken. Then they will see the Son of Man coming in a cloud with power and great glory.”
Lucas 21’ 25-27

Afbeeldingen vergroten door te klikken.

In afwachting van onze Tai-chi les om tien uur, stak ik vanochtend mijn hoofd om de hoek van de deur, om te peilen wat buiten de stand van zaken was – en zag dit: een glimp van de volle maan aan de horizon, geflankeerd door het schijnsel van de opkomende zon op de gebouwen waarachter ze ondergaat.
Intussen was ik net bezig met een post over de ‘De sacrale kunst van Toledo’, Spanje.
Gisteren was het daar op mijn blog nog over ‘Rijksmuseum: herontdekt schilderij is een echte Rembrandt’ gegaan, een bericht overgenomen uit NRC, over waarheid en leugen rond het ‘Rembrandt Research Project’, met betoverende beelden van diens Het visioen van Zacharias in de tempel (1633).

Kortom: kunst alom, binnen en buiten, in een wereld die om schoonheid schreeuwt
Nou, van die Tai-chi is niks gekomen…
Onderweg namen we de bus naar de Landmarkt, om het leven op afstand te kunnen overpeinzen…
Bovenaan:  Vincent Van Gogh, De sterrennacht, juni 1889. 

EINDE

De sacrale kunst van Toledo

Mezquita del Cristo de la Luz

Afbeeldingen vergroten door te klikken.

De Hermitage of Kerk van Cristo de la Luz, voorheen de Bab al-Mardum Moskee (Arabisch: مسجد باب المردوم‎). Van de tien moskeeën die ooit in de stad bestonden, is dit de best bewaarde. In de islamitische tijd was het een kleine gebedsruimte, verbonden aan een stadspoort (Bab al-Mardum), die werd gebruikt door nieuwkomers in Toledo of door mensen die zich voorbereidden op hun vertrek. Het werd gebouwd in het jaar 999, de tijd van glorie van het kalifaat van Córdoba, zoals vermeld in de epigrafische strook op de ingangsgevel. 

Sinagoga del Tránsito

De Sinagoga del Tránsito,  ook bekend als de ‘Synagoge van Samuel ha-Levi of Halevi’. Voormalige Joodse gemeente en synagoge, gelegen aan de Calle Samuel Levi, in de historische oude stad Toledo. Status: Synagoge (1357–1391), Kerk ( ca.  1492 – 19e eeuw), Joods museum (sinds 1910).
Ontworpen door meestermetselaar Don Meir (Mayr) Abdeil, werd het gebouwd in 1357 in de Mudéjar- of Moorse stijl als een bijgebouw van het paleis van Samuel HaLevi , schatmeester van koning Peter van Castilië.
De synagoge bevindt zich in de voormalige Joodse wijk van de stad tussen het klooster van San Juan de los Reyes en de synagoge van Santa María la Blanca . Het is een van de drie bewaard gebleven synagogen die door Joden zijn gebouwd onder het bewind van het christelijke koninkrijk Castilië.
Het gebouw werd na de verdrijving van de Joden uit Spanje in 1492 omgebouwd tot een katholieke kerk. Het werd kortstondig gebruikt als militaire kazerne tijdens de Napoleontische oorlogen in het begin van de 19e eeuw. In 1910 werd het een Sefardisch Joods museum , dat tegenwoordig formeel bekendstaat als het Sefardisch Museum.

El Greco’s ‘Vista de Toledo’

Het multiculturele Toledo is ook de stad, waar  Johannes van het Kruis in het klooster van de Karmelieten in een cel werd opgesloten en negen maanden werd vastgehouden, vanwege zijn steun aan de hervormingen van Theresia van Ávila. 

El Greco’s ‘La Adoración de los Pastores

Tegen het einde van de 16e eeuw arriveerde een vreemde, afstandelijke figuur in het Spaanse stadje Toledo, gelegen op een heuvel. Zijn afkomst was onduidelijk en zijn naam – Domenikos Theotokopoulos – was zo moeilijk uit te spreken dat hij simpelweg El Greco (De Griek) werd genoemd. Hij beweerde geboren te zijn op Kreta, pochte dat hij een leerling van Titian was geweest en, zoals een Spanjaard uit Toledo optekende, "liet hij duidelijk merken dat niets ter wereld superieur was aan zijn kunst." De vreemdeling had zeker niet alleen de ontwerpen van Titian in zijn penseel, maar ook alle geheimen van Tintoretto's theatrale vuurwerk en Correggio's dramatische belichting. Al snel streden zelfs de trotse kerken van Toledo om zijn werken. Op vorstelijke wijze nam de Griek zijn intrek in de koninklijke suite van het paleis van de markies de Villena, veranderde deze in een museum van zijn eigen werken en maakte er zijn atelier en woning van.

Voor El Greco was Toledo een ideale stad. De Heilige Theresia en de Heilige Johannes van het Kruis waren medeburgers, en hun visioenen maakten het wonderbaarlijke tot een alledaagse gebeurtenis. In zo'n tijd kon Toledo El Greco's innerlijke visie gemakkelijk begrijpen, die de grenzen van perspectief en proportie oversteeg om zijn eigen verheven, vlam-achtige dimensies van schoonheid en kracht te creëren.

Pas in zijn latere jaren nam het fortuin van de luxeminnende El Greco af en werden zijn vorstelijke appartementen armoedig en somber. Maar in augustus 1612, toen El Greco 71 jaar oud was, zette hij zich in voor een laatste grote onderneming: het torenhoge altaarstuk van 3,5 meter, ‘De Aanbidding der Herders’, geschilderd om zijn eigen graf in de kerk van Santo Domingo el Antiguo te versieren. In het schilderij wordt het Christuskind een stralende parel, die de drie aanbiddende herders en Sint-Jozef in zijn blauwe tuniek en gele mantel, met een bovenaardse gloed verlicht. Boven de scène, die als een machtig Gloria in Excelsis naar de hemel reikt, staat de figuur van Maria. Het ovale gezicht, de spitse kin en de neergeslagen ogen zijn de gelaatstrekken van Dona Jeronima de las Cuevas, de vrouw met wie El Greco mogelijk nooit getrouwd is, maar die hem zijn enige zoon schonk.
Vijf jaar na El Greco's dood op 73-jarige leeftijd, werd zijn lichaam van Santo Domingo naar een andere kerk overgebracht, waarna elk spoor ervan verloren ging. Na verloop van tijd keerde de heersende smaak zich tegen El Greco. ‘De Aanbidding’ in Santo Domingo raakte door eeuwenlange verwaarlozing zo vervuild, dat weinig kunsthistorici het opmerkten of reproduceerden.

Vorig jaar verkocht de kerk, die moeite had om de reparaties te financieren, het schilderij aan het Prado in Madrid voor 55.000 dollar. De experts van het Prado hadden negen maanden nodig om het te reinigen en te restaureren. Tegenwoordig hangt ‘De Aanbidding’ op een ereplaats in een van de recent geopende zalen van het Prado, nog steeds stralend en vol pracht en praal, zoals El Greco het oorspronkelijk met zijn penselen heeft aangebracht, en wederom het blijvende bewijs van zijn grootse kunst, zoals de onbekende kunstenaar uit Toledo het oorspronkelijk voor ogen had.”
EL GRECO'S LAATSTE GLORIA, TIME, 17 DECEMBER 1956



Salvador Dali’s ‘Cristo de San Juan de la Cruz’


Het wereldberoemde schilderij van Dalí heet Christus van Johannes van het Kruis, omdat een tekening van de middeleeuwse mysticus hem inspireerde.
Als hervormer van de eeuwenoude kloosterorde van de Karmel[1] had Johannes van het Kruis (1542-1591) het soms hard te verduren. Tegenstanders van zijn hervormingen sloten hem maandenlang op in een kerker. Op een nacht had hij tijdens het gebed een mystieke ervaring. Wat hij zag, raakte hem diep. Hij zag het kruis van bovenaf, vanuit het standpunt van God de Vader.

___________________
[1] Orde van Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Karmel (OCarm), is een van de oudste katholieke bedelordes, ontstaan in de 13e eeuw op de berg Karmel in het Heilige Land.

EINDE

Rijksmuseum: herontdekt schilderij is een echte Rembrandt

Rembrandt
Het Rijksmuseum Amsterdam presenteerde maandagochtend een nieuwe Rembrandt: Het visioen van Zacharias in de tempel (1633). Het schilderij was eerder afgeschreven als een Rembrandt, en 65 jaar lang niet in het openbaar getoond.

Merlijn Schoonenboom
2 maart 2026

Drie keer eerder werd het schilderij afgeschreven, 65 jaar lang is het niet meer in het openbaar te zien geweest, maar nu weet het Rijksmuseum in Amsterdam het zeker: Het visioen van Zacharias in de tempel (1633) „is een echte Rembrandt”. Maandagochtend presenteerde het museum op een persconferentie het schilderij als ontdekking van twee eigen onderzoekers.

Het schilderij, eigendom van een particulier die anoniem wil blijven, zal vanaf deze week als langdurig bruikleen in het Rijksmuseum komen te hangen. Het schilderij werd in 1898 ook al in het museum getoond, op de eerste overzichtstentoonstelling van Rembrandt ter gelegenheid van de inauguratie van koningin Wilhelmina. In 1960 werd het de eerste keer afgeschreven als zijnde een Rembrandt, en nadat het in 1961 was verkocht, was het niet meer door experts onderzocht.

Een paar dagen voor de persconferentie staat Het visioen van Zacharias in de tempel op een schildersezel in het restauratieatelier van het Rijksmuseum. Relatief klein is het, 60 bij 50 centimeter, olieverf op hout, met een tafereel uit de Bijbel, waarin Zacharias van de aartsengel Gabriël te horen krijgt dat hij en zijn vrouw ondanks hun hoge leeftijd een zoon krijgen, de latere Johannes de Doper. De twee onderzoekers, conservator en Rembrandt-kenner Jonathan Bikker en Petria Noble, hoofd van het restauratieatelier, staan ernaast, en laten via een powerpoint hun bewijzen zien dat de schilder de 27-jarige Rembrandt van Rijn moet zijn geweest.

In 2023 kreeg het museum een foto toegestuurd van de zoon van de koper uit 1961, met het verzoek het werk te onderzoeken. „Zijn vraag was niet, is dit van Rembrandt? Maar: is dit van Salomon Koning of Jan Lievens”, zegt Bikker. Het schilderij werd in 1961 wél gekocht als een Rembrandt, maar in de belangrijke catalogi sinds die tijd ontbrak het. In 1960 bestempelde een Duitse Rembrandt-deskundige het als een ‘Jan Lievens’, in 1969 schreef een andere onderzoeker het ook af, en het Rembrandt Research Project, tussen 1968 en 2014 dé Rembrandt-autoriteit, deed dat ook.

Vroeger alleen zwart-witfoto’s of slechte reproducties

Maar Bikker vermoedt dat die eerdere onderzoekers het echte schilderij nooit hebben gezien, en alleen „zwart-witfoto’s of slechte reproducties” hadden om te beoordelen. Dat is nu anders, zegt hij: het Rijksmuseum had niet alleen de beschikking over het schilderij zelf, maar ook over hogeresolutiefoto’s, scanners en andere apparatuur waarmee ook De Nachtwacht de afgelopen jaren is onderzocht en gerestaureerd.

Het tweejarige onderzoek begon bij het materiaal: het hout van het paneel stamt volgens Bikker en Noble uit de periode waarin Rembrandt werkte, de verf is dezelfde als die hij in andere schilderijen gebruikte, en vergelijkingen met een ander, bijna identiek schilderij in een museum in het Duitse Schwerin laten zien dat dit het origineel moet zijn en die in Schwerin de kopie. Natuurlijk, zegt Bikker, alleen op basis van de informatie van het materiaal had het schilderij ook door een leerling of medewerker van Rembrandt geschilderd kunnen zijn, maar dat geldt volgens hem niet voor de „verfopbouw”, die „typisch is voor Rembrandt”, voor de handtekening die aanwijsbaar op de natte verf is aangebracht, en vooral: voor de stijl.

Petria Noble loopt naar het doek en wijst op een geschilderde plooi in het altaarkleed, die op de powerpointpresentatie op de laptop ernaast is uitvergroot: „Hier komt de onderliggende schets tevoorschijn, het is typisch voor Rembrandt om dat open te laten.” Bikker wijst op de kleine stipjes lichte verf die de stoffen en het wierookvat uitlichten; op de ogen van Zacharias die slechts puntjes zijn, maar voldoende om de emotie van ongeloof op het gezicht van Zacharias op te roepen. Ook loven de onderzoekers de compositie, die volgens hen „het spannendste moment van het verhaal” uitbeeldt: het moment dat Zacharias het nieuws te horen krijgt. Rechtsboven doet een lichtbron de engel vermoeden, maar je ziet hem niet – anders dan op andere, buitenlandse uitbeeldingen van dit thema; Rembrandt was de eerste in de Nederlanden die dit verhaal koos. „Ontroerend” noemt museumdirecteur Taco Dibbits de voorstelling in het persbericht.

Afbeeldingen vergroten door te klikken

‘Oordeel van Rijks niet zomaar een mening’

Maar kan het Rijksmuseum wel zo zeker zijn? Ja, zeggen Bikkers en Noble. De onderzoekers verwijzen naar twee kleine portretten die het museum in 2023 ook als herontdekte Rembrandts presenteerde: Jan Willemsz. van der Pluym en zijn echtgenote Jaapgen Caerlsdr. Volgens hen laten die portretjes en het nieuwe schilderij zien dat er nog steeds Rembrandts uit particuliere collecties kunnen opduiken. Maar de discussie die na de presentatie van ‘Jan en Jaapgen’ onder kunsthistorici over deze toeschrijving werd gevoerd, laat óók zien dat dergelijke recente herontdekkingen vaak omstreden zijn. Niet alleen de wetenschappelijke maar zeker ook de commerciële belangen zijn enorm: de naam Rembrandt voegt vele miljoenen aan de waarde toe. 

Bikker sluit niet uit dat er nu ook discussie ontstaat, maar benadrukt wel dat het oordeel van het Rijksmuseum niet zomaar een mening is. Het is weliswaar geen „museumbeleid” om nu als een soort nieuw Rembrandt Research Project stempels van echtheid uit te gaan delen, zegt hij, maar „persoonlijk vind ik dat wij de enigen zijn met de kennis, de expertise en de apparatuur in huis”. Een commercieel belang heeft het museum daarbij niet, zegt hij: „Wij doen dit puur uit interesse. En om dichter bij Rembrandt te komen.”

De ontdekking – of eigenlijk: herontdekking – bevestigt volgens Bikker en Noble dat de jonge Rembrandt anders moet worden gezien dan kunsthistorici lang deden. Lang werd gezegd dat de schilder in zijn jonge jaren „fijn en netjes” schilderde, en dat hij pas op latere leeftijd grover, schetsmatiger en met minder kleuren ging werken. Maar dat klopt niet, zegt Bikker. Een ander Rembrandt-schilderij uit datzelfde jaar 1633, dat in het Getty Museum in Los Angeles onder de titel Daniel and Cyrus before the Idol Bel hangt, heeft dezelfde stijl. Al maakte Rembrandt toen nog vooral naam als portretschilder, het zijn taferelen die de schilder volgens Bikker ook op jonge leeftijd al het liefst maakte.

EINDE

De oorlogen in het Midden-Oosten snap je alleen als je apocalyptisch geloof snapt

Foto boven: De Tempelberg in Jeruzalem, eerder deze maand. FOTO AMMAR AWAD
Het is tijd om de religieuze narratieven in het Midden-Oosten veel serieuzer te nemen, betogen Beatrice de Graaf en Stefan Paas. Welkom in het universum van de apocalyptische geopolitiek.
Gepubliceerd op 27 juni 2025 
Je weet dat je in een ander universum bent aangekomen als je Tucker Carlson als de stem van de rede gaat zien. Precies dat gebeurde vorige week in het podcastgesprek van Carlson met de Texaanse senator Ted Cruz. Cruz verdedigde vol vuur het besluit om Iran te bombarderen, want „de Bijbel zegt dat wie Israël steunt gezegend zal worden en wie Israël niet steunt, wordt vervloekt”. Carlson, ook een christen, veegde vervolgens de vloer met Cruz’ misleide bijbeluitleg aan.


Welkom in het universum van de apocalyptisch geïnspireerde geopolitiek. In alle verslagen en berichten over de oorlog in het Midden-Oosten wordt te weinig aandacht besteed aan de doorwerking van eindtijdvoorstellingen in de escalatie.
Waarom dat is? Misschien wel omdat het conflict zó complex is, zo gelaagd en diepgeworteld, dat het heel verleidelijk is om het dan maar plat te slaan. Het zijn de kolonisatoren versus de onderdrukten. Het is Iran tegen Amerika. Het gaat om macht. Om geld. Om olie. Of, altijd goed in situaties waar religie en ideologie een rol spelen: ze zijn gek geworden.

Als coping-mechanismes voor commentatoren en lezers in tijden van onzekerheid mag dit werken. Als geopolitieke leidraad niet. De seculiere knip tussen ‘geloof en politiek’ is een misvatting die in het overgrote deel van de wereld niet opgaat. Al helemaal niet in het Midden-Oosten.
Kortom, het is tijd om de religieuze narratieven in de oorlog in het Midden-Oosten serieus te nemen: religie geeft met behulp van verhalen, boeken, rituelen, handelingen, preken en gezangen vorm en richting aan ontwikkelingen die al gaande zijn. Vooral verhalen over de Eindtijd, over de laatste strijd die op handen zou zijn, en die de Apocalyps, (de onthulling) zou inluiden, doen het goed als het gaat om het verder mobiliseren van mensen die al boos, bang, arm, onderdrukt zijn.


‘Verlost’ Palestijns volk

En laat dat nu net gaande zijn in Israël, in het bijzonder rondom de Tempelberg. Toen Israëlische politiemensen in mei 2021 Palestijnse gelovigen verhinderden om in de Al-Aqsamoskee te gaan bidden, brak er een opstand uit. Hamas verklaarde dat de Palestijnen niet zouden rusten voordat ze het heiligdom hadden veroverd op de Joden. Want ‘alleen dan zal het Palestijnse volk verlost zijn’. Ook na de aanval van Hamas op Israël, op 7 oktober 2023, verklaarde de Palestijnse leider Haniyeh met Koranteksten dat de Eindtijd in vervulling zou gaan, en dat Palestijnen zich bij de strijd moesten voegen en als martelaren naar de hemel zouden gaan.
Omgekeerd hadden Israëlische ministers zoals Itamar ben Gvir en Bezalel Smotrich niet nagelaten te eisen dat het joodse volk „Judea en Samaria” weer in handen zou krijgen, de oudtestamentische benaming voor de Westbank, en dat de Palestijnen sowieso voorgoed en helemaal van de Tempelberg verdreven zouden moeten worden. Sterker nog, het was tijd, Eindtijd, om de ‘Derde Tempel’ te bouwen: de tempel die na verwoesting van de eerste, oorspronkelijke door de Babyloniërs, en van de tweede door de Romeinen, zou herrijzen als teken van de naderende komst van de Messias. De plaats waar dat moest gebeuren: bij de Klaagmuur, precies op de plek van de Al-Aqsamoskee, wat volgens moslims juist het derde heiligdom van de Islam is, omdat de profeet Mohammed daar ten hemel zou zijn gevaren (Mi’raj).
En om de opeenstapeling van territoriale eindtijdverwachtingen af te maken: de Al Aqsamoskee is ook voor veel sjiieten (Hamas is soennitisch) de plaats waar de Twaalfde Imam mogelijk zal terugkeren om recht en vrede te herstellen en het begin van de eeuwigheid (en het einde der tijden dus ook) in te luiden. Voor Iran is Israël bovendien de ‘kleine Satan’ en zijn moslims wereldwijd geroepen om hun ‘ticket to heaven’ via de strijd tegen Israël te winnen, en zo het einde van de ‘occultatie’ (de verhulling) van die Twaalfde Imam te bespoedigen.

Verkeersplein van goden

Maar nu zijn we er nog niet. Als een waar apocalyptisch verkeersplein van goden, maar dan zonder vangrails of stoplichten, is Jeruzalem, en in het bijzonder de Tempelberg, ook het projectiescherm voor christelijke zionisten. Voor veel Amerikaanse (en in mindere mate Europese) christenen zoals Ted Cruz gaat de leer van het ‘dispensationalisme’, ofwel de bedelingenleer op. Die houdt in dat de eindtijd zich zal voltrekken volgens een dienstregeling. De Messias zal terugkomen op de wolken, maar dan moet eerst het volk Israël in zijn oorspronkelijke land, en dus ook met zijn tempel, hersteld worden. Ook moet er volgens die leer nog een massabekering van joden volgen, maar dan breekt ook het rijk van recht en vrede aan.
De tragiek is dat op dit verkeersplein elke religieuze stroming put uit gedeelde tradities, maar dat elk zijn eigen eindtijds-route rijdt, op ramkoers met de andere. Allemaal verwachten ze een eindstrijd en één god die wint, die van henzelf.
Wanneer nu buitenstaanders gaan roepen dat één verhaal wel heel bijzonder slecht is, en tot genocide leidt, dan maakt dat de aanhangers van dat verhaal niet milder. Ze zullen harder gaan razen. Sterker nog, ze raken er alleen maar nog meer van overtuigd dat die ander bezig is hun verhaal, en henzelf, uit te roeien. De ander is een trawant van de Antichrist, een onwetende collaborateur van Gog en Magog (de apocalyptische monsters uit het Bijbelboek Ezechiël). Vijftigduizend doden is een sterk argument daarvoor. Net zo goed als dat meer Israëli’s dan vóór 7 oktober van mening zijn dat Hamas nooit zal stoppen met de terreur.
Noch het roepen van ‘genocide’ richting Israel (hoe terecht ook), noch het vergoelijken van Hamas als een antikoloniale verzetsbeweging, laat staan de Trumpiaanse Gaza Resort-illusies, doen recht aan deze grondgebonden religieuze verlangens. Het laat ook zien dat Israël en de Palestijnen hier niet zelfstandig uit kunnen komen. Daarom is het tijd om eerst goed te begrijpen hoe diep veel deelnemers aan het conflict in zo’n eschatologische mindset zitten. Daarna, maar pas echt daarna, is het tijd om de massaradicalisering te bevriezen en een andere, meer inclusieve route naar recht en vrede te vinden.
Het haalt weinig uit als we hier aan de zijlijn schreeuwen en radicaal partij voor één van beide kiezen. Daarentegen moeten EU en VS, samen met de landen in de regio, artikel 194 van de VN eindelijk serieus nemen, waarin onder meer staat dat Palestijnse vluchtelingen recht hebben op terugkeer. Wat hielp in het verleden in situaties van ideologische massaradicalisering waren grootschalige vredesconferenties in de regio, mét internationale troepenmachten die vrede afdwongen en handhaafden. Niet omdat de we eschatologie niet serieus nemen, maar omdat we het juist zo serieus nemen, dat we ook erkennen dat er met al die rondrazende profeten in afwachting van die Eindtijd maar beter wat extra verkeersborden en regelaars kunnen worden neergezet.
Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC van 28 juni 2025.

Beatrice de Graaf is faculteitshoogleraar en historicus (Universiteit Utrecht) en columnist van NRC.
Stefan Paas is hoogleraar missiologie en publieke theologie (Vrije Universiteit en Theologische Universiteit Utrecht). Ze maakten samen over dit onderwerp een aflevering van De Ongelooflijke Podcast.




EIGEN AANVULLING 26 februari 2026
na de dood Ayatollah Ali Khamenei
 https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/28/

“In zijn woordkeuze leek Trump deze religieuze kiezers te willen behagen. Zo noemde hij het regime in Teheran ‘ketters’ (‘wicked’). En zijn ‘ministerie van Oorlog’, zoals defensieminister Pete Hegseth het Pentagon aanduidt, doopte de operatie zaterdagochtend ‘Epic Fury’. Net als de door de Israëlische gekozen operatienaam ‘Brullende Leeuw’ een naam met een zekere Oudtestamentische connotatie.”

Department of War 🇺🇸's avatar'
____________________

https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/28/

“De Pentagon-baas hangt een christen-nationalistische stroming binnen de Amerikaanse gereformeerde kerk aan, die verlangend uitkijkt naar de wederkomst van Christus in Jeruzalem. Om dit soort christen-zionistische eindtijdprofetieën te bespoedigen wordt in verschillende kerkgemeenschappen in de VS al jaren gepleit voor oorlog met Iran omdat dat een existentiële bedreiging voor Israël zou vormen.”



Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

EINDE

‘Cantico Espiritual’ van Johannes van het Kruis

✏️ NOTITIE bij Het komt vanzelf…, toespraak maart 2026
”Een van de hoofdzaken is dat wij moeten begrijpen dat we, wat we ook willen bereiken in ons leven – en dan doel ik speciaal op geestelijk terrein – dat wij alleen maar iets kunnen bereiken als we onze situatie waarin we zijn, én onszelf zoals we zijn, volledig accepteren.
Nu, wat is één van de meest opvallende dingen? Dat is dat je op aarde bent, dat je geboren bent, dat je dus een vorm hebt, dat je een lichaam hebt. Je bent dus niet in de hemel.
En het is ook niet de bedoeling dat je in de hemel bent, je bent op aarde. Je bent hier. In de situatie waarin je bent, met het lichaam dat je hebt, met de gebreken die je hebt, de mogelijkheden die je hebt. Met de fantasieën die je hebt, met de onzinnigheden die je hebt. Zo ben je, dat is jouw vertrekpunt, en geen ander.”
Maarten Houtman, Het komt vanzelf…,

‘Op de drempel van de eeuwigheid’

In mei 2020 bracht ik, gestrand op weg naar een verre bestemming, een onverwacht bezoek aan het Kröller Müller Museum.
Ik was bij de ingang van de Hoge Veluwe al gewaarschuwd dat bezoek aan het museum nog steeds aan het corona regime onderhevig was: ‘Uitsluitend op afspraak…’
Maar vertrouwend op mijn goede gesternte, mijn museumkaart en mijn zeventien Tropen(museum)jaren als suppoost, wist ik toch binnen te geraken. En eenmaal binnen, had ik alleen maar belangstelling voor Van Gogh…
Al gauw liep ik de vertrouwde zalen binnen – waar nu overal bordjes hingen met ‘Maximaal vier personen’ . Nauwelijks was ik, binnen het quotum, een zaal binnengelopen, of ik zag onderstaand schilderij hangen.
Er voer een kleine schok door me heen…

Vincent van Gogh, “Treurende oude man”, 1890,
ook bekend als“Op de drempel van de eeuwigheid”).
Kröller-Müller Museum, 80x64cm

Ongelofelijk! Ik was dit werk pas nog online tegengekomen – weliswaar in een totaal onverwacht verband, dat me sterk geïntrigeerd had. Maar waar was dat?

Toen ik aan het eind van de dag thuiskwam, bladerde ik gelijk door mijn browser geschiedenis. En toen had ik het al gauw gevonden:

In zijn toespraak Het komt vanzelf…, (Tao-zen sessie december 1993) vertelt Maarten Houtman over een boek, “geschreven door een vrouw die groot is geworden volgens de mystiek van Johannes van het Kruis en die zichzelf alleen maar als totaliteit ervaart. Maar ze kan wel niks meer doen…”
En hij tekende hierbij het volgende aan:

“Ik vraag me af waarom we toch altijd ergens anders willen zijn, want het is een fantastisch lichaam wat we hebben, fantastisch! Daar zijn we nog lang niet op uitgestudeerd, nog helemaal niet. Dat is zo ongelooflijk, dat lichaam, daar kunnen we nog zovéél van leren… Waarom moeten we eraan zitten veranderen? Waarom moet het nou etherisch worden?”

Toen ik daarna ‘Johannes van het Kruis’ gegoogeld had, vond ik een lemma over zijn werk ‘Donkere nacht van de ziel’. En dáár stond een afbeelding van dat schilderij van Van Gogh bovenaan.

De cirkel was rond en mijn nieuwsgierigheid gewekt, ik ging gelijk aan het werk.

‘Cantico Espiritual’ van Johannes van het Kruis

Francisco de Zurbarán, Juan de la Cruz, 1656.
St. Johannes van het Kruis 1541-1592), Spaans karmeliet, mysticus en hervormer van de Karmelietenorde, staat bekend als een van de belangrijkste dichters in de Spaanse literatuur en dichtte ‘Cantico Espiritual’. Wat betreft de symboliek van de afbeelding: de witte mantel en donkerbruine tuniek zijn typisch voor de Ongeschoeide Karmelieten, terwijl het kruisbeeld en de schedel verwijzen naar zijn status als contemplatief.

Eerst een fragment uit ‘La noche oscura del alma’ van Johannes van het Kruis:

In een nacht, aardedonker,
in brand geraakt en radeloos van liefde,
– en hoe had ik geluk! –
ging ik eruit en niemand
die ’t merkte – want mijn huis lag reeds te slapen.
Johannes van het kruis, Donkere nacht van de ziel (eerste couplet).

Verder zoekend op het web, vond ik dat zijn ‘Hooglied’ recent op muziek gezet is door Amancio Prada als Cantico Espiritual (de cd is te bestellen bij Carmelitana, Burgstraat 46, 9000 Gent, of is te leen bij de bibliotheek). Zo klinkt het:

Het ‘Cantico’, op muziek gezet door Amancio Prada.

Op onderstaande video zie je Amancio Prada tijdens een tv optreden:

De complete tekst van het Geestelijk Hooglied van Johannes van het Kruis, een dialoog tussen de Bruid en de Bruidegom, kun je hier nalezen.


PS
Toen ik daar in het Kröller Müller Museum rondliep, ving ik zo nu en dan de gekwelde blik van een suppoost op – en zag weer eens dat zo’n bestaan ook een ‘donkere nacht van de ziel’ is…
Gelukkig maar dat de rondom aanwezige kunst hen afleiding biedt.

25 februari 2026, Hein Zeillemaker
(Eerder verschenen op mijn eigen blog.)


‘Van dood naar leven’
Toegift over het leven van Johannes van het Kruis


Sint Johannes van het Kruis, priester; medehervormer van de heilige Teresa van Avila van de Karmelietenorde; mysticus
Feestdag: 13 december


“Johannes is een heilige omdat zijn leven een heroïsche poging was om zijn naam "van het Kruis" waar te maken. De dwaasheid van het kruis kwam in de loop der tijd volledig tot uiting. "Wie Mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen" (Marcus 8:34b) is het verhaal van Johannes' leven. Het Paasmysterie – van dood naar leven – kenmerkt Johannes sterk als hervormer, mysticus-dichter en theoloog-priester.

Johannes werd in 1567 op 25-jarige leeftijd tot Karmelietenpriester gewijd. Hij ontmoette Teresa van Avila en legde, net als zij, de geloften af ​​aan de oorspronkelijke Regel van de Karmelieten. Als partner van Teresa en op eigen kracht zette Johannes zich in voor de hervorming en ondervond hij de prijs daarvan: toenemende tegenstand, misverstanden, vervolging en gevangenschap. Hij leerde het kruis op een indringende manier kennen – hij ervoer het sterven van Jezus – terwijl hij maandenlang in zijn donkere, vochtige, smalle cel zat, alleen met zijn God.

En toch, de paradox! In dit sterven van gevangenschap kwam Johannes tot leven en schreef hij gedichten. In de duisternis van de kerker kwam Johannes' geest tot het Licht. Er zijn veel mystici, veel dichters; Johannes is uniek als mystiek-dichter, die in zijn gevangeniskruis de extase van de mystieke vereniging met God uitdrukt in het Geestelijk Lied.

Maar zoals pijn tot extase leidt, zo beleefde Johannes zijn Beklimming van de Karmelberg, zoals hij die in zijn meesterwerk in proza ​​noemde. Als mens-christen-karmeliet ervoer hij deze zuiverende beklimming in zichzelf; als geestelijk leider voelde hij het ook bij anderen; Als psycholoog-theoloog beschreef en analyseerde hij het in zijn proza. Zijn prozawerken blinken uit in het benadrukken van de prijs van het discipelschap, de weg naar eenwording met God: strenge discipline, zelfverloochening, zuivering. Johannes onderstreept op unieke en krachtige wijze de paradox van het evangelie: het kruis leidt tot opstanding, pijn tot extase, duisternis tot licht, zelfverloochening tot bezetenheid, zelfverloochening tot eenwording met God. Als je je leven wilt redden, moet je het verliezen. Johannes is werkelijk "van het kruis". Hij stierf op 49-jarige leeftijd – een kort, maar rijk leven.”
St. John of the Cross, uit het Facebook van de Filipijnse missie (!)
El Greco’s ‘Gezicht op Toledo’ toont de priorij waar Johannes gevangen werd gehouden, net onder het oude alcázar (fort) en hoog op de oevers van de Taag, op steile kliffen.
Meer Van Gogh op ShakingLife.nl

EINDE

‘Alles wat verwijst naar Palestijnse identiteit of geschiedenis wordt uitgewist in Israël’

INTERVIEW
Areej Sabbagh-Khoury | socioloog

Veel Palestijnen zijn Israëlisch staatsburger. Hun positie wordt steeds meer ondermijnd. „Er worden tientallen wetten aangenomen die afbreuk doen aan hun rechten.”


Sjoerd de Jong

Gepubliceerd op

Eenmaal terug in Israël wil Areej Sabbagh-Khoury graag verder met haar interviews met Palestijnen in het land over hun strijd tegen de apartheid die ze er ervaren, ondanks hun formele status als staatsburgers. Voor een academisch boek dat Decolonizing Palestine moet gaan heten. „Ik wil de politieke ervaringen van Palestijnen in Israël onder woorden brengen aan de hand van hun getuigenissen. Dat heeft op die manier nog niemand gedaan en het zou een goed vervolg zijn op mijn eerste boek.”

Tot die tijd verblijft Sabbagh-Khoury nog in Nederland als fellow van het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS) in Amsterdam, waar de Palestijnse socioloog – die Israëlisch burger is – op dinsdag 3 maart de jaarlijkse Wertheim-lezing van de Universiteit van Amsterdam geeft over haar onderzoek naar de positie van Palestijnen in Israël.

Sabbagh-Khoury (1979), verbonden aan de Hebrew University in Jeruzalem en aan de University of California in Berkeley, maakte naam met Colonizing Palestine: the Zionist Left and the Making of the Palestinian Nakba (Stanford University Press, 2023), een gedetailleerde studie van vroege contacten tussen kolonisten en inwoners van enkele Palestijnse dorpen. Ze laat zien dat die naast elkaar leefden en contacten onderhielden, maar dat tegelijk landaankoop en verdrijving al op gang kwamen. De Nakba (‘catastrofe’) van 1948 was geen harde breuk door het uitbreken van oorlog, aldus het boek, maar de culminatie van een lang proces van onteigening, segregatie en etnische zuivering. Origineel is dat ze de rol belicht van het socialistisch zionisme in dat historische proces, dat vaak wordt toegeschreven aan zionistisch rechts. 

Er worden tientallen wetten aangenomen die afbreuk doen aan hun rechten, op allerlei terreinen

Naast haar studie van het zionisme onderzoekt ze de positie van Palestijnen binnen Israël, ongeveer twee miljoen mensen die vaak worden vergeten in de Gaza-protesten of bij de versnelde annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Dit zijn Palestijnen die bij het uitroepen van de staat Israël in het land verbleven of kort daarop naar het gebied al dan niet heimelijk terugkeerden. Ook voor haar persoonlijk had het weinig gescheeld. Sabbagh-Khoury werd geboren in Mi’ilya, een Palestijns dorp waarvan de inwoners werden verdreven maar na interventie van de paus alsnog mochten terugkeren – het is een Grieks-katholiek dorp.

De Palestijnen in Israël zijn grotendeels Israëlische burgers, formeel met alle bijbehorende rechten (niet de inwoners van Oost-Jeruzalem, ingelijfd na de oorlog van 1967, die alleen ‘ingezetenen’ zijn). Officieel worden ze aangeduid als ‘Arabische Israëliërs’. „De naam Palestijn is officieel taboe, die identiteit moet worden uitgewist. Zo wordt een gekoloniseerd volk door de staat gereduceerd tot een minderheid, losgekoppeld van hun historicsche band met het land. ”

Ondanks die formele gelijkheid voor de wet wordt de rechtspositie van de Palestijnen in Israël volgens Sabbagh-Khoury in de praktijk al jaren – en steeds heviger – ondermijnd. „Er worden tientallen wetten aangenomen die afbreuk doen aan hun rechten, op allerlei terreinen. Een symbolisch hoogtepunt was natuurlijk de Wet op de natiestaat van 2018, die Israël omschrijft als ‘thuisland van het Joodse volk’. Die wet heeft het afbrokkelen van democratische rechten van Palestijnen in Israël gelegitimeerd, en ook de confiscatie van hun eigendommen. Een bekende Israëlische historicus heeft al eens openlijk gezegd dat [de eerste Israëlische premier] Ben-Gurion in 1948 een fout heeft gemaakt door ze niet allemaal te verdrijven.”

Naast wetgeving is er de praktijk. „Scholen van Palestijnen in Israël krijgen veel minder geld, de voorzieningen zijn overal slechter, in sommige wijken heerst wetteloosheid omdat de politie zich er gewoon niet laat zien. Er is geen ordehandhaving. Dan krijg je gang violence, met alle gebruikelijke methoden: afpersing, beschermingsgeld moeten betalen. De laatste tien jaar zijn daar meer dan 1.440 Palestijnen bij omgekomen, de laatste drie jaar alleen al 720, om precies te zijn. 80 procent van de doden die in Israël in 2025 vielen door misdaad zijn Palestijnen, die maar ongeveer 20 procent van de bevolking zijn. De staat laat het begaan.”

Sabbagh-Khoury ziet de „oorlog tegen Palestijnen” nu ook in Israël zelf woeden. „Alles wat naar Palestijnse identiteit of geschiedenis verwijst moet worden uitgewist. Ik noem het socio-politicide, het systematisch ontmantelen van de mogelijkheden van een gemeenschap om als een coherente politieke entiteit te bestaan. Dat gebeurt door marginalisatie, onteigening, criminalisering en onderdrukking van kennis. Je zag het op andere manieren in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, maar het geweld slaat nu ook naar binnen, in Israël zelf. Dat is confronterend voor linkse Israëli’s die zich medeplichtig maakten aan de oorlog in Gaza door hun mond te houden. Zij hebben nu een probleem, het geweld komt in hun omgeving. Ik hoop dus dat ze hun privileges opgeven en samen met Palestijnen in verzet komen tegen de apartheid waaronder die leven.”

De massamoord van 7 oktober was een waterscheiding

Dat het Palestijnse leiderschap tot op het bot verdeeld is, maakt het nog erger. „De massamoord van 7 oktober was een waterscheiding”, zegt Sabbagh-Khoury. „Voor Palestijnen in Israël was die een schok. We zijn eraan gewend geraakt slachtoffers te zijn. Nu waren we opeens daders. Ik noem het een bloedbad, of de aanval nu gericht was tegen kolonisten of niet. Dit was in strijd met het internationaal recht. Natuurlijk heb je binnen elke bevrijdingsbeweging uiteenlopende visies, maar dit was een rode lijn. Dat vind ik als Palestijn die strijdt voor bevrijding vanuit een moreel standpunt, en als feminist.”

Wat kunnen Palestijnen dan doen? „Blijven bestaan. Er zijn en blijven, hoe moeilijk dat ook is. Hun morele rechten als inheemse bewoners van van het land articuleren, om niet weggedrukt te worden.”

Dat noemt ze in een artikel voor het tijdschrift Sociological Theory de paradox van „vestigingskoloniaal burgerschap”. Een inheemse bevolking die is opgenomen in de natiestaat van een kolonisator heeft enerzijds burgerrechten, maar krijgt anderzijds te maken met de dreiging van onderdrukking, marginalisatie of zelfs verdrijving. Het is óók de paradox van Israël dat tegelijk een Joodse én democratische staat wil zijn. Kan beide tegelijk? Sabbagh-Khoury: „Voor Palestijnen in Israël is het nu democratie voor de Joodse Israëli’s en een Joodse staat voor de Palestijnen.”

Na haar verblijf in Nederland keert ze terug naar Israël, waar haar gezin woont, al ligt ze daar geregeld onder vuur om haar publicaties en engagement. „Mensen vinden dat ik een risico neem, maar ik wil daar zijn en mijn rol spelen als Palestijnse academicus en intellectueel. Al is de toekomst ongewis, ja.”

De Wertheim-lezing van Areej Sabbagh-Khoury vindt plaats op dinsdag 3 maart om 17.30-19.00 in de Lutherse kerk te Amsterdam. Toegang vrij.
Aanmelden via nias.knaw.nl.


Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl